Moeilijke gesprekken

De bisschop van Paramaribo, Karel Choennie. Foto: Rooms-Katholiek Bisdom Paramaribo

Ik had een column geschreven voor publicatie op 17 juli, maar meldde toen dat ik die terugtrok op advies van Humphry Jeroe, voorzitter van het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld. De column was een reactie op een gezamenlijke verklaring van 3 juli van het Comité Christelijke Kerken (CCK) en de Interreligieuze Raad in Suriname IRIS.

Jeroe was in gesprek met het bisdom, dat weigerde om met mij rond de tafel te gaan zitten. De publicatie van de column zou een mogelijk gesprek kunnen bemoeilijken. Hij adviseerde me om het niet te publiceren. Ik volgde dat advies op. En hij heeft gelijk gehad.

Afgelopen week zat ik om de tafel met bisschop Karel Choennie. Het gesprek verliep aanvankelijk stroef met onderlinge verwijten naar elkaar, maar al redelijk snel zaten we als volwassen mensen in een serieus gesprek over de vraag op welke wijze we kunnen meehelpen om Suriname uit het moeras van scherpe tegenstellingen te halen.

Het comité is sinds zijn oprichting bezig met dialoog en verzoening. Het bisdom heeft onlangs een initiatief gelanceerd voor dialoog en verzoening. Het zou logisch moeten zijn om de twee initiatieven met elkaar in dialoog te brengen, om tot één gezamenlijk project te komen. Daarom nam Jeroe het initiatief voor gesprekken over samenwerking.

Hij stelde voor om de verschillen en overeenkomsten op een rijtje te zetten en te bekijken hoe we samen verder kunnen optrekken met betrekking tot de overeenkomsten en in discussie kunnen blijven over onze meningsverschillen.

Maar de meningsverschillen waren voor het bisdom zo groot, dat samenwerken op punten van overeenkomst voor het bisdom niet mogelijk was.

Laten we op een zakelijke manier naar de meningsverschillen kijken. Ik geef mijn visie. Het is de verantwoordelijkheid van de bisschop om zijn visie naar buiten te brengen.

Het is eerste wat me opviel in het gesprek, is dat de bisschop heel slecht geïnformeerd is over wat er in Suriname speelt. Hij volgt de media nauwelijks. Hij leest geen kranten. Hij luistert niet naar de radio en kijkt niet naar de televisie. Hij leest mijn columns niet. Het boek dat ik geschreven heb over de getuigenis had hij niet. Jeroe heeft hem indertijd een exemplaar gegeven, maar hij was er niet aan toe gekomen om het te lezen.

Dit alles kwam naar voren toen de bisschop aangaf dat hij helemaal niet wist dat er een Comité Slachtoffers en Nabestaanden bestond, terwijl de media sinds de oprichting van het comité, uitvoerig daarover hebben bericht. Hij kende de naam van Jeroe niet. Hij wist niet dat er in 2016 een Dag van Nationale Rouw was georganiseerd. Hij wist wel van de tweede dag in 2017, omdat het bisdom uitgenodigd was, maar daar geen gevolg aan had gegeven. Ik dacht al die tijd dat de bisschop nauwkeurig de media in Suriname volgde. Maar dat is niet zo.

Ons grootste verschil van mening betrof de rechtszaak van 8 december. De bisschop meent dat de rechterlijke macht onafhankelijk is. Ik stel dat de rechterlijke macht zeer partijdig is. Dat heb ik vaker gezegd en de volgende argumenten gebruikt.

Ten eerste, de grondwet geeft in Artikel 72 het parlement het recht om een Amnestiewet te maken en amnestie te verlenen. De Krijgsraad, die niet eens de bevoegdheid heeft om te oordelen over de grondwet (die bevoegdheid is voorbehouden aan het Constitutioneel Hof dat er in Suriname niet is), gaat volledig voorbij aan de grondwet en weigert het parlement te respecteren in zijn bevoegdheid om een Amnestiewet te maken.

Ten tweede, het argument van de Krijgsraad dat het parlement niet mag mengen in lopende rechtszaken klopt niet. Er zijn drie amnestiewetten gemaakt. In de tweede wet die door Venetiaan is opgesteld, zijn artikelen opgenomen die aangeven hoe in te mengen in lopende rechtszaken inzake de Amnestiewet. De rechters leggen die wet van Venetiaan naast zich neer.

