Verklaring Sandew Hira inzake afzegging Keti-Koti-lezing 2019

Sandew Hira. Foto: Pieter van Maele
Print Friendly, PDF & Email

Begin januari ontving ik een uitnodiging van het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) om de keynote lezing te geven op 29 juni 2019 over zwarte filosofen, spiritualiteit en slavernij in het Scheepvaartmuseum. Ik reageerde positief op de uitnodiging.

De afgelopen weken heeft een groep extremisten onder leiding van Theo Para in de Surinaamse gemeenschap een intimidatiecampagne opgezet om te verhinderen dat ik de lezing over zwarte filosofen en slavernij kon houden. Het Scheepvaartmuseum is onder grote druk gezet om de zaal op te zeggen. NiNsee is daardoor de locatie kwijtgeraakt. Het Scheepvaartmuseum heeft haar besluit genomen zonder het principe van hoor- en wederhoor toe te passen. Ik ben nooit door haar gehoord. Het bestuur van NiNsee is vervolgens onder enorme druk gezet om de lezing af te zeggen. Op Radio Tamara werden urenlang uitzendingen gewijd aan het demoniseren van mijn persoon en werden bellers toegelaten om op te roepen om de orde te verstoren tijdens de lezing. Het bestuur van NiNsee is onder die druk bezweken en heeft de lezing afgezegd.

Op 6 juni heeft de voorzitter van NiNsee, Linda Nooitmeer, mij in Suriname gebeld om een afspraak te maken om de situatie te spreken. Op 7 juni heb ik een Skype-gesprek gehad met haar en NiNsee-bestuurder Martin Verbeet waarin zij aangaven dat zij de lezing wilden afzeggen. Ik gaf aan dat dat zou betekenen dat ze de vrijheid van meningsuiting niet meer zouden respecteren. Ik stelde voor dat NiNsee een gesprek zou kunnen organiseren tussen mij en de mensen die kritiek op me hebben, zodat we in een waardige sfeer van dialoog de principes van diversiteit van opvattingen en vrijheid van meningsuiting hoog kunnen houden.

Ook hield ik hen voor dat deze groep eerder geprobeerd heeft Pakhuys De Zwijger onder druk te zetten om mij niet te laten spreken op hun evenement, maar dat zij als witte instelling de vrijheid van meningsuiting hoog hebben gehouden en ik had verwacht dat een zwarte organisatie dat ook zou doen, en zeker een organisatie die gebouwd is op het principe van vrijheid.

Nooitmeer en Verbeet zagen de redelijkheid van mijn argumentatie in en vroegen uitstel om een definitief besluit te nemen tot woensdag 12 juni. Ze zouden mij dan berichten over de volgende stappen. Woensdag hoorde ik niets. Zaterdagmiddag belde Nooitmeer mij op met de mededeling dat NiNsee heeft afgezien van het organiseren van een dialoogbijeenkomst en de uitnodiging aan mij voor 19 juni intrekt.

Het persbericht van NiNsee stelt het volgende:

Het NiNsee-bestuur heeft in goed overleg met het Scheepvaartmuseum besloten de Keti-Koti-lezing 2019 geen voortgang te laten vinden.

Dit besluit is ingegeven door de onrust die binnen de gemeenschap ontstaan is naar aanleiding van de geplande Keti-Koti-lezing met Sandew Hira als keynote spreker. Door deze onrust lijkt de wens van het NiNsee om ook in 2019 een waardige Keti-Koti-lezing – die bijdraagt aan de harmonie en verbondenheid binnen en buiten de gemeenschap – te organiseren niet haalbaar.

Het NiNsee heeft de ambitie om met eenieder die een positieve bijdrage levert aan haar missie samen te werken. Nu de uitvoering van deze ambitie echter heeft geleid tot een escalatie tussen voor- en tegenstanders van het spreken van Sandew Hira, kan het NiNsee niet anders dan een pas op de plaats te maken.

De extremisten hebben hun zin gekregen. De groep van Theo Para heeft zitten bellen, mailen en spreken om organisatoren en verhuurders onder druk te zetten om zaalruimtes op te zeggen of lezingen waarbij ik betrokken ben af te zeggen. In Suriname is Hugo Essed hun counterpart en voert in de Surinaamse media een demoniseringscampagne tegen mij waarbij mijn integriteit ter discussie wordt gesteld.

