Wet minimumloon

ABS-logo
Print Friendly, PDF & Email

Op donderdag 18 juli is de Wet minimumloon aangenomen in De Nationale Assemblee (DNA) en aan deze gebeurtenis zijn er zowel positieve als negatieve zaken verbonden. Begrijpelijkerwijs dat er veel hierover wordt gezegd.

Als directeur van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) (in 2014 geraadpleegd door vicepresident (vp) Ameerali en in 2019 ook geraadpleegd door de Commissie van Rapporteurs belast met de voorbereiding van onderhavige wet) voelen we de behoefte om te reageren. We benadrukken dat voor deze reactie niet is afgestemd met de overige samenstellers van het zogenaamde rapport van Nationale Commissie Vaststelling Armoedegrens (Planbureau, Institute for Graduate Studies & Research, IGSR, en Sociale Zaken en Volkshuisvesting, Sozavo).

Zeer positief is onzes inziens het feit dat een regering eindelijk heeft gedurfd een armoedegrens en – kennelijk daaraan gekoppeld – een minimumloon vast te stellen. Dit is bijna 29 jaar gebeurd, nadat het ABS in zijn eerste publicatie over armoedegrenzen (oktober 1990- Suriname in cijfers: 169-90-03) had opgeroepen tot het instellen van een tripartiete werkgroep (werkgevers, werknemers en overheid) voor het vaststellen van nationaal aanvaarde armoedegrenzen en minimumlonen (blz. 2).

Positief is ook het feit dat de regering impliciet het zogenaamde NCVA-rapport (ABS, IGSR, Planbureau en Sozavo) heeft goedgekeurd, want de goedkeuring is nimmer aan de leden van de Nationale Commissie Vaststelling Armoedegrens (NCVA) meegedeeld. Die fout kan alsnog worden hersteld!

Positief is het ook dat minister Moestadja van Arbeid tijdens vergaderingen voorafgaand aan 18 juli kennelijk alle intenties had de juiste toedracht van zaken te geven, maar af en toe, naar wat we aannemen onopzettelijk, zaken onzuiver heeft voorgesteld: “Het ABS heeft nimmer een rapport over de armoedegrens geproduceerd” zou moeten luiden: “Het ABS heeft geen recent methodologisch rapport over armoedegrenzen geproduceerd” (Wie op zoek is naar “recente” informatie: zie bladzijde 41 van de ABS-publicatie Basic Indicators 2018-II, van december 2018, voor informatie van juli 2018 betreffende de hoogte van armoedegrenzen).

Negatief is het feit dat is nagelaten door minister Moestadja en andere regeringsvertegenwoordigers om corrigerend op te treden waar DNA-leden tegen beter weten in riepen dat “noch de regering noch het ABS een rapport ter beschikking van de commissie van rapporteurs c.q. van het parlement heeft gesteld”. De NCVA is in juli 2016 per ministeriële beschikking ingesteld door voormalige minister Joan Dogojo van Sozavo (opdrachtgever), dus de enige die het rapport formeel kan aanbieden aan DNA. In dezen ging/gaat het niet om een overeenkomst tussen het ABS en een andere partij, want dan bedingt het ABS doorgaans dat in de overeenkomst wordt opgenomen dat als de andere partij niet publiceert, het ABS zich het recht tot publiceren voorbehoudt.

Zeer negatief is ook dat minister Moestadja kennelijk heeft vermeld dat de bedragen (SRD 1428 voor het minimumloon en SRD 999 voor de armoedegrens) zijn gebaseerd op een methodiek die sinds 2014 wordt gehanteerd. Welnu, we menen daaruit te mogen afleiden dat hij verwijst naar de ABS/NCVA-methodiek (uitgangspunt december 2014) of de ABS-methodiek die in 2014 aan vp Ameerali was voorgehouden. Vanwege het illustreren van enkele berekeningen kiezen we ervoor de zaak niet chronologisch te benaderen.

