Wie plaatst ontwikkeling van Oost-Suriname op ontwikkelingsagenda?

Ondanks het feit dat Oost-Suriname ongekende ontwikkelingspotenties heeft, moeten wij als samenleving al decennia, zo niet eeuwen pijnlijk constateren dat het peil van de welvaart en het welzijn van dit deel van Suriname zeer laag is. Het is zonder meer evident dat in het recente verleden en heden geen enkele beleidsmaker tot het besef is gekomen om dit geografisch gebied van Suriname op de ontwikkelingsagenda te plaatsen.

Hoewel nationaal via de staatsbegroting en internationaal via allerlei ontwikkelingsfondsen, er genoeg mogelijkheden zijn. Vanwege gebrek aan interest en kennelijk een verkeerde prioriteitsstelling worden al deze mogelijkheden onbenut gelaten. Politici liggen tevens te vaak onnodig overhoop met elkaar om niet ter doende zaken, waardoor de nodige en juiste politieke wil wordt weggevaagd.

Op regerings- en overheidsniveau is er geen enkel actueel, integraal en samenhangend plan ontvouwd om Oost-Suriname maatschappelijk te tillen naar een modern en innovatief niveau. Met een goed ontwikkeld Oost-Suriname is er een geweldige poort naar de Europese Unie (Fans-Guyana) met allerlei mogelijkheden voor het gehele land. Fans-Guyana is een overzees departement van Frankrijk. Dus we kunnen het zien als een district in Frankrijk (Marseille, Lyon, Bordeaux etc.).

Vanuit het maatschappelijke middenveld is er door een consultantbureau een aanzet gemaakt om te geraken tot een degelijke ruimtelijke ordening waarbinnen alle sectoren de ruimte zouden krijgen om zich tot wasdom te ontplooien. Voor het grensstadje Albina en omgeving, meegerekend Galibi en Bigiston en het gehele Paramaccaanse gebied in en langs de linkeroever van de Marowijnerivier is door het voornoemde bureau de ruimtelijke ordening geheel in kaart gebracht.

Uitgaande van al de voorkomende natuurlijke hulpbronnen die ingezet kunnen worden voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling, het menselijke potentieel, de vruchtbaarheid van de bodemgesteldheid voor landbouwuitoefening gekoppeld aan de markt voor afzet in Frans-Guyana en Brazilië, zou het heel goed zijn als politici en het bedrijfsleven dit gebied serieus op de ontwikkelingsagenda plaatsen.

Politici die zich nu opmaken om in 2020 het roer over te nemen, zouden er beter aan toe zijn om nu al zich goed te verstaan met de Franse autoriteiten en nagaan wat de mogelijkheden zijn aan ontwikkelingsinitiatieven voor beide oevers van de Marowijnerivier. Dit zou moeten gelden vanaf Maripasula tot St. Laurent aan de Franse oever en aan de Surinaamse oever vanaf Diitabiki tot Galibi.

Het is goed dat het veiligheids- en milieuaspect voor beide naties hierbij goed onder de loep worden genomen. Maar aan beide zijden moet men ook goed doordrongen zijn van het feit dat er pas sprake kan zijn van stabiliteit en veiligheid in een grensgebied als mensen die daar wonen en werken een redelijke en verantwoorde bestaan hebben. Het is overal ter wereld een wetmatigheid van de mensheid dat men het gegoede leven gaat opzoeken waar men dit denkt te vinden. Men zal dit op een geoorloofde manier doen, maar het is ook niet uitgesloten dat het op een ongeoorloofde manier zal plaats vinden bij gebrek aan de juiste alternatieven.

Met juiste instelling en opstelling van de politici die deze issues op de agenda moeten plaatsen kan Oost-Suriname ontwikkeld worden tot een welvarend paradijs. Er is geen enkele reden om mismoedig te zijn voor de vooruitgang van dit gebied. De mensen die er wonen, zullen alle elementen die een stagnerende en frustrerende rol vervullen in het verheffen van hun woongebied, moeten weghouden van enig platform waar er beleidsbeslissingen plaatsvinden.

Ettiré Patra

VANDAAG