Dekoloniale pluriversiteit deel II

Op 10 juli had ik deel 1 gepubliceerd van mijn analyse van het requisitoir van het Openbaar Ministerie (OM) in het 8-decemberproces. Daarna hebben de columns allerlei andere thema’s behandeld.
Nu hervat ik mijn analyse.

In deel 1 heb ik aangetoond dat het OM grote fouten maakt die in een rechtsstaat niet zouden mogen plaatsvinden. Het OM legt de Amnestiewet naast zich neer en respecteert daarmee de scheiding der machten niet meer. Bovendien legt het OM een opdracht van zijn baas neer om het proces te staken. De regering heeft uiteindelijk er vanaf gezien om daarin de Nederlandse methode te kiezen. Wat is de Nederlandse methode?

Nederland heeft niet één procureur-generaal (pg), maar een college van procureurs-generaal die over verschillende ressorten verdeeld zijn. Dat college werd in 1998 voorgezeten door Arthur Doctors van Leeuwen, zeg maar de super-pg. Dato Steenhuis, een pg van het ressort Leeuwarden, was verwikkeld geraakt in een schandaal rond belangenverstrengeling. Het college van pg’s steunde hem, inclusief voorzitter Doctors van Leeuwen. Het beeld ontstond van een muiterij van de pg’s. De regering ontsloeg Doctors van Leeuwen. De Tweede Kamer steunde de regering in dat ontslag.

In Suriname ontstond een hele heisa over het idee om de pg te ontslaan. De pg is voor het leven benoemd en moet pg blijven ongeacht de vraag of hij wel of niet functioneert, aldus de oppositie. Maar in artikel 4 van het reglement op de inrichting en samenstelling van de Surinaamse rechterlijke macht staat: “De procureur-generaal bij het Hof van Justitie is verplicht de bevelen na te komen, welke hem in zijn ambtsbetrekking door of vanwege de president worden gegeven.” Wat moet er gebeuren als hij deze plicht niet nakomt?

In Nederland werd de super-pg zonder boe of bah ontslagen toen hij zich tegen de regering opstelde. Geen buitenlandse mogendheid die Nederland tot de orde wilde roepen vanwege de scheiding der machten. Geen demonstraties. Geen crisis. Het volgende agendapunt op de vergadering van de regering was het probleem van de koeienmest in Zwolle of iets dergelijks. Dat is de Nederlandse methode.
In dit deel ga ik in op hoe het OM omgaat met getuigen. “Getuigen zijn voor het aanleveren van bewijs in een rechtszaak heel belangrijk,” stelt het OM. Uiteraard.

Het OM maakt gebruik van de verhoren van mensen die veel informatie zouden moeten hebben. Sommigen zeggen dat hun geheugen hen in de steek heeft gelaten. Het OM houdt vervolgens een heel betoog met verwijzing naar literatuur uit de rechtspsychologie om aan te tonen dat twee getuigen, Mohamedsaid en Doorson, onbetrouwbare getuigen zijn. Met name Doorson is belangrijk, omdat hij de politie-inspecteur was die kort na 8 december een diepgaand onderzoek gedaan heeft in opdracht van de toenmalige pg, André Reeder en een lijvig rapport heeft geschreven. Toen hij verhoord werd, zei Doorson dat hij zich niets meer kon herinneren. Het OM denkt dat het probleem bij hem ligt in plaats van bij het OM. Het OM denkt dat het een psychologisch in plaats van een politiek probleem is. Daarom duikt het in de literatuur over rechtspsychologie.

Maar iedere koe in Kwatta kan je vertellen dat de reden waarom Doorson niet wil praten, is omdat hij niet in een djoegoe-djoegoe betrokken wil raken van een politiek proces. Het 8-decemberproces is een politiek proces. Als Doorson, die vroeger tegenover Bouterse stond, zou vertellen dat zijn rapport Bouterse zou vrijpleiten, dan zou hij de hele 8-decembergroep over zich heen krijgen. Je kunt dan begrijpen dat hij zich liever afzijdig wil houden, wat de 8-decembergroep ook goed uitkomt.

Het OM heeft geen moment van zelfkritiek en stelt zich boven de waarheid. Elgin en zijn baas Baidjnath Panday zijn niet objectief. Ze kijken niet op een wetenschappelijke wijze naar hoe de aard van het proces (een politiek proces) de aard van de getuigenissen beïnvloed. Een wetenschapper zou dat wel doen.