In het eerste geval (ABS/NCVA-methodiek) ofschoon we niet de vrijheid hebben om het gehele NCVA-rapport naar buiten te brengen, nemen we ten behoeve van dit geval de vrijheid om drie gegevens te vermelden. In het NCVA-rapport was de (2200 Kcal) armoedegrens in mei 2016 vastgesteld op SRD 850 (voeding SRD 510). Gelet op de prijsontwikkelingen tussen mei 2016 en januari 2019 (ingangsdatum van door de minister vastgestelde bedragen) zou het bedrag voor voeding SRD 775 moeten bedragen en de totale armoedegrens voor een volwassene: 100/60 x 775 = SRD 1292.

Als de door minister Moestadja gehanteerde verhouding tussen zijn armoedegrens en zijn minimumloon wordt gebruikt, zou het minimumloon: SRD 1846 moeten bedragen. (De door minister Moestadja gehanteerde verhouding is bijvoorbeeld wat in Nederland wordt gehanteerd tussen minimumloon en “bestaansminimum”. Dat was in elk geval t/m 2016 het geval, daarna hebben we de zaak niet meer nauw gevolgd).

In het tweede geval (methodiek t.b.v. vp Ameerali, zie SB 2014, no. 112, Wet minimumuurloon) had het ABS aan Ameerali armoedegrenzen gebaseerd op een basisvoedselpakket van 2000, 2200 en 2400 Kcal voorgehouden en de vp koos voor de armoedegrens gebaseerd op 2000 Kcal en stelde die gelijk aan het minimumloon (zie memorie van toelichting, waarbij zaken gefaseerd ingevoerd zouden worden: 70 procent, 85 procent, 100 procent). In dat geval zou de armoedegrens per 1 januari 2019: 2000/2200 x SRD 1292 = SRD 1175 bedragen. Het minimumloon volgens Ameerali zou SRD 1175 zijn en volgens Moestadja SRD 1679.

Kan de Surinaamse samenleving zich de puur technisch berekende bedragen (SRD 1292 en SRD 1845, respectievelijk SRD 1175 en SRD 1679) permitteren? Hoogstwaarschijnlijk niet. De minister heeft dus, hopelijk in overleg met de overige sociale partners, kennelijk ervoor gekozen om uit te gaan van een bestaansminimum van SRD 999 en dan 100/70 x het bestaansminimum als minimumloon vast te stellen. Laat het gezegd zijn dat dit een gebruikelijke operatie is en in plaats van zonder meer kritiek te leveren op de bedragen van minister Moestadja kunnen we liever met zijn allen nagaan binnen welke termijn we van oordeel zijn dat we als samenleving van de technisch vastgestelde armoedegrenzen moeten uitgaan en niet van beleidsmatige grenzen. Het bestaansminimum is in elk geval een richtlijn voor (aanvullende) sociale uitkeringen, terwijl het minimumloon misschien niet geweldig, toch een belangrijk startpunt is.

Tot slot
– Suriname gefeliciteerd met deze mijlpaal;
– Als de ingangsdatum problematisch is voor een (of meer) sociale partner(s) zou die opnieuw bekeken moeten worden;
– Wij zijn het oneens met het fixeren van de grenzen voor twee jaar, zeker in tijden van onzekerheid. Een jaar verdient zonder meer de voorkeur;
– Hulde en felicitaties aan Moes (minister Moestadja) met het behaalde resultaat, maar ook een foei toch minister Moestadja om begrippen, kennelijk om u moverende redenen, niet bij de juiste naam te (durven) noemen.

Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS)
Drs. Iwan A. Sno, M.Sc. (directeur)

Disclaimer

  1. Suriname Herald respecteert de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Een ingezonden artikel kan niet worden gebruikt om personen door het slijk te halen en ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van personen te uiten. Een ingezonden artikel waarin voornoemde zaken zijn opgenomen, wordt geweigerd.
  2. Suriname Herald kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van een ingezonden artikel. De auteur is volledig aansprakelijk voor de inhoud van zijn artikel.
Voor het opnemen van een ingezonden artikel gelden de volgende voorwaarden.

VANDAAG