Hoe duur waren de natuurlijke hulpbronnen?

Een goudmijn op de plant van Rosebel Gold Mines. Foto: Iamgold

Hoe is het mogelijk dat de districten Marowijne, Brokopondo en Sipaliwini in economisch en maatschappelijk opzicht zo laag ontwikkeld zijn ten opzichte van andere gebieden in Suriname. Dit is haast onbegrijpelijk voor elke weldenkende Surinamer met het hart op de juiste plek, omdat haast alle natuurlijke hulpbronnen die Suriname rijk is, in deze districten voorkomen. Op aardolie na, zijn deze districten enorm rijk aan hout, goud, bauxiet en nog veel meer. Al deze natuurlijke hulpbronnen zorgen ervoor dat de economie van Suriname draaiende wordt gehouden.

Nadat bauxiet decennia de kurk was waarop de economie van Suriname dreef, werd het afgelost door goud. De gigantische investeringen door Newmont in een imposante goudmijn in het district Sipaliwini en Iam Gold in het district Brokopondo spreken boekdelen. Ondertussen wordt maandelijks enorme hoeveelheid aan goud met een ontzagwekkende equivalent aan miljoenen Amerikaanse dollars het land uit gebracht.

Ik heb jaren in het district Marowijne meegemaakt dat het aluminiumbedrijf Alcoa via zijn dochteronderneming Suralco het bauxiet in de mijnen uit de directe nabijheid van Moengo met zwaar materieel kon ontginnen en transporteren naar Paranam. Daar werd het met de energie uit de Brokopondo-waterkrachtcentrale verwerkt tot aluinaarde en aluminium. Vervolgens werden deze halffabricaat en fabricaat naar Pittsburg, de Verenigde Staten geëxporteerd. De belastingen (loonbelasting van de werknemers en inkomstenbelasting van Suralco) die voor de staat werden gestort, vloeide nimmer terug naar de productiegebieden.

De ongekende milieudegradatie die gepaard ging met de bauxietexploitatie werd op geen enkele wijze gecompenseerd. De bewoners uit de dorpen rondom Moengo konden hun kostgronden niet aanleggen in hun vertrouwde gebieden, omdat ze moesten uitwijken voor de economische activiteiten van de multinational Alcoa. Vanwege de enorme stofontwikkeling waarmee de bauxietactiviteiten gepaard gingen, hadden tientallen bewoners longaandoeningen opgelopen.

In Brokopondo liepen marrondorpen onder water ten behoeve van de waterkrachtcentrale. Deze terminal moest de raffinaderij te Paranam voorzien van high voltage energy. In Brokopondo en Marowijne werden de lokale bevolking niet eens geconsulteerd door de Surinaamse autoriteiten en functionarissen van de multinationals. Zij bepaalden eigendunkelijk wat er moest gebeuren en dit werd ook gedaan. Ondanks al deze ontberingen en opofferingen hebben de overheid en multinational niet eens een technische school opgezet in Brokopondo, Marowijne en Sipaliwini.

Ondertussen heeft de goudkoorts enige jaren terug overgenomen in het uitwringen van de binnenlandse economische potenties. Er wordt enorm veel goud gehaald uit het binnenland, maar er wordt duidelijk niets teruggedaan om de levensstandaard in deze gebieden structureel op te krikken. De afspraken die door de overheid en multinationals worden gemaakt met de plaatselijke gemeenschap zijn zo voor meerdere interpretaties vatbaar, waardoor zaken vaak mislopen bij de implementatie.

De recentelijke rellen in het concessiegebied van Iam Gold, waarbij een porknokker is doodgeschoten, kan zonder meer in het verlengde hiervan worden geplaatst. Wanneer de overheid acties onderneemt om structurele oplossing te brengen in de situatie van de porknokkers dan moet dat voor eenieder transparent en eerlijk zijn. Als dat niet het geval is dan zullen er op termijn sprake zijn van excessen. Ondertussen wordt er weer onderhandeld om de gemoederen tot bedaren te brengen. Het is te hopen dat de betrokken autoriteiten hun huiswerk adequaat afmaken, anders zal de eerstvolgende eruptie in Nieuw-Koffiekamp slechts een kwestie van tijd zijn.

De overheid waar het politieke bestuur van het land tot uiting komt, heeft door de jaren heen getoond niet de intentie te hebben om degelijk te werken aan de maatschappelijke en social-economische ontwikkeling van het binnenland. Het is duidelijk dat de binnenlandbewoners tot het besef moeten komen om een strategie te volgen om uiteindelijk een duidelijk politiek draagvlak te krijgen in het landsbestuur. Hierdoor zullen ze in staat zijn om op een concrete wijze te werken aan de ontwikkeling van het binnenland.

Het moet nu afgelopen zijn dat binnenlandbewoners zich laten verdelen en opdelen in hokjes door politieke organisaties die geen enkele affiniteit hebben met het binnenland. Deze misleiders en manipulators gebruiken het politieke draagvlak voortvloeiende uit het binnenland om hun eigen politieke en economische agenda vorm en inhoud te geven. De ontwikkeling van het binnenland is geen prioriteit daarbij.

Ettire Patra

VANDAAG