De onderbelichte zijde van de gestrande lening van US$ 2 miljard plus US$ 5 miljard

President Chan Santokhi. Beeld: CDS
Print Friendly, PDF & Email

In Suriname is er een driftige spinning campagne opgezet om de discussie over de US$ 2 miljard plus US$ 5 miljard te verkleinen tot een discussie van ‘neks no fout’ want er is geen lening, want de lening is niet doorgegaan.

Mij lijkt dat de discussie nu minder moet gaan of de lening wel of niet is doorgegaan, maar moet die gaan over een paar andere opmerkelijkheden die zoveel vragen oproepen waarop president Chan Santokhi antwoord moet geven.

Het begint met de verbazing over de afkomst van het geld van totaal US$ 7 miljard. Deze verbazing zou gepaard moeten gaan met de volgende vragen, heeft de Surinaamse regering zich ervan vergewist
- Wat voor geld het was?
- Wat de achtergrond van de heer Angelo Montanari is?
- Wat de status van MAERC 87 SRL is?

Het is de dure plicht van de transactiepartijen in het algemeen om bij zo’n transactie met zulke bedragen een due diligence te doen. En in het licht van een transactie van US$ 2 + 5 miljard met 0,5 procent rente en een vrijstelling voor rente en aflossing van vijf jaar mag men gevoeglijk aannemen dat dit niet een gangbare business realiteit is. Des te meer moest Suriname dieper kijken naar de rationale van MAERC 87 SRL en de heer Angelo Montanari om deze transactie te willen. In Suriname moest de regering extra waakzaam zijn voor onoorbaar geld of transactie.

De volgende set vragen die zich dan weer aandienen zijn:
- Hadden de ministers wel goedkeuring vanuit de Raad van Ministers (RvM) of het parlement om namens Suriname over te gaan tot een afspraak die zou lijden tot verplichtingen?
- Waarom heeft de regering niet toen openheid van zaken gegeven want als het een gouden en oorbare transactie zou zijn dan zou dat juist iets zijn om te vieren. Opgemerkt mag worden dat de Memorandum of Understanding (MoU) wel ruimte biedt om openheid te geven aan relevante betrokkenen.
- Wie buiten minister Armand Achaibersing, minister Albert Ramdin en president Santokhi hebben hiervan afgeweten? Wist vicepresident Ronnie Brunswijk hiervan af?
- Zouden de ministers met deze transactie niet het leningenplafond overschrijden? Waren ze dan niet op weg naar iets strafbaars?

Naast bovenstaande vragen die de president zou moeten beantwoorden komen andere observaties naar voren die nog meer wenkbrauwen doen fronsen.

De finale versie van de MoU is opgesteld op 6 december 2020. Volgens normaal gebruik gaan meerdere conceptversies aan een finale versie vooraf hetgeen inhoudt dat met het opstellen van de MoU al maanden van tevoren was begonnen. Laat het drie maanden zijn dan betekent het dat in augustus 2020 de eerste versie op papier was. En dan kan je gevoeglijk aannemen dat voor augustus 2020 al gesprekken zijn gevoerd. Als dat twee maanden heeft geduurd dan betekent het dat vanaf juni/juli al met MAERC 87 SRL gesprekken gaande waren. En dus het contact en de kennismaking ruim ervoor heeft geschied. En dit betekent dat de heer Santokhi, toen geen president, zelf betrokken was bij de contacten en niet de heren Ramdin en Achaibersing? Immers volgens de VHP-insiders zijn deze twee heren pas na verkiezing ten tonele verschenen.

Wie waren dan de andere mensen met wie Santokhi het contact legde met Angelo Montanari? Zijn die anderen mogelijk de begunstigden van de commissie van US$ 120 miljoen en US$ 300 miljoen? Waarom zo geheimzinnig allemaal als het toch om een gouden deal zou zijn waar heel Suriname trots op en blij mee zou zijn? Iedereen zou daarbij willen helpen dat het een succes zou worden, de warungs zouden gratis nasi aanleveren, de patisserie zou graag gebak bij de koffie brengen zodat de top-juristen dag en nacht aan de transactie konden werken. En die top-juristen zouden dan wat geconcentreerder aan het document kunnen werken zonder slordigheden erin.

Een transactie van US$ 7 miljard vereist toch top professionaliteit en geen slordigheden in verkeerde spelling van de naam van de leningverstrekker, het niet opletten wie moet tekenen namens de Government of Suriname, niet opletten dat de meest relevante clausules in contractmanagement ontbreken zoals “liabilities, conditions precedents, ontbindingsvoorwaarden”.

De president kan nu niet zeggen ‘a no mi’, want hij koos bewust voor zijn vrouw op het kabinet omdat zij een buitengewoon goed opgeleide jurist in international law was toch? Immers daarom moest ze ook lid worden van de Raad van Commissarissen (RvC) van Staatsolie. Heeft het Kabinet van de President, namens wie de MoU is getekend, dan niet opgelet dat het document vol zit met slordigheden?

Dat de lening niet is doorgegaan betekent niet dat de rest niet ernstig is? Hoe kijkt de internationale gemeenschap nu naar Suriname? Een land dat in het geniep een transactie van US$ 7 miljard aangaat met een partij wat volgens internationale organisaties als Dun & Bradstreet nauwelijks substantie heeft en dus Suriname met iets shady bezig was?

Het wordt er niet beter op met het regeren in Suriname. De leningen van de vorige regering, de voortvluchtige minister en opgesloten bankdirecteuren zijn ernstige zaken, maar bezig zijn met een transactie van US$ 7 miljard is even ernstig vanuit geciviliseerde brillen bekeken. Dat het niet doorging maakt het allemaal niet minder ernstig, de poging tot de daad is al erg. In strafrecht is “poging tot” al strafbaar.

Hikmat Mahawat Khan

VANDAAG