Overnemen productiefaciliteit Suralco was niet winstgevend

Assembleelid Wendell Asadang. Foto: Suriname Herald

De regering heeft besloten om de productiefaciliteit van Suralco niet over te nemen, omdat geen van de uitgewerkte opties winst zou opleveren bij een lage prijs van 250 miljoen Amerikaanse dollars per metrieke ton aluinaarde op de wereldmarkt. Dit gaf de voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, Wendell Asadang (NDP), gisteren te kennen bij de behandeling van de Wet wijziging Brokopondo-overeenkomst en Wet schadeloosstelling bauxietmaatschappijen in De Nationale Assemblee (DNA).

Asadang gaf een uiteenzetting van hoe de onderhandelingen hebben plaatsgevonden met Suralco. De regering was voornemens om de productieoperatie van Suralco over te nemen. De evaluatie van deze optie heeft uitgewezen dat investeringen nodig waren om de industrie te behouden. Zo was circa 330 miljoen Amerikaanse dollars nodig om op korte termijn een mijn in het Nasaugebied tot ontwikkeling te brengen. Voor de lange termijn was 800 miljoen Amerikaanse dollars nodig voor de ontwikkeling van een mijn in het Bakhuisgebied.

Eveneens zou een investering van tenminste 250 miljoen Amerikaanse dollars gedaan moeten worden over tien jaar tijd om de raffinaderij te garanderen en 50 miljoen Amerikaanse dollars voor de upgrading van de raffinaderij.

Vanaf 2014 heeft Alcoa aangegeven dat ze uit Suriname zal vertrekken en de formele procedure is dat de overeenkomst behandeld moet worden in DNA. De regering moet daarvoor een speciaal ingediende machtigingswet aanbieden aan DNA. De machtigingswet die Suriname in 1958 had ondertekend, was vroegtijdig beëindigd. Hierdoor moeten nieuwe overeenkomsten worden aangegaan. Bij de indiening van de Machtigingswet werd er gelijktijdig een Schadevergoedingswet ingediend. Deze regelt hoe er zal worden omgegaan met schadeclaims, geïdentificeerde en niet geïdentificeerde personen die schade hebben ondervonden door de activiteiten van Suralco, legt Asadang uit.

In mei 2014 ontving Suriname een rapportage van Suralco dat er ernstige problemen waren met het voortzetten van bauxietoperaties. Alcoa haalde de argumenten aan dat er is onvoldoende bauxiet beschikbaar was in de huidige mijnen, de energiekosten hoog waren en ze te doen had met terugvallende aluinaardeprijzen op de internationale markt. In juni 2014 maakte president Desi Bouterse het nieuws over de productievermindering van de aluinaarde bekend.

Er was in juni 2014 door Bouterse een presidentiële commissie in het leven geroepen die als taak had het bereiken van een overeenstemming met Alcoa over de wijze waarop de ontwikkeling van deze sector voortgang zal vinden. In juni 2014 startte de commissie de onderhandelingen met Alcoa. Op 7 oktober 2014 gaven partijen de intentie aan om twee opties te laten onderzoeken door Suriname.

Het ging om twee opties, te weten: Suriname neemt de productieoperatie over van Suralco of de tweede optie dat Alcoa de productieactiviteiten beëindigt. Bij deze tweede optie wordt er direct een aanvang gemaakt met onderhandelingen voor sluiting van Suralco’s operaties. Hieronder valt de ontmanteling van de faciliteiten, bodemsanering, mijnrehabilitatie en verplichtingen vanuit Suralco tegenover haar werknemers.

Indien geen enkele optie zou worden geselecteerd vóór 15 november 2014 dan zouden de partijen onmiddellijk met de onderhandelingen aanvangen voor de sluiting van de Suralco-operaties zoals zijn vastgesteld in de tweede optie. Indien de eerste optie niet wordt gevolgd, zullen partijen onmiddellijk aanvangen met de onderhandelingen over de sluiting van de Suralco-operaties.

Asadang gaf aan dat de regering in een moeilijke situatie was. “Je doet het of je doet het niet,” zei de parlementariër. Suriname had moeten kiezen en heeft gekozen voor de eerste optie en toe werd de productie op en laag pitje gedraaid op verzoek van de overheid. De grondige evaluatie onder de eerste optie hield in de evaluatie van de aanwezige bauxietreserves in Suriname, de mogelijkheid van bauxietimport en mogelijke investeerders voor het aangaan van joint ventures met de staat.

Vast is komen te staan dat geen van de uitgewerkte opties winst zou opleveren bij een lage prijs. Hierdoor is de regering teruggekomen op haar eerder gemaakte keuze.

Vishmohanie Thomas

VANDAAG