Leugens, bedrog en willekeur van Surinaamse Politiebond ontmaskerd

Print Friendly, PDF & Email

Wij hebben groot respect voor elke man of vrouw die bij de politie werkt. Echter kan het nimmer zo zijn dat een politiebond met misleidingen haar leden op het verkeerde been zet en zich daarmee een machtige organisatie waant. Dit soort misleidende organisaties binnen een staatsorgaan, met zoveel onberekenbare uitspattingen moet je op fouten kunnen checken met een kritische blik van buitenaf. Dit geldt dus ook voor het bestuur van de politiebond, de belangenbehartigers van politieambtenaren.

Er is wat commotie ontstaan bij delen van de politie met betrekking tot de benoeming van mr. Shivanand Ramlall tot commissaris van politie. Deze commotie is gevoed door opzettelijke misleidingen vanuit de Surinaamse Politiebond (SPB) en onjuiste berichten vanuit vicepresident Ronnie Brunswijk en minister Kenneth Amoksi van Justitie en Politie. Volgens de SPB zijn er wettelijke regels overtreden.

Er zijn geen enkele wettelijke regels overtreden. Wij zullen u de misleidende berichten van de SPB laten zien en gaan wij de beweringen van de SPB stapsgewijs analyseren, met de wetgeving in de hand.

Bewering 1:
Atompai, voorzitter van de SPB, deelde tijdens een op 22 augustus 2021 gehouden persconferentie mee, dat Ramlall een door de korpschef vastgesteld Management Development Traject (MD-traject) gevolgd zou moeten hebben. Deze bewering is pertinent onjuist.

Atompai las het volgende voor en zei dat dit artikel niet voor andere interpretatie vatbaar is.
Artikel 51 lid 1 Reglement Algemene Politie (d.d. 23 augustus 2019):
Voor de benoeming tot een hoger officier is met goed gevolg doorlopen van een door de korpschef vastgesteld Management Development Traject vereist, waarvoor men na sollicitatie in aanmerking kan komen.

Commentaar:
Deze bepaling geldt alleen indien je tot hoofdinspecteur van politie en hoofdcommissaris van politie benoemd wil worden. Voor benoeming tot inspecteur tweede en eerste klasse, en tot commissaris, geldt deze bepaling niet. Heeft Atompai zelf gebruikgemaakt van deze regeling? Hij heeft de sprong gemaakt van onderinspecteur naar inspecteur tweede klasse, zonder dat er een MD-traject ooit vastgesteld is door de korpschef. Indien een MD-traject nooit vastgesteld is geweest, kan hij dit traject ook nimmer doorlopen hebben.

In het geval van Atompai was het MD-traject niet belangrijk, maar nu in geval van Ramlal opeens wel.

Noot:
Toen Henry Seedorf en Omar Terborg benoemd werden tot commissaris van politie, hebben zij het in artikel 51 lid 1 Reglement Algemene Politie bedoelde MD-traject niet gevolgd. De SPB heeft toen nimmer een probleem van gemaakt en was deze wetsbepaling niet belangrijk. Nu in geval van Ramlall, geldt deze wetsbepaling opeens wel, indien wij letten op de zienswijze van de SPB. Hier is duidelijk sprake van willekeur zijdens de SPB.

Bewering 2
Mocht ons commentaar bij ‘Bewering 1’ geen houtsnijden, dan is er nog het volgende. Volgens Atompai heeft men artikel 51 van het betreffende reglement selectief gelezen. Hij bedoelt dat men geen acht heeft geslagen op het feit dat Ramlall het MD-traject had moeten volgen, zoals vervat in lid 1. In de leden 7, 8 en 9 van artikel 51 staat het volgende:

Commentaar:
Met “de eisen gesteld in leden 1 tot en met 2 en 3” wordt onder andere bedoeld het gevolgd hebben van een MD-traject. U ziet dat de eis tot het volgen van het MD-traject slechts geldt voor benoeming tot hoofdinspecteur van politie (lid 7) en voor de benoeming van hoofdcommissaris van politie (lid 9). In lid 8 ziet u dat voor de benoeming tot commissaris van politie (zoals in het geval van Ramlall), “de eisen gesteld in leden 1 tot en met 2 en 3” niet vereist worden. Dus voor de benoeming tot commissaris van politie is het volgen van een MD-traject niet vereist.

Bewering 3
De president heeft geen bevoegdheid om Ramlall te benoemen, hij mag slechts zijn goedkeuring eraan geven.

Commentaar:
Het is beschamend hoe slecht de SPB en hun juristen de wetten kunnen lezen. In artikel 22 van het Politie Handvest 1971 staat dat indien iemand tot officier benoemd wordt, dit een exclusieve bevoegdheid is van de president. Zie het betreffende wetsartikel en de arceringen hieronder.

