Surinaamse mensenrechten deskundige herkozen in VN Comité CESCR

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking. Beeld: YouTube

Lydia Ravenberg is bij acclamatie voor een derde zittingstermijn (2021-2024) herkozen als lid van het Comité inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (CESCR) van de Verenigde Naties. Dit gebeurde op 14 september. Dit VN-orgaan is verantwoordelijk voor het monitoren van de uitvoering van de committering van Verdragspartijen bij het Internationaal Verdrag over Economische, Sociale en Culturele rechten. Suriname is op 28 december 1978 toegetreden tot dit verdrag.

Het comité bestaat uit achttien deskundigen die in hun persoonlijke capaciteit dienen voor een periode van vier jaar. In de eerste zittingstermijn van 2013 tot en met 2016 heeft Ravenberg zich onder meer sterk gemaakt voor implementatie op het recht van eenieder op een zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid.

In de tweede zittingstermijn van 2017-2020, heeft zij zich naast het recht op een zo goed mogelijke gezondheid, ook heeft gericht op de bescherming van het gezin, bevallingsverlof en de bescherming van jeugdigen zonder discriminatie op grond van afstamming of andere gronden.

In de nieuwe zittingsperiode wil Ravenberg zich onder meer richten op het tegengaan van corruptie. Het is volgens artikel 2 van het Verdrag de plicht van partij staten om te streven naar de verwezenlijking van de economische, sociale en culturele rechten.

Zij moeten maatregelen nemen op economisch- en technisch gebied en met volledige gebruikmaking van de hen ter beschikking staande hulpbronnen, ter verwezenlijking van de economische-, sociale- en culturele rechten. Corruptie is een beletsel daartoe.

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking heeft de herverkiezing van de deskundige landgenoot verwelkomd. Het buitenlandbeleid moet ook door deze vertegenwoordiger worden uitgedragen, zegt Ramdin.

VANDAAG