London

Rohingya in de Myanmarese deelstaat Rakhine. Foto: Reuters

Afgelopen weekend was ik in London voor een vergadering van het Decolonial International Network, waarvan ik de coördinator ben. Ik zat in een vliegtuig van British Airways. Zij hebben een grappige instructievideo voor de passagiers. Normaal wordt de veiligheidsinstructie voor passagiers gegeven door het cabinepersoneel of een video waarin een serieuze spreker uitlegt wat je moet doen bij geval van problemen. De instructievideo van Britisch Airways is gemaakt door een organisatie die heet Comic Relief. Het is een groep van comedians die geld ophaalt voor goede doelen. Acteurs geven instructies, maar zijn via grappen met elkaar in competitie wie uiteindelijk een serieuze video mag maken. Het is best leuk en verfrissend.

Ik heb ontdekt dat ik op mijn Ipad documentaires van Netflix kan downloaden, waardoor ik het vliegtuig zonder een internetverbinding gewoon de documentaires kan zien. Ik had voor deze vlucht een documentaire gedownload over het nationale voetbalteam van Frankrijk. Dat team bestaat voor een groot deel uit voetballers van de (ex-)koloniën van Frankrijk. De documentaire gaat over de vraag hoe Frankrijk omgaat met racisme en het feit dat zijn nationale trots – voetbalkampioen van Europa of de wereld worden – in handen is van mensen uit de (ex-)koloniën die het als achterlijk beschouwt. En net als in Nederland is de cultuur zo dat als een Surinaamse voetballer een penalty scoort, de omroeper dan zegt dat Nederland een penalty heeft gescoord. Als de Surinaamse voetballer de penalty mist, dan zegt hij dat de Surinamer penalty heeft gemist. Het vraagstuk van identiteit is dan belangrijk. De verdiensten worden toegeschreven aan de Franse identiteit en de mislukkingen aan het feit dat het om immigranten gaat.

De Franse regering had een idee om veertig jaar na de bloedige onafhankelijkheidsoorlog tegen haar ex-kolonie Algerije tussen 1954 en 1962, waar honderdduizenden doden vielen aan Algerijnse kant, een voetbalwedstrijd te organiseren als gebaar van verzoening. Die wedstrijd werd massaal bezocht door Algerijnse jongeren uit de ghetto’s van Parijs. De Algerijnse voetballers in het Franse team, inclusief Zinedine Zidane, werden uitgejouwd als zij aan de bal waren. Op enig moment besloten de Algerijnse jongeren om massaal het voetbalveld op te rennen en de wedstrijd te verstoren. Voor hen was de wedstrijd geen gebaar van verzoening, maar een gebaar van strijd. Ze keken niet naar sport, maar naar oorlog. En ze wilden deelnemen aan de oorlog. De Fransen waren geschokt dat de jongeren uit de ghetto’s het zo hadden geïnterpreteerd. Het incident laat de kracht van identiteit zien.

Ik landde in een koud en nat London. Zaterdag had ik de vergadering van het Decolonial International Network en zondag was ik aanwezig op een event genaamd Genocide Memorial Day. Het wordt altijd gehouden op de derde zondag van januari en gaat over volkerenmoord en misdaden tegen de menselijkheid. In Suriname heb ik kennis gemaakt met de slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog. Op dit event kreeg ik verhalen te horen over Bosnië en Myanmar (Birma), waar niet honderden, maar honderdduizenden mensen het slachtoffer zijn van politiek geweld.

Demir Mahemutcehajic van Bosnië vertelde hoe de oorlog die 1992 en 1995 woedde aan 140.000 burgers en 60.000 militairen van Bosnië het leven heeft gekost. De horrorverhalen gaan je verbeelding te boven. In een dorp werden talloze mensen één voor één levend in een diepe waterput gegooid, waardoor ze verdronken of te pletter vielen. In een ander gebied werden mensen – mannen, vrouwen, kinderen – in trucks verzameld en naar een ravijn gebracht. Ze werden letterlijk de dood ingeduwd in een ravijn van 600 meter diep. In Sebrenica is onder toeziend van een VN-leger onder Nederlandse leiding achtduizend jonge mannen dagenlang geëxecuteerd zonder dat de wereld ingreep.

