Wat gebeurt er in Iran?

Traangas bij de universiteit in Teheran. Foto: AFP

De afgelopen twee weken stonden de internationale media bol van opstanden in Iran tegen de regering. Het leek alsof de regering op het punt stond te vallen en een regime-change zou plaatsvinden zoals in vele Arabische landen het geval is geweest.

De Surinaamse media namen gewoontegetrouw kritiekloos de informatie uit de westerse media over. Als je op de Surinaamse media zou vertrouwen, zou je niets begrijpen van wat er in Iran gebeurt. Het ene moment lijkt het alsof het volk in opstand komt. Het ander moment lijkt het alsof het volk de regering steunt. Wat is eigenlijk aan de hand?

Iran is een land met 85 miljoen inwoners. Het is qua oppervlakte tien keer zo groot als Suriname. Het land heeft grote olievoorraden. In 1951 koos het parlement van Iran Mohammad Mossadeq tot premier. Hij nationaliseerde de buitenlandse oliemaatschappijen. De Amerikaanse en Britse geheime diensten hebben toen een operatie opgezet om hem ten val te brengen. Hij werd door een staatsgreep afgezet. Shah Reza Pahlavi werd de ongekozen dictator die de oliemaatschappijen hun belangen teruggaf. De Shah was aan wrede dictator die in een religieus land de decadente westerse levensstijl bevorderde.

In november 1978 kwam het volk onder leiding van een geestelijk leider, Ayatollah Ruhollah Khomeini, in opstand. Khomeiny leefde in ballingschap in Frankrijk. In januari 1979 vluchtte de Shah. In februari keerde Khomeiny terug naar Iran. En hier begint de geschiedvervalsing van Iran in de westerse media.

Iran wordt afgeschilderd als een achterlijk land waar mensen in de middeleeuwen leven. In werkelijkheid is Iran een democratische staat. Vanaf het begin werden er pogingen ondernomen om Khomeiny te verdrijven. Gewapende groepen gesteund door het Westen, ook linkse communisten, begonnen een gewelddadig verzet. Die werd neergeslagen. In september 1980 viel Irak onder leiding van Saddam Hussein met grote steun van het Westen Iran binnen. Het leidde tot een bloedige achtjarige oorlog met een miljoen doden. Irak werd verslagen door Iran.

Iran is een democratisch land. Al in 1979 werd een grondwet aangenomen naar het model van de Franse grondwet. Iedere vier jaar worden er presidents- en parlementsverkiezingen gehouden. Het land is voor 98 procent moslim. Er zijn vijf officieel erkende minderheden: Armeniërs (twee groepen), Joden, Assyriërs en Zoroastrians. Het parlement heeft vijf zetels voor hen gereserveerd. Ze kiezen hun eigen vertegenwoordigers. Er zijn verschillende politieke partijen van verschillende ideologische stromingen die meedoen aan de presidents- en parlementsverkiezingen.

Daarnaast worden er om de vier jaar gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Het land verschilt van andere landen vanwege de rol van de geestelijkheid in de grondwet. Er is een geestelijke raad die toetst of de wetten die het parlement aanneemt in overeenstemming is met de islam. Dat geeft de geestelijkheid veel macht. Die raad wordt een keer in de acht jaar gekozen door de bevolking. De rol van de geestelijkheid is een belangrijk discussiepunt over de vraag hoe democratisch Iran is.

Buurland Saoedi-Arabië, de belangrijkste bondgenoot van het Westen in het Midden-Oosten, kent dit niet. Dat land is een gewone dictatuur waar de familie al-Saoed de alleenheerser is.

In de islam zijn er twee religieuze hoofdstromingen: soennieten en sji’ieten. Als niet-moslim wordt je soms niet wijs uit die verschillen, maar in grote lijnen is een belangrijk verschil de vraag wie de legitieme opvolger moest zijn geweest van de profeet Mohamed: zijn neef Ali of zijn oom Abu Bakr. Daarnaast zijn er verschillen in filosofie en rechtsopvattingen. De soennieten vormen met 85 procent de meerderheidsstroming in de islam. Soms leefden deze stromingen in vrede met elkaar. Soms hebben ze gewelddadige confrontatie gehad.

