Cambiohouder: “Geen sprake van smokkelen van euro’s naar VS”

Dollar- en eurobiljetten

Cambiohouders hekelen de beweringen over het smokkelen van euro’s door Surinaamse cambio’s en personen die naar Miami gaan om een ruil te doen voor Amerikaanse dollars. Een cambiohouder, die niet bij naam genoemd wil worden, geeft tegenover Suriname Herald te kennen dat er geen sprake is van smokkel wanneer er wordt geregistreerd hoeveel euro’s het land uit gaan.

In Suriname wordt bij de douane voor bedragen boven 10.000 euro of 10.000 Amerikaanse dollars een H-formulier aangevraagd voor de uitvoer van vreemde valuta naar het buitenland. Dit is bij wet vastgesteld, wil men meer dan 10.000 aan vreemde valuta meenemen naar het buitenland.

Cambio’s en personen die dat bedrag meenemen, gaan langs de douane en het geld gaat vervolgens door de scan van het Bestrijding Internationale Drugsteam (BID-team) dat haarfijn alles controleert en met de douane afstemt of het legaal wordt uitgevoerd. Zowel bij de douane als security alsook het BID-team wordt met documenten de herkomst van de gelden aangetoond.

De cambiohouder vraagt zich daarom af hoe het dan mogelijk is dat het geld gesmokkeld kan worden. In de Verenigde Staten wordt streng toezicht gehouden en moeten de koffers en andere baggage door de scan. De vluchten zijn ook niet rechtstreeks, maar maken meestal een tussenstop op Aruba, in Guyana en op Trinidad and Tobago. Ook daar moeten de koffers en personen door alle controle- en scanapparaten, voordat ze in de VS aankomen.

De gelden worden aangegeven in die landen en vervolgens in de VS gedeclareerd. Daarna worden die naar de Amerikaanse cambio’s gebracht en na aftrek van hun commissie omgezet. Deze gelden gaan vervolgens naar de Europese landen voor verdere omzetting, omdat Amerikaanse banken niet geïnteresseerd zijn in de euro’s en indien ze de ruil doen, geven ze een zeer lage omrekeningskoers die niet aantrekkelijk is voor de ruil, legt de cambiohouder uit.

Na de omzetting van de gelden, wordt er bij de uitvoer van de Amerikaanse dollars weer op de juiste wijze gedeclareerd en wordt de reis vervolgens weer voortgezet richting Suriname.

En in de terugkeerlanden als Aruba, Guyana, Trinidad and Tobago wordt er weer aangegeven dat er geld in de koffers is. Bij aankomst op de Johan Adolf Pengel-luchthaven wordt bij de douane het H-formulier afgestaan en aangegeven hoeveel Amerikaanse dollars worden binnengebracht. “Hoe kan men van geldsmokkel praten, nadat zoveel landen worden aangedaan?”, vraagt de cambiohouder zich af.

Vishmohanie Thomas

VANDAAG