Wijzigen Wet op staatsschuld doodsteek Surinaamse economie

De Nationale Assemblee. Foto: Suriname Herald

De Surinaamse regering is van plan om door middel van wijziging van de Wet op de staatsschuld het obligoplafond te laten vallen. Hierdoor kan er ongelimiteerd geleend worden. In principe hoeft het verwijderen van het leningsplafond geen probleem te zijn als een land extra geld wil lenen om grote investeringen te doen en de productiviteit te verhogen.

Landen als Amerika en andere grote industriële landen kunnen tot overschrijding van hun leningenplafond overgaan, omdat zij:
– in de eigen valuta lenen en dus geen spanningsveld riskeren tussen de eigen munt en een buitenlandse valuta;
– biljoenen euro’s en $ aan materiële bezittingen en kapitaalgoederen hebben en vaak grote voorraden goud tot hun beschikking die voor een stabiele dekking zorgen;
– ook een enorme productie- en dienstencapaciteit hebben, die ervoor zorgen dat er constante economische groei plaatsvindt, waardoor de waarde van de totale leningen in relatie tot het bruto binnenlands product (bbp) per saldo afneemt.

Door de hoge productiviteit in industriële landen is er ook een constante stroom van belasting- en exportinkomsten die de stabiliteit na een grote lening blijven garanderen.

In Suriname hebben we te maken met het feit dat grote buitenlandse leningen in $ plaatsvinden. Suriname kan geen eigen US-dollars bijdrukken en de staatsinkomsten zijn sterk afhankelijk van de mijnbouw. Hierdoor ontvangt Suriname alleen dollarinkomsten uit aardolie, goud- en hout- en de visserijexport. Suriname heeft nog geen gevarieerde economie om op andere manieren aan buitenlandse valuta te komen.

Bovendien heeft Suriname een importeconomie, waarbij alle basale producten, die ook in Suriname zouden kunnen worden geproduceerd, elke maand weer worden geïmporteerd. Dit legt een grote druk op de Surinaamse dollar. De vraag naar US-dollars zal dus altijd overheersen ten opzichte van de aanbodkant, om de import te kunnen blijven financieren en om de buitenlandse schulden af te lossen. Hierdoor bestaat er altijd het risico dat de koers van de SRD kan stijgen ten opzichte van de buitenlandse valuta en ligt het inflatiegevaar altijd op de loer.

Suriname moet zich niet vergelijken met grote industriële landen zoals Amerika en andere landen in de EU met betrekking tot het verhogen van het leningenplafond. De meeste van deze landen hebben een AAA-kredietwaardering, zijn gebonden aan begrotingsrestricties en hun economie laat het toe om buitenproportionele leningen aan te gaan. Als er een valide vergelijking gemaakt moet worden, neem dan landen als Argentinië, Venezuela en Griekenland als voorbeeld om onszelf een spiegel voor te houden. Aan de hand van die voorbeelden moeten wij toetsen of Suriname er wel goed aan doet om bepaalde beslissingen te nemen die nog generaties lang van nadelig invloed zullen zijn.

Oproep aan de parlementariërs
Parlementariërs van De Nationale Assemblee in Suriname, u bent door het volk van Suriname gekozen, dat u het vertrouwen heeft gegeven om beslissingen te nemen die zijn belangen niet schaadt. U dient de regering te controleren en kritisch te begeleiden, zodat er in landsbelang de beste keuzes worden gemaakt. Op dit moment hebben we al een obligatielening van $550 miljoen uitstaan waar jaarlijks ongeveer $55 miljoen aan couponrente voor moet worden betaald. Deze aflossing hangt als een molensteen rond de nek van de Surinaamse economie.

Verder zijn er ook diverse andere leningen afgesloten die niet ten behoeve van de productiviteit en de export zijn aangewend en afbetaald en ooit ook terugbetaald moeten worden. Suriname heeft nu een B-creditrating met een negatieve outlook. Dat rust op de schouders van de komende generaties. Een volgende afwaardering van de kredietwaardigheid van Suriname kan een CCC-kredietstatus opleveren, wat gelijk staat met een land waar in het een substantieel risico is om in te investeren.

Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de productiviteit, belastinginkomsten en de export betekenisvol gaan toenemen de komende jaren. Op olievondsten hopen, is geen valide basis om ondoorzichtige economische beslissingen te nemen. Voordat deze wet in behandeling zal worden genomen, doen parlementariërs er goed aan om de regering naar een uitgebreid investeringsplan te vragen hoe toekomstige leningen geïnvesteerd zullen worden om de verdiencapaciteit van Suriname te verhogen. En een transparant plan om de schulden af te lossen. Als zulke plannen uitblijven, zal aanname van deze wet de doodsteek voor de Surinaamse economie betekenen.

Peter M. Wolff

VANDAAG