De Nationale Anti-drugs Raad

De Nationale Anti-drugs Raad (NAR) is op 18 januari 2018 officieel geïnstalleerd door de toenmalige minister van Volksgezondheid ing. Patrick Pengel. De NAR die bij presidentiële resolutie is ingesteld heeft als taak om door middel van coördinatie, overleg en advisering te werken aan een samenleving die in toenemende mate vrij is van drugsgebruik, drugsverslaving, drugshandel en drugscriminaliteit.

In de NAR werken vertegenwoordigers van de ministeries betrokken bij de drugsproblematiek (Volksgezondheid, Justitie en Politie, Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en Sport- en Jeugdzaken), het bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) nauw samen om het drugsprobleem het hoofd te bieden. De NAR legt via het directoraat Nationale Veiligheid (DNV) verantwoording af aan de president.

De raad heeft na zijn installatie, twee belangrijke zaken aangepakt. Allereerst is er begonnen met het schrijven van een nieuw Nationaal Drugs Master Plan (NDMP). Normaal gesproken, geschiedt dat door het inhuren van één of meerdere consultants, maar door gebrek aan financiën hebben de leden van de NAR in hun spaarzame vrije tijd de pen zelf ter hand genomen. Op 31 januari 2019 is het NDMP aangeboden aan het DNV. Op 26 juli 2019 is het NDMP geretourneerd aan de NAR, die momenteel de wijzigingen aangebracht door het DNV, bestudeert.

De tweede belangrijke activiteit van de NAR was het aanleveren van data in het kader van het Multilateral Evaluation Mechanism (MEM). De MEM is een mechanisme, waarbij de lidlanden van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) door middel van rapportage hun vorderingen bij de bestrijding van de drugsproblematiek delen met de andere lidlanden. Een panel van drie experts uit andere landen beoordelen dan de vorderingen van elk land.

De NAR heeft van alle relevante diensten, afdelingen en verantwoordelijken medewerking gekregen bij het verzamelen van de informatie. De uitdaging was om de meer dan vijfhonderd vragen en subvragen te beantwoorden en alle bewijsmiddelen te sturen naar de CICAD. Na de eerste vragenronde kwam er een tweede ronde waarin nadere toelichting moest worden gegeven.

Het MEM-rapport is breed uitgemeten in de pers. Kort samengevat hebben we als land veel huiswerk te doen. Zowel op het gebied van de vermindering van de vraag naar drugs als het aanbod van drugs moet het een het ander gebeuren. Belangrijk is dat het NDMP na een laatste screening door de NAR op korte termijn aan de president wordt aangeboden.

In de ogen van de NAR is het ontbreken van sterke instituten en het gebrek aan kader het grootste probleem om de drugsproblematiek effectief aan te pakken. Het niet optimaal functioneren van het Nationaal Drugsobservatorium maakt dat diverse onderzoeken niet zijn uitgevoerd zoals dit rapport aangeeft.

Ondanks het ontbreken van een formeel vastgestelde strategie voor de aanpak van het nationaal drugsprobleem vinden er tal van activiteiten plaats. Behalve de vele awareness programma’s die in samenwerking met de netwerken van de NAR worden uitgevoerd is er via het Ministerie van Onderwijs het project “Prevention Crime and Violence” in een 5-tal districten uitgevoerd waarbij gezinnen, scholen, leerkrachten worden getraind.

Naast het schrijven van het NDMP en de implementatie van het MEM heeft de NAR in de afgelopen periode de volgende zaken aangepakt:
1. voldoen aan internationale rapportageverplichtingen: het MEM, de Annual Report Questionnaire (ARQ) van de United National on Drugs and Crime (UNODC); dataverzameling van treatment centers rapporteren aan de OAS;
2. versterking van de behandelcentra met de aanbieding van drugstesten;
3. preventieactiviteiten en trainingen van de verschillende stakeholders van de primaire- en tertiaire drugspreventie waaronder ook de laagdrempelige trainingen voor hindoegeestelijken;
4. viering van internationale dagen: Wereld Anti-drugsdag op 26 juni en de viering van Leerkrachtendag in oktober;
5. Ondersteuning voorbereiding EU-CELAC High Level Meeting die in juni 2019 heeft plaatsgevonden;
6. PAHO-trainingen voor stakeholders van de primaire- en tertiaire drugspreventie.

De aanpak van de drugsproblematiek vereist betrokkenheid, samenwerking en vooral (politieke) wil om het probleem effectief aan te pakken. Er moet in dit kader worden geïnvesteerd in de versterking van het observatorium, zodat de onderzoeken kunnen worden uitgevoerd.

Een belangrijk gezondheidszorginstrument om onze bevolking te beschermen voor gevaarlijke drugs is het zogeheten Early Warning Systeem (EWS). Door middel van het EWS kan er alarm worden geslagen, zodat er geen slachtoffers te betreuren zijn, als er nieuwe onbekende drugs (lachgas, sukru enz.) op de markt komen. Door de uitstekende contacten tussen de NAR en zijn werkarm, het Uitvoerend Bureau van de NAR (UBN) met relevante stakeholders (politie, laboratorium, ngo’s enz.) zijn wij als land goed in staat om onze bevolking in redelijke mate te beschermen op dit vlak.

Ook is er door tussenkomst van de NAR, drugstestapparatuur beschikbaar gesteld aan het centraal laboratorium van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG).

Nationale Anti-drugs Raad (NAR)
Drs. G. Uiterloo
Voorzitter

VANDAAG