Fernald: Terugblik op schooljaar 2019 (deel 1)

Ivan Fernald

Aan het begin van een nieuw schooljaar is het nuttig om de balans op te maken en na te gaan of de gestelde jaardoelen gehaald zijn. De slagings-, overgangs- en drop-out percentages geven een beeld van de doorstroming in het onderwijs. Uit resultaten over een reeks van jaren blijkt dat veel leerlingen langer doen over de school dan nodig is. Dat is een enorme verspilling van tijd en geld. Het onderwijsbudget slokt een aanzienlijk deel op van de totale staatsbegroting. Het is daarom van belang dat er kwaliteitsonderwijs gegeven wordt en dat leerlingen niet nodeloos blijven hangen in het systeem.

De landelijke resultaten van de glo-toets waren in 2019 beter dan in 2018. Het is verheugend dat er enigszins beter gescoord is ten opzichte van voorgaande jaren maar de statistieken laten zien dat er steevast schommelingen zijn in slagingspercentages van onderwijsinstellingen. Mulo blijft stationair met een gemiddeld eindresultaat (na herexamen) van 60%. Vwo en havo laten een marginale stijging zien van respectievelijk 1.5 en 1.6% in vergelijking met het schooljaar 2018. Indien de kernproblemen aangepakt worden kan er een betere basis gelegd worden voor duurzame verbetering van de onderwijsresultaten.

In een serie van drie artikelen zullen de onderwijsresultaten van 2019 onder de loep genomen worden.

Artikel nummer 1: Landelijk gemiddelde glo-toets stijgt naar 59% in 2019

Er hebben 10.933 zesde klas leerlingen deelgenomen aan de glo-toets van wie er 6.543 zijn geslaagd voor toelating mulo. Dat is 59.9% en dus is het landelijk resultaat gestegen met 7.2% ten opzichte van 2018. Een afdoende verklaring voor de stijging is niet gegeven. In de afgelopen negen jaar is het slagingspercentage voor de glo-toets niet boven de 60% uitgekomen.

Districten
Het is toe te juichen dat alle districten beter hebben gescoord. Nickerie heeft wederom het beste resultaat voor de glo-eindtoets behaald met een percentage van 78. Saramacca en Commewijne volgen op de voet. Deze drie districten hebben een resultaat van boven de 70% neergezet. Overigens heeft Nickerie niet altijd het beste resultaat gerealiseerd in het afgelopen decennium. In 2015 had Commewijne het hoogste slagingspercentage glo.

Sipaliwini is helaas weer hekkensluiter. Het oogt bemoedigend dat dit district een sprong voorwaarts heeft gemaakt van 27.1 in 2018 naar 37.6% in 2019. Brokopondo laat de grootste progressie zien. Dit district scoort 13% hoger maar presteert (met een percentage van 42.7) nog steeds onder het landelijk gemiddelde voor de glo-toets. Een vergelijking van prestaties over een reeks van jaren laat zien dat de meeste districten in 2018 lager gescoord hebben dan in 2017. Brokopondo heeft een forse terugval van bijkans 14% in 2018 ten opzichte van 2017. De huidige stijging in slagingspercentages betekent dus niet dat een duurzame trend is ingezet. De inspanningen moeten erop gericht zijn om duurzame verbeteringen te boeken.

Discrepantie glo-toetscijfers en schoolkwartaalcijfers
De glo-toets is bestemd voor leerlingen van de zesde klasse van de basisschool en het resultaat is bepalend voor doorstroming naar mulo of lbo. Deze selectietoets bestaat uit zeven vakken: Tekstbegrip, Algemene taalkennis, Redactie rekenen en Cijferen, Hoofdrekenen, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Natuuronderwijs. Het eindcijfer van de zeven toetsvakken wordt berekend aan de hand van de schoolkwartaalcijfers en de toetscijfers.

Sinds jaar en dag zijn de gemiddelde toetscijfers lager dan de schoolkwartaalcijfers. In 2018 was er een uitzonderlijk groot verschil. Het totaal van het landelijk gemiddelde van de zeven toetscijfers bedroeg 35 punten. Het landelijk toetscijfer voor zes van de zeven vakken was onvoldoende. Slechts voor het vak Geschiedenis was er een voldoende behaald namelijk een zes. Het landelijk gemiddeld toetscijfer voor Redactie rekenen en Cijferen was zelfs een vier. De gemiddelde schoolkwartaalcijfers per vak waren veel beter en dat heeft ertoe geleid dat er in 2018 er geen debacle heeft plaatsgevonden. Gelukkig zijn de resultaten van 2019 beter.

Het landelijk resultaat voor de glo-toets is in 2019 gestegen naar 59.9%. De deelcijfers (eindcijfers per vak) heeft het examenbureau inmiddels prijsgegeven en daaruit blijkt niet dat de versoepeling van de hoofdrekenentoets en de verruiming van de toegestane tijdsduur met tien minuten geleid heeft tot significant betere resultaten voor Rekenen. Insiders beweren dat de moeilijkheidsgraad van Redactie rekenen ook enigszins is teruggebracht. De verwachting is niet uitgekomen dat daardoor het gemiddelde cijfer voor redactie en cijferen zou stijgen. Wij mogen wel aannemen dat de hoofdrekenresultaten zonder aanpassing slechter zou zijn geweest.

Het landelijk gemiddeld toetscijfer ligt wel hoger dan in 2018. Voor de vakken Tekstbegrip, Algemene Taalkennis, Aardrijkskunde en Natuuronderwijs is in 2019 het gemiddelde toetscijfer een zes. In 2018 was het gemiddeld toetscijfer voor deze vakken een vijf. Het landelijk gemiddelde eindcijfer per vak is gestegen en daardoor is het slagingspercentage glo 2019 verbeterd en opgelopen tot 59%.

Consistentie en gelijkwaardigheid
De toets moet valide zijn en de tijdsduur moet in overeenstemming zijn met de moeilijkheidsgraad. Ook moeten toetsen over de verschillende jaren gelijkwaardig zijn. Anders zijn wij geneigd verkeerde conclusies te trekken. Het is aan te bevelen om een commissie van deskundigen te benoemen die de taak heeft om de toetsopgaven aan een kritische reflectie te onderwerpen. De bevindingen moeten gedeeld worden met de opstellingscommissie c.q. het examenbureau. Dat is een effectief middel om de kwaliteit en nauwkeurigheid van de toetsen te waarborgen.

Ivan Fernald

Over de auteur
Ivan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao). Hij was van 2005-2010 minister in de regering van president Ronald Venetiaan. Van 2011-2016 vervulde hij de functie van manager bij Rosheuvel & Partners Business Group (RPBG) en had de leiding van ‘Suriname Information Technology Training’ (NV SITT). Van 2013-januari 2017 was hij coördinator van het wetenschappelijk bureau van de Nationale Partij Suriname (NPS).

Fernald is momenteel parttime docent op het Instituut voor Opleiding van Leraren (IOL). Er zijn in de afgelopen jaren 34 artikelen van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht met nationale ontwikkeling.

VANDAAG