Ten derde, de scheiding der machten houdt in dat de rechters niet op de stoel van het parlement mag gaan zitten en niet mag bepalen welke wetten van het parlement wel of niet geldig zijn.

Daarom zeg ik: de rechterlijke macht is zeer partijdig en heeft één politiek doel: Bouterse moet veroordeeld worden ongeacht hij schuldig is of niet.

Ik hield de bisschop voor dat hoewel hij zegt dat de rechterlijke macht onpartijdig is, hij handelt alsof de rechterlijke macht partijdig is. Want hij wil een traject van dialoog en verzoening opzetten, omdat hij denkt dat Bouterse veroordeeld zal worden en hij daarna de vrede wil bewaren. Maar hoe weet je dat Bouterse veroordeeld zal worden als de rechterlijke macht onpartijdig is? Moet je niet eerst het verweer van advocaat Kanhai afwachten? Waarom denk je dat de rechters Kanhai niet serieus gaan nemen, terwijl je niet eens weet wat Kanhai gaat zeggen.

Waarom zet je niet twee trajecten op: ten eerste als Bouterse veroordeeld wordt richting de achterban van Bouterse. Ten tweede als Bouterse vrijgesproken wordt richting de achterban van 8 december? De bisschop heeft alleen het eerste traject opgezet en handelt op basis van de inschatting, dat de rechterlijke macht partijdig is.

Die volstrekte partijdigheid van de rechters is ongehoord. Ik heb medelijden met Kanhai. Volgens mij denkt hij echt dat de rechters naar hem gaan luisteren als hij zijn pleidooi gaat houden. Maar ze denken bij zichzelf: “Kanhai, jongen, praat snel hoor, want je verveelt ons. Het vonnis is al geveld. We hebben geen zin in je geklets.” De rechters zullen in zichzelf gapen tijdens zijn pleidooi. Ze zullen hem uitlachen, terwijl hij denkt dat hij een heel serieus verhaal houdt. Daarom stel ik voor dat Kanhai zijn pleidooi buiten de rechtszaal houdt op het Onafhankelijkheidsplein. Daar zul je mensen hebben die serieus naar je willen luisteren.

De bisschop wil een waarheidscommissie instellen, nadat Bouterse veroordeeld is geworden. Ik wees hem op een tegenstrijdigheid. Met een waarheidscommissie na de rechtszaak geef je aan dat het rechtsproces niet de waarheid heeft achterhaald en iemand naar de gevangenis wordt gestuurd op basis van informatie die mogelijk niet de waarheid bevat. Want als de rechtszaak de waarheid naar boven heeft gehaald, waarom heb je dan nog een waarheidscommissie nodig?

Het bisdom was ook heel eerlijk in de hele strategie achter zijn beleid. Die bestaat uit vier stappen.

Eerst zullen de rechters Bouterse veroordelen. In de gezamenlijke verklaring van CCK en IRIS staat een opmerkelijke passage. De verklaring roept de gezagsdragers op, om van af te zien van “het toepassen van wel of niet constitutioneel of moreel geoorloofde middelen om het rechtsproces te verstoren, vertragen en/of prematuur te doen beëindigen.” Dit is heel erg opmerkelijk, omdat er gezegd wordt dat al staat de regering in haar recht om de grondwet in te zetten, om het proces te stoppen en al heeft zij moreel gelijk, dan nog moet ze afzien van recht en moraal. Hoe krom is dit?

Stap 2 is dat na het vonnis er nationaal en internationaal een oproep zal worden gedaan aan Bouterse om af te treden. Hij moet gevolg geven aan die oproep. “Trump heeft een kort lontje,” zegt de bisschop. Hij verwacht dus dat Trump snel gehoor zal geven aan oproepen die vanuit de 8-decembergroep gaan komen om Suriname economisch te boycotten (net als Venezuela) of nog ergere middelen in te zetten.

Als Bouterse eenmaal is afgetreden, dan zal het bisdom pleiten voor gratie, zodat hij niet in de gevangenis hoeft. Er zijn mensen uit de 8-decembergroep (vooral in Nederland), die daartegen zijn, maar uiteindelijk zullen zij akkoord moeten gaan.

Tenslotte zal het bisdom een traject van dialoog, waarheidsvinding en verzoening opzetten om de effecten van de uitspraak te verzachten voor de achterban van Bouterse.

