Directeur NiNSee compromitteert Keti Koti-lezing

Urwin Vyent, interim-directeur van het Nederlandse slavernijinstituut NiNSee, heeft in de zondageditie van Radio Tamara, zijn keuze de omstreden pro-Bouterse publicist Sandew Hira de Keti Koti-lezing te laten houden, verdedigd. Sandew Hira is op dit moment de felste pleitbezorger van onvoorwaardelijke amnestie voor de mensenrechtenschendingen en misdrijven tegen de menselijkheid, die onder de militaire dictatuur van Desi Bouterse zijn gepleegd.

Hij ging daarbij zelfs verder dan de president-hoofdverdachte door op te roepen het 8-decemberstrafproces onmiddellijk stop te zeggen. De rechters zijn volgens hem ‘politici in toga’. Zijn propagandaproject voor straffeloosheid – ‘De Getuigenis van President Desi Bouterse’ – is naar zijn eigen mededeling in Starnieuws ‘in natura’ door de regering Bouterse gefinancierd.

Sandew Hira werd ook columnist van Bakana Tori, het paarse radioprogramma van de hoofdwoordvoerder van president Bouterse. Door deze financiële en organisatorische incorporatie in het Bouterse-regime, kan Hira’s propaganda voor straffeloosheid en agitatie tegen nabestaanden die zich voor gerechtigheid beijveren, niet slechts als een verwerpelijke mening worden opgevat. Hij neemt deel aan een regime dat bij voortduring de mensenrechten schendt door via de Zelfamnestiewet van 2012 de slachtoffers en nabestaanden hun recht op recht, een fundamenteel mensenrecht, te ontzeggen.

Het gaat in het geval van Hira dus om verwerpelijke, discriminatoire daden. Vyent, die zegt zelf voorstander te zijn van de voortzetting van het 8-decemberstrafproces, zei in Radio Tamara onderscheid te maken tussen het dekoloniale werk van Hira en diens politieke betrokkenheid in Suriname. Dat Vyent een onderscheid maakt dat Hira zelf niet maakt, is merkwaardig. Hira heeft immers zelf in Starnieuws zijn prostraffeloosheid mediaproject ‘De Getuigenis van President Desi Bouterse’ voorgesteld als een toepassing van zijn eigen dekoloniale ‘theorie’ DTM ( Decolonize the Mind) in de kwestie van ‘politiek geweld’. Zijn dekoloniaal instituut Dekosur wordt gefinancierd door de paars gedomineerde Postspaarbank, die nu in opspraak is geraakt vanwege een groot corruptieschandaal.

Het gaat er niet om Hira monddood te maken, zoals Vyent de kritiek trachtte te verdraaien; het gaat erom of het passend is een verdediger van mensenrechtenschenders en pleitbezorger van straffeloosheid, de lezing van de vrijheid, rechtsgelijkheid en menselijke waardigheid, de Keti Koti-lezing, te laten houden.

Met zijn keuze en uitgesproken ontzag voor Hira heeft de interim-directeur een volstrekt gebrek aan respect getoond voor de gevoelens van de nabestaanden van de slachtoffers van de ernstige mensenrechtenschendingen en misdrijven tegen de menselijkheid in Suriname, van de nazaten-nabestaanden in het bijzonder. Hij heeft hen in zijn proces van besluitvorming monddood gelaten. Hij heeft zich in zo een existentieel vraagstuk van de nazaten-nabestaanden geen leider van waarden en verbinding, getoond.

Hij heeft de Keti Koti-lezing gecompromitteerd. Het is immers strijdig met de vitale belangen en de morele statuur van NiNSee om de Keti Koti-lezing te maken tot rehabilitatiepodium van een door Bouterse gefinancierde, gediscrediteerde pleitbezorger van onvoorwaardelijke amnestie voor folteraars en moordenaars van vrijheidsstrijders en onschuldige burgers, ook niet als die pleitbezorger daarbij ongeloofwaardig zwaait met de dekoloniale vlag.

Theo Para

VANDAAG