Brazilië lonkt naar oliekartel OPEC

Een medewerker van oliegigant Petrobas inspecteert een boorplatform in Brazilië. Foto: Reuters

De organisatie van olieproducerende landen OPEC krijgt er naar alle waarschijnlijkheid een nieuw groot land bij: Brazilië. De Braziliaanse president Bolsonaro heeft op een conferentie in Saudi-Arabië te kennen gegeven lid te willen worden van het oliekartel. Volgens Bolsonaro heeft hij ook al een informele uitnodiging van de Saudische kroonprins Mohammed bin Salman.

Brazilië pompte in 2018 2,5 miljoen vaten per dag op, het leeuwendeel door staatsoliebedrijf Petrobras. De olieproductie wordt ook verder opgevoerd, dankzij grote olievelden voor de kust. In augustus werden al 3 miljoen vaten per dag bovengehaald.

De OPEC is voor Brazilië een interessante coalitie, denkt energie-expert Lucia van Geuns van het Haags Centrum voor Strategische Studies. “Brazilië wil als groeiende olieproducent meedoen en meepraten over olie, vooral met het oog op de energietransitie en toekomst van olieproductie en olieprijzen.”

Financiën op peil houden
Voor de OPEC vormt Brazilië een welkome versterking, na het vertrek van Qatar, straks ook nog Ecuador en het instorten van de Venezolaanse olieproductie. Het Zuid-Amerikaanse buurland van Brazilië Ecuador, goed voor 545.000 vaten per dag, liet onlangs weten de OPEC per 1 januari te verlaten.

Het land wil af van de beperkingen en meer olie produceren om de financiën op peil te houden. Ecuador is in 1992 ook al eens uit de OPEC gestapt, maar keerde in 2007 terug. Vorig jaar keerde Qatar de OPEC de rug toe. Oliestaat Qatar ligt overhoop met buurland Saudi-Arabië.

De OPEC probeert door verlaging van de olieproductie de ingezakte olieprijs op te krikken. Olieprijzen kelderden eind 2015, begin 2016, naar minder dan 30 dollar per vat, komend van meer dan 100 dollar. Sinds januari worden er 1,2 miljoen vaten minder opgepompt. Veel impact heeft de productieverlaging echter niet.

De olieprijs beweegt zich de laatste maanden rond de 60 dollar per vat. De meeste Opec-landen hebben het liefst een prijs van 70 dollar of meer om de staatshuishouding op peil te houden.

Minder olie produceren is ook een moeizame operatie, want het betekent olie-inkomsten opgeven. Voor veel OPEC-landen is olie een belangrijke inkomstenbron, zo niet de belangrijkste. De lage olieprijs en minder oppompen levert dus minder geld op in de schatkist en dat doet pijn.

Regie kwijt
Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarschuwde de OPEC onlangs dat er in 2020 er groot olieoverschot dreigt. Er worden naar schatting 1,4 miljoen vaten meer olie geproduceerd dan wereldwijd nodig is en dat zet druk op de olieprijs. De OPEC zal de oliekraan dus nog iets verder moeten dichtdraaien, wat weer minder inkomsten betekent.

De OPEC is bovendien de regie over de olieprijs kwijt. Sinds de VS de olieproductie enorm heeft opgevoerd en ’s werelds grootste olieproducent is, en duurzame energie in een deel van de energiebehoefte voorziet, is draaien aan de oliekraan minder effectief.

Ook OPEC-plus met Rusland als oliebondgenoot helpt niet veel. Dat werd nog eens onderstreept door de droneaanval op de Saudische olie-installaties in september. De olieprijs schoot heel even de hoogte in om vervolgens binnen een paar dagen te zakken naar een nog lager niveau.

Begin december komen de OPEC-landen in Wenen weer bij elkaar, voor hun halfjaarlijkse vergadering.

NOS

VANDAAG