Voorzitterschap Ronnie Brunswijk onwettig

Assembleevoorzitter Ronnie Brunswijk. Beeld: STVS

Het vicevoorzitterschap van Dew Sharman ook.

Recentelijk zijn de nieuwe assembleeleden beëdigd door het oudste lid in jaren Soewarto Moestadja (behorend tot de NDP-fractie). Vicepresident Ashwin Adhin is daarbij niet beëdigd, ondanks het feit dat hij wel gekozen is bij de verkiezingen. Hij werd niet beëdigd, vanwege de onjuiste opvatting dat hij niet tegelijkertijd vicepresident en DNA-lid mag zijn. Het is een onjuiste opvatting, omdat het nergens in de wet verboden is dat de president of vicepresident tegelijkertijd lid van het parlement mogen zijn. Nergens!

Een beetje zwanger bestaat niet
In artikel 61 van de Grondwet (GW) is er een vereiste opgenomen: “De Nationale Assemblée bestaat uit 51 leden….”. Je wordt lid van De Nationale Assemblee (DNA), nadat je beëdigd bent als lid. Vicepresident Adhin is nog niet beëdigd als lid, dus het instituut DNA bestaat uit 50 beëdigde leden en niet uit het grondwettelijk vereiste aantal beëdigde leden van 51. Nu is er sprake van “een beetje DNA”.

Indien het instituut van DNA niet uit 51 beëdigde leden bestaat, is er geen sprake van DNA. Je bent zwanger of je bent niet zwanger. Een beetje zwanger kan niet. Zo is het ook met DNA; het bestaat uit 51 leden of niet. Het is een DNA of geen DNA. Een “beetje DNA” kan dus ook niet.

Adhin mag tegelijkertijd vicepresident en DNA-lid zijn voor een korte periode, want in de Grondwet is er een overgangsperiode geregeld voor deze situatie. In artikel 91 GW is geregeld dat de zittende president en vicepresident niet langer dan vijf jaar mogen aanzitten. De nieuwe president en vicepresident dienen dus in ieder geval beëdigd te zijn op de dag waarop de vijfjarige termijn van de zittende president en vicepresident verstreken is. Dit is de overgangsperiode die bij wet geregeld is en wel bij de hoogste wet van het land, de Grondwet.

Gedurende deze overgangsperiode is het toegestaan dat de vicepresident tegelijkertijd dubbele petten op heeft (vicepresident en DNA-lid). Gezien de wettelijke oplossing hiervoor, heeft de wetgever overbodig geacht om te verbieden dat iemand tegelijkertijd vicepresident en DNA-lid is.

In de Grondwet zijn er wel diverse verboden geregeld ten aanzien van de president en vicepresident. Zo is in artikel 94 GW geregeld: “De president en de vicepresident oefenen naast hun ambt geen andere politiek-bestuurlijke overheidsambten uit, bekleden geen functies in het bedrijfsleven of in de vakbeweging en oefenen evenmin andere beroepen uit”.

Het lidmaatschap van DNA is geen politiek-bestuurlijk overheidsambt en het is ook geen beroep. “Parlementariër zijn” is slechts een lidmaatschap en geen beroep. Bij het uitoefenen van een beroep krijgt men salaris. Een parlementariër ontvangt geen salaris, maar een vergoeding voor de gemaakte kosten en de gederfde inkomsten. De verboden uit artikel 94 GW gelden dus niet voor het tegelijkertijd bekleden van de functie van vicepresident en het lid zijn van DNA.

Mocht zo zijn dat het lidmaatschap van DNA als een beroep gezien kan worden, dan leidt dit tot twee tegenstrijdige artikelen in de Grondwet. Artikel 61 GW eist dat DNA uit 51 beëindigde leden moet bestaan. Aan de andere kant zou artikel 94 GW verbieden dat de vicepresident tegelijkertijd DNA-lid mag zijn. Indien er sprake is van tegenstrijdige artikelen, is het in de rechtswetenschappen algemeen aanvaard, dat de duidelijkste regel en/of de voordeligste regel voorrang krijgt. In dit geval zou artikel 61 GW voorrang moeten krijgen op artikel 96 GW en zou Adhin wel beëdigd moeten worden. Artikel 61 GW is duidelijker dan artikel 94 GW, omdat artikel 94 GW tot interpretatieverschillen kan leiden: is DNA-lidmaatschap nou wel of geen beroep. Artikel 61 GW is ook het voordeligste artikel.

Nu er geen sprake is van een wettige DNA, heeft dit als gevolg dat alle besluiten die genomen zijn door dit instituut, als onwettig gekwalificeerd kunnen worden. De verkiezing van de heren Brunswijk en Sharman tot respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter van DNA, is in de geest van artikel 61 GW volstrekt ongeldig. Zolang deze omissie niet hersteld zal zijn, kunnen alle andere besluiten van dit instituut als onwettig gekwalificeerd worden. De verkiezing van de nieuwe president en vicepresident in DNA, zal eveneens onwettig zijn.

Gelet op het bovenstaande, zou de desbetreffende verkiezing van Brunswijk en Sharman, opnieuw gehouden moeten worden, maar dan pas nadat Adhin ook beëindigd is; dus pas nadat het instituut DNA uit de vereiste 51 leden bestaat. Dan pas is er sprake van DNA. In dat geval zou Brunswijk zijn maidenspeech over de kastii nenge opnieuw moeten voorlezen. Ook het dankwoord zou hij opnieuw moeten voorlezen. Een tweede keer voorlezen heeft als bijkomend voordeel dat het misschien met minder horten en stoten gaat.

De heer Moestadja had ervoor moeten zorgen dat DNA uit 51 beëindigde leden bestaat. Treft hij alleen blaam? Neen, absoluut niet. Ook de huidige coalitie treft blaam, want die heeft in samenspraak met toenmalige assembleevoorzitter Jennifer Simons, de nieuwe vergadering voorbereid. Het zou niet eerlijk zijn om de vinger alleen naar Moestadja te wijzen.

Over deze materie hebben wij een aantal columns gewijd in het recente verleden. In die columns hebben wij uitvoerig uitgelegd dat toenmalige DNA onwettig was, vanwege het ontbreken van het vereiste aantal leden van 51. DNA bestond uit 49 leden, omdat Raymond Sapoen en Diepakkoemar Chitan teruggeroepen waren op 22 december 2015. Wij zouden denken dat men leert uit de fouten van het verleden.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

Disclaimer

  1. Een column heeft een maatschappelijke functie in een democratische samenleving.
  2. Columnisten schrijven op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid.
  3. De publicatie van een column op Suriname Herald, houdt niet in dat Suriname Herald de inhoud van de column onderschrijft.
  4. Suriname Herald is gelet op het bij punt 3 genoemde, niet aansprakelijk voor de inhoud van een column.
  5. Suriname Herald erkent de auteursrechten van columnisten op de inhoud van hun column.
  6. Gelet op de auteursrechten van columnisten op hun column, kan Suriname Herald op verzoek van derden niet overgaan tot verwijdering van een column.
  7. Indien derden het niet eens zijn met de inhoud van een column, dienen zij tot een vergelijk te komen met de columnisten. Eventuele procedures dienen gevoerd te worden tegen columnisten, niet tegen Suriname Herald.

VANDAAG