Maung Zarni, een boeddhist uit Myanmar, vertelde hoe militairen een dorp van Royinga’s – een etnische groep in Myanmar – binnenvielen en direct met mitrailleurs begonnen te schieten. Een 27-jarige vrouw die de moordpartij overleefde, vertelde dat ze met haar baby en vader uit hun huis vluchtten. Haar 16-jarig zusje werd intussen door drie militairen gegrepen. De vrouw met haar baby wist te ontkomen en zag vanachter een boom hoe haar vader bij het schreeuwen van zijn dochter zich omkeerde en terugrende om haar te helpen. Hij werd in zijn hoofd geschoten en viel dood neer. Zijn hersenen lagen eruit. Een van de militairen pikten delen van zijn hersenen en gooide ze naar een kippenren waar de kippen toesnelden om het op te eten. En deze horror in Myanmar gaat tot de dag van vandaag nog elke dag door.

Dit soort verhalen gaan door merg en been. Vaak kiezen we ervoor om alleen naar ons eigen leed te kijken. Als je beseft wat voor leed er op de wereld is, dan voel je je als mens soms zo machteloos. Maar je realiseert je dat het minste wat je kunt doen is, luisteren naar andermans leed, dan heb je het gevoel dat je iets doet. Dat is al een troost voor de slachtoffers als ze weten dat ze niet tegen dovemansoren praten.

Toen ik zondagmiddag afscheid nam van mijn vrienden en vriendinnen van het Dekoloniaal Netwerk keek ik nog even op internet en zag dat het Ministerie van Onderwijs in Suriname experts van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) gaat inschakelen om het onderwijs in Suriname te dekoloniseren. Hiermee is een bedrag van US$ 20 miljoen gemoeid, waarvan US$ 3,8 miljoen voor de VUB. Het geld wordt geleend van de Islamic Development Bank.

Het Belgische team wordt geleid door Koen Lombarts van de VUB. Op zijn website staat dat hij een specialist is op onderwijsvernieuwing, zelfsturend leren en gepersonaliseerd leren. Maar Lombaert presenteert in Suriname als een deskundige op het gebied van dekolonisatie van het onderwijs. Hij zegt in de Surinaamse media dat resoluut afgerekend moet worden met de koloniale restanten in het onderwijs. En welke voorbeelden haalt hij aan? Hij zegt dat afbeeldingen van blanke kinderen vervangen moeten worden en voorbeelden van de kosten van ski’s en caravan-trips naar Zwitserland uit de schoolboeken moeten worden gehaald, want “in Suriname is nog nooit een vlokje sneeuw gevallen, noch is er sprake van enig caravantoerisme.” Lombaerts heeft duidelijk geen kaas gegeten van dekolonisatie van het onderwijs. Hij heeft geen idee van wat op dit terrein in de wereld gebeurt. Als hij een eerste jaar college over dekoloniaal denken had gevolgd, dan had hij geleerd dat dekolonisatie geen pedagogisch probleem is, maar een probleem van kennisproductie. Het gaat om de productie van concepten en methoden om concepten te produceren. Vervolgens wordt op basis daarvan bepaald hoe je dat in het onderwijsketen (van universiteit, middelbare school en lagere school) vertaalt.

Er zijn tal van onderzoekers en experts die werken aan dit soort zaken. Hoe ziet een dekoloniaal wiskunde-onderwijs eruit? Of aardrijkskunde, taal of geschiedenis? Surinamers hebben hierover al ideeën geproduceerd die veel verder gaan dan het vervangen van plaatjes en voorbeelden. En nu komt een witte man uit een koloniaal land in West-Europa Surinamers vertellen hoe ze hun onderwijs moeten dekoloniseren, terwijl hij zelf geen idee heeft van wat dat betekent.

Jammer van die US$ 20 miljoen. Het is met deze insteek verloren geld.

Dat dit idee van een NDP-regering komt, geeft je veel te denken over het dekoloniale karakter van de NDP.

Sandew Hira

VANDAAG