Mathoera: “Wet Constitutioneel Hof heeft geen prioriteit”

Krishna Mathoera (VHP). Foto: Suriname Herald

De Wet Constitutioneel Hof heeft momenteel geen prioriteit om behandeld te worden, zegt assembleelid Krishna Mathoera (VHP). Ze vindt het tegelijkertijd raar dat De Nationale Assemblee (DNA) een agenda van 24 juni 2016 voortzet. Vandaag staat op de agenda de behandeling van de ontwerpwet ter uitvoering van artikel 144 lid 4 van de Grondwet van de Republiek Suriname (Wet Constitutioneel Hof).

Mathoera geeft tegenover Suriname Herald te kennen dat men liever opnieuw de wet op de agenda plaatst. “Na drie jaar ga je het vervolg van de wet weer op de agenda zetten?”, vraagt ze retorisch en waarom deze wet plotseling behandeld moet worden, terwijl DNA bezig is met de ontwerpwetten Wet minimumloon 2019 en de Comptabiliteitswet 2017. Ze is van oordeel dat parlementariërs ruim van tevoren de gelegenheid moeten krijgen om zich voor te bereiden op een wet. Men wil geen kwalitatieve behandeling van de wet hebben.

Mathoera legt uit dat de Wet Constitutioneel Hof drie jaar terug op de agenda werd geplaatst toen de kwestie van de Amnestiewet speelde en de krijgsraad op 9 juni 2016 had bepaald dat het 8-decemberstrafproces voortgang mocht hebben.

Ze benadrukt dat de behandeling van de Wet Constitutioneel Hof geen prioriteit geniet, want de focus is momenteel gelegd op de economie en stabiliteit van het land en de huidige koers die al maar aan het stijgen is. Mathoera voegt er meteen aan toe dat de Wet Constitutioneel Hof wel moet komen en ingesteld moet worden. Echter, het is nu geen prioriteit.

Zoals de wet er nu uitziet, is het een politiek orgaan en het heeft volgens de parlementariër niet als doel om de rechtstaat te versterken. Het is volgens haar bedoeld om de belangen van de zittende regering te behartigen. De uitspraken van de rechterlijke macht moeten gerespecteerd worden. Er moet geen politiek orgaan worden benoemd dat politiek gekleurde beslissingen gaat nemen.

Mathoera is van oordeel dat personen de procedures moeten volgen en de toepassing moet geschieden zoals is voorgeschreven in het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering. “Dezelfde regels moeten gelden voor eenieder en er moet geen onderscheid zijn,” zegt ze, want dat is de kracht van een rechtstaat.

Een constitutioneel of grondwettelijk hof is een centraal rechtscollege dat uitspraken doet over de grondwettelijkheid van de wetten of andere wetskrachtige normen en verdragen. Het doel van dit wetsontwerp is om invulling te geven aan artikel 144 van de Grondwet dat nadere regels over de samenstelling, inrichting en werkwijze voorschrijft, alsmede de rechtsgevolgen van beslissingen van het Constitutioneel Hof vaststelt.

Vishmohanie Thomas

VANDAAG