Bewering 4
Volgens Revelino Eijk, bestuurslid van de SPB, mag Ramlall niet her aangesteld worden als ambtenaar van politie, omdat hij langer dan vijf jaar uit de politiedienst is geweest (veertien jaar uit politiedienst).

Commentaar:
Ook dit is pertinent onjuist. In artikel 58 van Reglement Algemene Politie 1971 staat dat de vereiste van vijf jaar geldt voor iemand die met ontslag was gegaan. Ramlall was nimmer met ontslag gegaan, dus deze voorwaarde geldt helemaal niet voor hem. Ramlall was slechts ontheven uit zijn functie bij de politie (niet zijnde ontslag) en was als het ware uitgeleend aan het ministerie van Justitie en Politie. Zie afbeelding hieronder waar staat vermeld dat je ontslagen moet zijn geweest.

Noot:
Commissaris van politie Henry Seedorf was ook als politieman ‘uitgeleend’ aan Juspol, gedurende langer dan vijf jaar. Seedorf en Ramlall waren nagenoeg in dezelfde periode uitgeleend aan Juspol. Seedorf werd kort voordat de regering-Bouterse II aftrad, her aangesteld als politieambtenaar en wel met een bevordering tot commissaris van politie. In zijn geval heeft de SPB nimmer een punt van gemaakt. Zie hier ook de willekeur van de SPB.

Bewering 5
In artikel 5 van Landsbesluit van 29 juni 1972 ter uitvoering van artikel 10 lid 5 van het Politie Handvest (Instructie korpschef) staat dat de korpschef belast is met voordrachten, benoemingen, etc.

Commentaar:
Deze wetsbepaling is een ‘instructie’ aan de korpschef, doch niet zijn exclusieve bevoegdheid. Hij mag iemand voordragen, maar het is niet zo dat iemand benoemd kan worden alleen op zijn voordracht. De korpschef mag gevraagd en ongevraagd voordrachten doen. De titel van deze wet heeft het uitdrukkelijk over “instructie korpschef”. De president of minister van Juspol mag iemand benoemen zonder voordracht van de korpschef. Anders zou in artikel 22 van het Politie Handvest 1971 staan dat de president en minister van Juspol de benoeming doen op voordracht van de korpschef. Zie het artikel weergegeven met gele arceringen.

In een instructie wordt aangegeven hoe iemand zijn taken en bevoegdheden moet uitoefenen. Indien het een exclusieve bevoegdheid van de korpschef zou zijn, dan zou in de wetsbepaling staan: “voorstellen met betrekking tot benoeming en bevordering worden gedaan door de korpschef”. Dat is dus duidelijk niet het geval.

Noot:
Toen destijds korpschef Roberto Prade, commissarissen van politie Seedorf en Terborg etc. benoemd werden, waren het geen voordrachten van de korpschef. Toen had de SPB er geen moeite mee en was deze wetsbepaling niet relevant voor de SPB. Nu in geval van Ramlall, geldt deze wetsbepaling opeens wel, indien wij letten op de zienswijze van de SPB. Wederom is hier sprake van willekeur van de SPB.

Lid 2 van artikel 5 van de “Instructie korpschef van het Politiehandvest”

Tot slot
Wij adviseren de president om niks terug te draaien en de benoeming van Ramlall gewoon door te laten gaan. De SPB vragen wij om hun publiekelijk uitgekraaide stommiteiten te herstellen en hun leden eerst naar behoren te informeren. De leden van de SPB attenderen wij op de misleidingen en leugens van hun bondsbestuur. Zij dienen te weten door welke figuren zij vertegenwoordigd worden en dat zij voor het karretje gespannen worden voor enge belangen.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

Disclaimer

  1. Een column heeft een maatschappelijke functie in een democratische samenleving.
  2. Columnisten schrijven op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid.
  3. De publicatie van een column op Suriname Herald, houdt niet in dat Suriname Herald de inhoud van de column onderschrijft.
  4. Suriname Herald is gelet op het bij punt 3 genoemde, niet aansprakelijk voor de inhoud van een column.
  5. Suriname Herald erkent de auteursrechten van columnisten op de inhoud van hun column.
  6. Gelet op de auteursrechten van columnisten op hun column, kan Suriname Herald op verzoek van derden niet overgaan tot verwijdering van een column.
  7. Indien derden het niet eens zijn met de inhoud van een column, dienen zij tot een vergelijk te komen met de columnisten. Eventuele procedures dienen gevoerd te worden tegen columnisten, niet tegen Suriname Herald.

VANDAAG