De Kwinti-strijd

Velen hebben in onze historie gestreden voor vrijheid en rechtvaardigheid en daaruit roem, eer, rijkdom van overgehouden en anderen niets. Belangrijk is dat de offers gebracht en de bijdragen geleverd onafwisbaar zijn en voor vele positieve zaken toen en nu hebben gezorgd. De realiteit is dat degene die gepland/gezaaid of de offers gebracht hebben niet perse degenen zijn die de vruchten plukken of met de eer strijken.

Een sprekend voorbeeld is dat van de Kwinti’s. De minst in aantal van de zes marron stammen in Suriname. Ze zijn bekend onder de namen Kwinti’s, Coerintiërs en Kofiemakka negers. Kofiemakka verwijst naar de stamvader en leider van de groep ‘Kofie’ genaamd. Hij is de persoon van Kofiedjompo/Lelydorp die na een aanval op plantages bij achtervolging met een bovenmenselijke sprong over de enorme zwamp ging. Hij is dezelfde Kofie wiens standbeeld staat in Guyana als vrijheidsstrijder en leider van de grote slavenopstand aldaar. De Kofiemakkakreek is naar hem genoemd.

Ongeveer rond 1850 sloten de Kwinti’s onder leiding van granman Alamoe vrede met de Matawai’s waar ze bleven wonen en vele dorpen stichten, onder andere Paka Paka, Toekoesi, Makaya pingo, Kwatahede en Wana kompa faya. Ongeveer 1880 vertrokken de Kwinti’s onder leiding van dezelfde ‘granman Alamoe’, na onenigheden met granman Adrai der Matawai naar Boven-Coppename, hun huidige woon- en leefgebied waarvan de dorpen Kaaimanston en Witagron nog permanent bewoond zijn.

Het eerste dorp dat ze in de Coppename stichten heet ‘Kopakreisi’ (kompo a kruisie) wat betekent verlost van het kruis of te wel juk en onderdrukking van granman Adrai der Matawai.

In 1887 werden de Kwinti’s (hun stam, Granman en gebied) officieel erkend door het gouvernement. In 1905 ging granman Alamoe op uitnodiging van het gouvernement naar Paramaribo voor overleg en keerde nimmer terug.

Met André Mathias 2002-2018 is na bijkans honderd jaar, het granmanschap hersteld. Maar dan weer zeer discriminerend, want de granman der Kwinti’s en de Aluku’s krijgt niet hetzelfde honorarium, emolumenten, distinctieven, aandacht en waardering van de overheid als de overige granmans. We kunnen zelfs spreken van een ‘koprokanu’/assepoester status, die doorwerkt naar de manier waarop de Kwinti-leiding en gemeenschap benaderd en behandeld wordt. Eenieder denkt te moeten bepalen voor de Kwinti’s. Van ministers tot de laagste ambtenaar en zelfs vreemdelingen.

Zijn kabinet is een officieel instituut dat als de administratie van de stam dient en officiële informatie van de stam (historische, culturele, traditionele, structuren, bestuur), onderzoekt, verzamelt, vastlegt en beheert. Het geeft ondersteuning aan het beleid van de Granman en de meest geschoolde Kwinti’s zijn hieraan verbonden.

Er was een enorme economische opleving en gemeenschapsontwikkeling vanwege de boegroemaka palm industrie in de jaren zestig en tijdens het West Suriname/Bakhuys bauxiet project. Daarna kwam de Binnenlandse oorlog die alles vernietigde. De meeste mensen vluchten toen en zijn niet terug gekeerd omdat de wederopbouw en ontwikkeling niet opgang is gekomen. Na de oorlog zijn er miljoenen Nederlandse gulden gekomen voor de wederopbouw van het binnenland. Geen cent is toegekend aan de Kwinti-gemeenschap.

In 1998 werd het grootse deel van hun leef- en woongebied tot deel van het Centraal Suriname Natuur Reservaat gemaakt. Het paradepaardje, visitekaartje en gezicht van Suriname op het gebied van milieu/natuurbeheer. De Kwinti-gemeenschap moest ook daar offers brengen door haar economische inkomsten, gezag in te leveren, zonder enige compensatie uit de vele miljoenen Amerikaanse dollars die vanwege het reservaat zijn verkregen.

Enkele bijzonderheden van de Kwinti’s:
– Er is geen officiële vrede (rechtstreeks) gesloten tussen de Kwinti en het gouvernement/overheid zoals bij de Aucaners, Saramaccaners en Matawai, die zich in alle rust en vrede(veiligheid) konden ontwikkelen. Deze vredesovereenkomsten tussen het gouvernement en deze stammen was voor de Kwinti’s en overige kleine groepen een rechtstreekse vogelvrij-verklaring. Hun broeders (de vrede stammen) werden naast het gouvernement plotseling ook hun vijanden. De Kwinti’s konden meedoen met de vrede en daarmee ook hun vrijheid, veiligheid en rust veiligstellen, maar dat was klaarblijkelijk voor hun geen optie, want het grotere doel was; alle Afrikanen/slaven in Suriname bevrijden, in stad, plantage en binnenland. Trouwens ze hadden nog steeds families op de plantages.
– Granman Alamu is de enige leider die met granman-titel uit het bos is gekomen;
– de Kwinti’s zijn de enige groep wiens woon- en leefgebied officieel is vastgesteld en toch wordt beheerd door derden.
– Eerste vrouwelijke basya is bij de Kwinti’s geweest (ma Koebi Koebi)
– Kwinti’s hebben een eigen taal, stijl van drum, zang en huizenbouw, (Kwinti kansai).

Rudi Clemens
Bron: Kwinti’s toen en nu

VANDAAG