In 1979, hetzelfde jaar van de Iraanse revolutie, viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen om een communistische regering die via een coup aan de macht was gekomen, te steunen. De Amerikanen hielpen islamitische Afghaanse verzetsstrijders, waar uiteindelijk Al Qaida o.l.v. Osama Bin Laden uit is voortgekomen. In 1989 zijn de Russen uit Afghanistan vertrokken. Al Qaida heeft zich later tegen de VS gekeerd met de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001.

De Amerikaanse invasie van Irak van 2003 – Saddam Hussein was van bondgenoot van het Westen in vijand veranderd – heeft een einde gemaakt aan het regime van Saddam Hussein, maar daardoor Iran versterkt. De nieuwe regering van Irak bleek een bondgenoot te zijn van Iran.

In 2006 pleegde Israël opnieuw een invasie in Libanon met als doel om Hezbollah definitief uit te schakelen. Die invasie werd een mislukking en Israël werd verslagen. Hezbollah kwam sterker uit de strijd tevoorschijn.

De verslagen aanhangers van Saddam Hussein gingen samenwerken met islamitische fundamentalisten en vormen ISIS. ISIS is een soennitische organisatie en richtte zich met steun van Saoedi-Arabië en het Westen op de steunpilaren van Iran in het Midden-Oosten: Irak, Syrië en Hezbollah. En daarin is zij succesvol gebleken. In korte tijd wist ze in Syrië en Irak grote gebieden te veroveren. Een gecoördineerde tegenoffensief van Rusland, Syrië, Irak, Iran en Hezbollah heeft de tij doen keren. ISIS verloor terrein en raakte gemarginaliseerd.

Iran is in de afgelopen 48 jaar uitgegroeid tot een belangrijke geopolitieke macht in het Midden-Oosten. Het is een anti-imperialistische macht die de bevrijdingsstrijd van het Palestijnse volk tegen de apartheidsstaat Israel steunt. Het Shi’itische Iran is een belangrijkste steun geweest voor de soennitische Hamas in Palestina. Verder heeft Iran de verzetsbeweging Hezbollah in Libanon gesteund, toen dit land bezet werd door Israel in 1982. Voor het Westen zijn Iran, Hezbollah, Hamas allemaal terroristen. Voor de volkeren van het Midden-Oosten zijn ze verzetsstrijders tegen imperialisme en zionisme.

Iran kampt intern met grote economische problemen van de daling van de olieprijzen, de westerse boycot en corruptie. Dat voedt de ontevredenheid onder de bevolking. Er zijn verschillende politieke partijen in Iran die het niet met elkaar eens zijn. Protesten tegen het economische beleid zouden in normale omstandigheden een uiting zijn van het democratische karakter van de Iraanse staat. Maar die protesten zijn gebruikt door het Westen om vreedzame betogingen te veranderen in gewelddadige protesten. Ook werd de economische ontevredenheid gedraaid naar politieke protesten, waarbij geprotesteerd werd tegen de steun van Iran voor een vrij Palestina en voor een ISIS-vrij Syrië.

Politiebureaus werden in brand gestoken en agenten doodgeschoten. De demonstraties waren relatief klein, maar wel verspreid over verschillende steden en gedurende enkele dagen aanhoudend. Het volk van Iran heeft zich toen verenigd en de demonstraties beantwoord met massale tegendemonstraties van miljoenen mensen. Daarmee heeft het land zijn democratisch karakter getoond.

De les van Iran is dat een democratische staat mechanismen kan hebben voor vreedzaam protest en wisselingen van regeringen via verkiezingen in plaats van via invasies en gewelddadig verzet.

Dat zul je in Saoedi-Arabië nog niet zien gebeuren.

Sandew Hira

VANDAAG