Zijn drugs legaal in Suriname? Over de inwerkingtreding van de Wet Constitutioneel Hof

Een ongerijmde uitkomst
In enkele bijdragen aan nieuwsmedia betoogt mr. D.R. Changoer dat de Wet Constitutioneel Hof niet in werking is getreden. Volgens hem mag de Surinaamse wetgever de bepaling van het tijdstip van inwerkingtreding van een wet niet aan de president overlaten. Dat zou volgens hem in strijd zijn met de Wet op de afkondiging van wetten en staatsbesluiten (WAWS). En omdat de Wet Constitutioneel Hof dat wel doet, kan de presidentiële resolutie waarin het tijdstip van inwerkingtreding van die wet werd bepaald, die wet niet in werking hebben doen treden.

Als Changoer’s standpunt wordt gevolgd, dan zou niet alleen de Wet Constitutioneel Hof niet in werking zijn getreden, maar alle wetten van na de WAWS waarin het vaststellen van het tijdstip van inwerkingtreding aan de president is overgelaten. Dan zouden, om maar een greep te doen, onder andere de Wet telecommunicatievoorzieningen, de Wet rechtspositie militairen en de Wet verdovende middelen onverbindend zijn. Drugs zouden in Suriname dan legaal zijn en het land zou aan ongekende rechteloosheid ten prooi vallen. Dat zou een ongerijmde uitkomst zijn.

Gelukkig klopt Changoer’s betoog niet. Het Surinaamse recht staat wel degelijk toe dat de wetgever de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een wet delegeert aan de president. Eerder is dit in Suriname Herald ook door mr. Ed H.J. van den Boogaard betoogd.

Wat zijn de belangrijkste argumenten?
De belangrijkste argumenten zullen hieronder beknopt worden samengevat. Zie de pdf-versie in de link onderaan voor een uitvoeriger versie.

Grondwet
Aangenomen moet worden dat artikel 118 van de Grondwet toestaat, dat bij de wettelijke regeling van het tijdstip van inwerkingtreding wordt gedelegeerd. Hierop duiden de gebezigde grondwettelijke terminologie en diverse passages in de Memorie van Toelichting bij de Grondwet van 1975. De wetgevingspraktijk sinds 1975, zowel die van vóór de WAWS (1988) als die van daarna, sluit hierbij aan.

Changoer lijkt niet te betwisten dat artikel 118 van de Grondwet delegatie toestaat, maar stelt dat in de WAWS van die delegatiebevoegdheid geen gebruik is gemaakt. Nergens in de WAWS, noch in de considerans of de toelichting, staat dat het tijdstip van inwerkingtreding van een wet aan de president mag worden overgelaten, aldus Changoer. En nu de WAWS als organieke wet de door de Grondwet verlangde algemene regels voor de inwerkingtreding van wetten geeft, is de wetgever gehouden die WAWS na te leven. De inwerkingtreding van wetten mag dus niet aan de president worden overgelaten, aldus Changoer.

Verhouding Grondwet, WAWS en gewone wetten
Hiermee gaat Changoer echter voorbij aan het beginsel dat hogere wetten boven lagere wetten gaan en dat een door de Grondwet verleende delegatiebevoegdheid dus niet door een lagere wet zoals de WAWS kan worden weggenomen. De WAWS die artikel 118 van de Grondwet uitwerkt moet in de context en tegen de achtergrond van die grondwettelijke bepaling worden begrepen. Aangezien die bepaling delegatie toestaat en een lagere wet dat niet kan veranderen, kunnen de woorden “tenzij zij anders bepaalt” in de WAWS geen verbod op delegatie inhouden. Een wet die haar inwerkingtreding aan de president overlaat, wijkt dus niet af van de WAWS.

Afwijking van de WAWS leidt niet tot onverbindendheid van een wet
Als een wet op het punt van inwerkingtreding wél zou afwijken van de WAWS, dan zou louter op grond daarvan evenmin kunnen worden aangenomen dat die wet dus onverbindend moet worden geacht. Een organieke wet heeft als wet in formele zin hiërarchisch gezien immers precies dezelfde rechtskracht als een gewone wet. De Grondwet verplicht de wetgever alleen de bepalingen van de Grondwet in acht te nemen.

Geen overtuigende redenering
Uit het feit dat de WAWS zelf, noch de considerans of de toelichting daarbij, vermeldt dat de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een wet ook aan de president mag worden overgelaten, leidt Changoer af dat de wetgever dus niet heeft beoogd een andere regelgever mede bevoegd te maken dat tijdstip vast te stellen. Deze redenering, waarin op grond van het ontbreken van de vermelding van een mogelijkheid wordt geconcludeerd dat die mogelijkheid niet bestaat, is niet overtuigend. De considerans van de WAWS wijst artikel 118 van de Grondwet als wettelijke grondslag aan. Dat grondwetsartikel bevat een delegatiebevoegdheid welke door de WAWS, een lagere wet, niet kan worden weggenomen.

Vangnet
Wetssystematisch gezien is de meest overtuigende opvatting over de strekking van de WAWS, dat deze wet in een algemene regel over het tijdstip van inwerkingtreding van wetten voorziet, opdat in het geval dat een wet geen inwerkingtredingsbepaling bevat, niettemin duidelijkheid bestaat over de vraag wanneer die wet in werking treedt of is getreden. De WAWS fungeert zo bezien als vangnet. Dat is van belang voor de rechtszekerheid en voor de uitvoering van wetten.

Mr. T.G. van der Zwaag (*)
Amsterdam, 30 juli 2020

(*) verbonden aan de Spong Law Academy

Lees hier het volledige artikel
Zijn drugs legaal in Suriname? Over de inwerkingtreding van de Wet Constitutioneel Hof (.pdf)

VANDAAG