De Nederlandse rechtsstaat een farce

Het is in 1997 wanneer onder leiding van de NDP er een nieuwe regering in Suriname wordt gevormd. Deze regering, waarvan de heer Desiré Delano Bouterse de stuwende kracht is, wordt geleid door president drs. Jules Albert Wijdenbosch. Niet lang na het formeren van deze regering, wordt de heer Bouterse tot Adviseur van Staat benoemd.

Geheel in de traditie van Nederland, dit gegeven bestond sinds de jaren `80 toen er een wereldwijde kruistocht tegen alles wat met Desiré Delano Bouterse van doen had, werd er in 1997 een verhevigde campagne tegen betrokkene ingezet.

Deze haatcampagne trof Suriname financieel economisch buitengewoon hard. De ontwikkeling van Suriname kwam in die dagen nagenoeg stil te liggen.

De missie van Nederland kwam er kortweg op neer, dat Bouterse diende te worden uitgeschakeld. Het Copa Drugsonderzoek was in dit jaar een feit. Het onderzoek dat honderden miljoenen Nederlandse guldens heeft gekost, had ten doel om aan te tonen dat de huidige president van de Republiek Suriname een leidende rol had in het vermeende Columbia – Paramaribo Drugskartel.

Door politiek Den Haag aangestuurd, mondde dit onderzoek uiteindelijk uit in een strafzaak tegen de heer Bouterse, een zaak die sindsdien door het leven gaat als het “Stellendamproces”. In totaal 7 aanklachten werden tegen laatstgenoemde ingebracht. Aanklachten die tot stand kwamen door georganiseerde en geregisseerde getuigen, die allen naderhand verklaarden geen weet te hebben gehad van welke drugs affiliatie van Bouterse dan ook.

Tijdens de rechtszaken kwam dat gegeven dan ook snel genoeg aan het licht en kon de zittende magistratuur niet anders, dan al de 7 aanklachten ongegrond te verklaren, hetgeen een grond voor vrijspraak zou moeten opleveren. Het Openbaar Ministerie van Nederland zag dit echec aankomen en voegde er snel een nieuwe aanklacht toe aan de zaak. Patrick van Loon werd als kroongetuige, deze werd door mr. Gerard Spong en de Officier van Justitie mr. Evert Harderwijk, geprogrammeerd, in het Stellendamproces ingebracht. Dit merkwaardig novum, een nieuwe aanklacht toevoegen tijdens een lopend proces is binnen iedere fatsoenlijke rechtsgang tenminste ongebruikelijk. Zo ook, geldt dat voor het gebruiken van één geprogrammeerde en geregisseerde getuige die bovendien zelfs door rechtbanken in andere strafzaken, als onbetrouwbaar werd af geserveerd.

Het resultaat van al deze juridisch ongerijmdheden leidde er uiteindelijk toe, dat Desiré Delano Bouterse, in 1999 bij verstek, tot 11 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.

Dit politiek vonnis leidde tot grote verontwaardiging bij de meerderheid van de Surinamers in Suriname alsook die in Nederland. Zo ook hebben talloze rechtsdeskundigen zich vol afgrijzen over dit koloniale politiek vonnis uitgesproken. Een nieuwe Anton de Kom en Louis Doedel was geboren. Immers, iedere leider van Suriname die zich verzet tegen de Koopmans graaizucht van Nederland, een land dat zich blijvend bevoogdend jegens Suriname wenst op te stellen, wordt het doelwit van de meest lage intriges, stigmata en criminalistische praktijken.

Alle pogingen om het misdadig drugsvonnis langs legale en rechtmatige wegen ongedaan te maken, stuitten op de halsstarrigheid van een geërodeerd Nederlands rechtssysteem. In het laatste geval, is per 13 januari 2015 door Nederland, wederom abjecte historie geschreven. Een nieuw herzieningsverzoek van de heer Bouterse dat in de maand juli 2015 werd ingediend, werd zes maanden later onthaald op een reprise van eerdere weigeringen de Stellendamzaak voor hernieuwd onderzoek terug te verwijzen naar het Gerechtshof te Den Haag.

Hoewel er in juli 2014 een verpletterend aantal nieuwe feiten aan de Hoge Raad werd voorgelegd, walst die welhaast crimineel over al deze nova, die feitelijk in goede justitie, geen enkel ander besluit had moeten kennen, dan het toewijzen van het onderhavige herzieningsverzoek. De formele en gemotiveerde verklaring van Patrick van Loon waarin die uiteenzet, te hebben gelogen over de betrokkenheid van Desi Bouterse in de Stellendamzaak, maar meer nog de rol van het Nederlandse OM daarbij, is uitputtend onderbouwd.

De valselijke instructies aan van Loon die aldus als geregisseerde kroongetuige van het OM tegen Bouterse optrad, zijn eveneens ontzenuwt en aan de Hoge Raad voorgelegd. Zo ook werd menig staaltje van gemanipuleerd “bewijsmateriaal” onderuit gehaald en aangetoond dat cruciale ontlastende bewijzen in het voordeel van de veroordeelde, niet in het proces werden gevoegd. Hoeveel meer moet de verdediging van de heer Bouterse nog overleggen om recht te doen geschieden in deze politiek verfoeilijke zaak?

De Hoge Raad heeft een beslissing genomen, die naar veler overtuiging niet te rijmen is met het gegeven, dat de betreffende kroongetuige, van Loon, wel degelijk uitgebreid en onderbouwd gemotiveerd heeft waarom hij nu terugkomt op zijn belastende verklaringen. Hij geeft zelfs aan hoe hij door het Nederlandse Openbaar Ministerie gebracht is tot het afleggen van valse verklaringen.

In het herzieningsverzoek wordt ook materiaal aangedragen, dat niet bestond ten tijde van de strafzaak destijds, materiaal dat die valsheid, maar ook andere gebreken in dat proces aantonen. Daarom stelt de Raadsvrouw van de heer Bouterse dan ook zorgelijk, dat deze uitspraak, in het licht van de werkelijke inhoud van het herzieningsverzoek een zeer verontrustende is voor de Nederlandse rechtstaat.

Inmiddels is er besloten dat deze fnuikende zaak grootschalig en breed via verschillende fora, zal worden uitgemeten. Daarnaast worden alle mogelijkheden onderzocht om deze triviale beslissing aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ter beoordeling voor te leggen.

Roy Raymond de Miranda

VANDAAG