Eén getuige is voor het OM van enorm groot belang. Fred Derby is de enige overlevende van de arrestanten. Hij is een kroongetuige. Ik heb in mijn boek over de getuigenis de verklaringen van Derby geanalyseerd. Wat blijkt? Het zit vol tegenstrijdigheden.

Hij werd op 8 december om drie uur ’s nachts het Fort Zeelandia binnengebracht. In de cel zaten toen al Eddy Hoost, John Baboeram, Harold Riedewald, Kenneth Gonçalves en André Kamperveen. Tussen half drie en zes uur ’s middags werden achtereenvolgens Cyrill Daal, Surendre Rambocus, Sheombar, Jozef Slagveer en Frank Wijngaarde binnengebracht. De overige vijf zaten in een ander gedeelte: Lesley Rahman, Robby Sohansingh, Gerard Leckie, Bram Behr en Sugrim Oemrawsingh.

Derby verklaart dat hij vanuit zijn cel Bouterse in zijn kamer kon zien. Maar dat staat haaks op een ander gedeelte van de verklaring waarin hij zegt dat de cel een deur had die dicht was en later werd opengetrapt toen hij naar boven werd gebracht. Als je in Fort Zeelandia bent, kun je zien dat wat Derby zegt, onmogelijk is. De cel bevindt zich namelijk op de begane grond en de ruimte waar Bouterse zat op de eerste etage. Er is een wenteltrap die je het zicht ontneemt op de eerste etage. Het is gewoon fysiek onmogelijk om vanuit die cel Bouterse te zien als de deur al open was.

Volgens Derby werd rond 19.30 uur de celdeur opengetrapt en kwam een aantal militairen zeer agressief naar binnen. “‘Jij, jij, jij, jij en jij’, schreeuwden zij en haalden zij vijf mensen eruit, die naar boven moesten gaan.” Degenen die naar boven werden gebracht, waren Rambocus, Sheombar, Daal, Slagveer en Kamperveen.

Derby: “De mensen werden dus daar met huilen, schreeuwen en toestanden gebracht. En dat duurde niet zo lang. Daarna hoorde je dus schoten, repeterende schoten. Een activiteit, die maakte dat wij die daar waren achtergebleven, eh, zeer he, emotioneel werden. Je leven werd bedreigd, want de mensen gingen dood. En dat is het enige wat je wist en maar schreeuwen en schreeuwen en schieten en schieten.”

Maar wacht even. Volgens Derby was Kamperveen al in de cel toen hij werd binnengebracht om 03.00 uur. Slagveer werd tussen half drie en zes uur ’s middags binnengebracht. Al die tijd zaten Slagveer en Kamperveen dus in de cel van Derby. Maar wanneer zijn Kamperveen en Slagveer dan uit hun cel gehaald om voor de televisiecamera een verklaring op te nemen? Derby moet dit toch geweten hebben als dat het geval was. En dat was het geval, want er zijn camerabeelden van die verklaring.

Hoe betrouwbaar is de getuigenis van Derby nog met dit soort tegenstrijdigheden? Derby zegt dat hij om 20.00 uur weer naar boven werd geroepen. Hij was in zijn onderbroek. Hij kreeg te horen dat hij mocht vertrekken en zijn kleren kon halen. Toen hij aankwam, had hij zich op de begane grond uitgekleed. Hij zegt nu dat hij zijn kleren ging halen op de eerste verdieping op het executieplatform. Wie de eerste verdieping kent, vindt dit een vreemd verhaal. Het executieplatform is gescheiden van de kamer waar Bouterse zich bevond. Je moet door een deur een gang in en dan moet je zeker twintig meter naar rechts om uit te komen op het executieplatform. Daar is geen uitgang. Je moet dus terug naar de kamer en de wenteltrap naar beneden om weg te gaan. Wie heeft zijn kleren van de begane grond naar het executieplatform gebracht en hoe wist hij dat zijn kleren daar waren? Het is allemaal heel onlogisch.

Toch is Derby een kroongetuige in het proces van het OM. Hoe kan dat? Omdat het proces een politiek proces is waar de feiten er niet aan toe doen.

Sandew Hira

VANDAAG