Dezelfde groep heeft eerder geprobeerd om mij het zwijgen op te leggen in het debatcentrum Pakhuis De Zwijger in Amsterdam. Op 18 maart was ik uitgenodigd om een presentatie te leiden van een documentaire over Frantz Fanon. Ik was niet eens een spreker, maar een voorzitter van de sessie. De directie en programmaleiders zijn enorm onder druk gezet om mij uit het programma te halen, maar ze hebben hun rug recht gehouden en zijn niet bezweken. Het thema maakt voor de extremisten niets uit. Al zou ik spreken over het weer, dan nog zouden ze een campagne om hem het spreken onmogelijk te maken.

Zaterdagmiddag 15 juni om 12.00 uur had Glen Codfried van Radio Mart me uitgenodigd om in gesprek met me te gaan over deze ontwikkelingen. Radio Mart heeft dat vrijdag aangekondigd. Toen ik zaterdag om 10.30 uur bij de studio kwam, bleek de ruit van de voordeur te zijn ingeslagen en zijn microfoon en de uitzendmodem te zijn gestolen, waardoor de uitzending geen doorgang kon vinden.

Dit zijn zorgelijke ontwikkelingen. In het kielzog van het aantasten van de vrijheid van meningsuiting wordt ook het principe van diversiteit van opvattingen aangevallen. De extremisten menen dat er maar één visie mogelijk is in maatschappelijke discussies en diversiteit aan visies niet acceptabel is en andere visies dus ook niet gehoord mogen worden.

Het thema van mijn lezing was een dekoloniale visie op de geschiedschrijving van slavernij. Nederlandse historici en de door hen getrainde gekleurde volgelingen hebben slavernij steeds beschreven vanuit de optiek van de kolonisator. Ik leg in mijn geschriften en lezingen uit dat zwarte denkers tijdens slavernij en daarna analyses hebben gemaakt die fundamenteel verschillen van die van de slavenmakers en hun ideologen. De extremisten willen verhinderen dat dekoloniale theorieën een podium krijgen.

Dit is een zeer verontrustende ontwikkeling in de Surinaamse gemeenschap. De vrijheid van meningsuiting is een belangrijke verworvenheid die tot stand is gekomen door harde strijd waarvoor veel mensen hun leven hebben opgeofferd. De kern van de vrijheid van meningsuiting is dat iedereen het recht heeft om zijn of haar mening te verkondigen, ongeacht de vraag of je het met de persoon eens bent of oneens. Ook mensen die het niet me je eens zijn, moeten het recht hebben om hun mening te uiten.

Diversiteit van opvattingen is een cruciaal onderdeel van een democratische samenleving. De dominante koloniale geschiedschrijving mag uitgedaagd worden door dekoloniale en andere alternatieven. Dat is deel van het proces van kennisproductie in een pluriforme samenleving.

Discussie en debat zijn de fundamenten van een democratische samenleving. Daarom daag ik Theo Para en Hugo Essed uit voor face-to-face debatten over vraagstukken waarin zij een andere mening hebben dan mij. Dit soort debatten zijn een uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting. Daar zou iedere Surinamers een voorstander van moeten zijn, ook Para en Essed.

Ik doe een oproep aan de Surinaamse gemeenschap in Nederland om als protest tegen de aantasting van de vrijheid van meningsuiting alsnog een bijeenkomst te organiseren waar ik de Keti-Koti-lezing kan houden.

Sandew Hira

Disclaimer

  1. Suriname Herald respecteert de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Een ingezonden artikel kan niet worden gebruikt om personen door het slijk te halen en ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van personen te uiten. Een ingezonden artikel waarin voornoemde zaken zijn opgenomen, wordt geweigerd.
  2. Suriname Herald kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van een ingezonden artikel. De auteur is volledig aansprakelijk voor de inhoud van zijn artikel.
Voor het opnemen van een ingezonden artikel gelden de volgende voorwaarden.

VANDAAG