Dit is de analyse van het bisdom. De bisschop vroeg mij naar mijn analyse van wat er zou kunnen gebeuren.

Ik leg uit: de meeste dromen zijn bedrog. Ik denk dat de regering alle wettige middelen zal inzetten om het proces te stoppen, maar ik ben het eens met de bisschop dat de rechters zich daar niets van zullen aantrekken en alle wetten en regels naast zich zullen neerleggen, omdat het vonnis al geveld is vóór het pleidooi van Kanhai daadwerkelijk is uitgesproken.

Dan gaat spelen wat André Misiekaba al in andere bewoordingen zei: de rechters gaan door met hun poppenkast en hun popki patoe in hun rechtszaal en de regering gaat door met regeren. Ik schat in dat Bouterse zich niets zal aantrekken van een partijdige uitspraak van partijdige rechters. De regering gaat verder met regeren. Huizen moeten worden gebouwd, wegen moeten worden gerenoveerd. De economie moet uit het slop worden gehaald.

De nationale en internationale oproepen om af te treden, zullen netjes in het archief worden opgeborgen voor toekomstige historici. En de regering zal dealen met de economische en politieke effecten van die oproepen zoals dat in de afgelopen 35 jaar steeds is gebeurd. Suriname heeft vaker moeilijke tijden meegemaakt en deze zal de zoveelste zijn in het rijtje. Bij de verkiezingen van 2020 zal de oppositie die de oproep tot economische boycot gaat steunen, aan het volk van Suriname uitleggen waarom zij een democratische regering ten val wil brengen door bewust economische ellende voor het volk te creëren.

Het zal gaan zoals in de beeldspraak van de Nederlandse ex-minister president Van Agt: de honden blaffen en de karavaan trekt verder. Van Agt bedoelt dat het geblaf van de honden wel in één plaatje zit met een karavaan, maar in werkelijkheid heeft het geblaf geen enkele invloed op de reis van de karavaan.

De bisschop vroeg wat ik vond van zijn idee om het Vaticaan te betrekken bij dialoog en verzoening in Suriname. Ik antwoordde dat ik geloof dat het Vaticaan en het bisdom twee handen op één buik zijn. Het bisdom is de vertegenwoordiger van het Vaticaan in Suriname. Hoe gaat een andere vertegenwoordiger van het Vaticaan het bisdom afvallen en zeggen: uw lijn is verkeerd. U moet niet tegen stopzetting van de rechtszaak zijn als de regering daar wettige middelen voor heeft. Hoe gaat die vertegenwoordiger zeggen: we moeten niet alleen kijken naar de verantwoordelijkheid van Bouterse voor de 8-decembermoorden, maar ook naar de verantwoordelijkheid van de 8-decembergroep voor de Binnenlandse Oorlog. De uitnodiging aan het Vaticaan is alleen een manier om het werk van het Bisdom te versterken, niet om het te verzwakken. Daarom zal ik die uitnodiging niet ondersteunen.

De bisschop en ik concludeerden dat onze meningsverschillen inderdaad heel erg groot zijn. Jeroe dacht dat we vervolgens verder konden gaan met de vraag “wat zijn onze overeenkomsten en hoe kunnen we daar samen optrekken”: de noodzaak van erkenning van slachtoffers via de wet die aan het parlement is voorgesteld, de inrichting van een pad van verzoening, het opzetten van trajecten voor traumabegeleiding zoals met de kerken van Volle Evangelie gedaan wordt.

Maar voor het bisdom zijn de grote verschillen een hindernis voor een samenwerking op de punten waar we overeenkomsten hebben.

Toch ben ik positief over de twee ontmoetingen die we hebben gehad. Waarom? Omdat ik denk dat het niet realistisch is om te verwachten dat we in twee gesprekken tot elkaar zouden komen. Het feit dat we in gesprek zijn met elkaar is al een grote vooruitgang. Misschien dat we ooit in de toekomst toch samen kunnen optrekken op de punten waar we geen meningsverschillen over hebben.

Suriname zit in een oorlog die ooit met wapens en nu met juridische en politieke middelen wordt uitgevochten. De Duitse generaal Karl von Clausewitz die een boek schreef over oorlog zei eens: “Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen.” De rechtszaak is een voortzetting van oorlog met andere middelen.

Wie de oorlog wint, moet zich voorbereiden om ook de vrede te kunnen winnen. Dat geldt voor alle partijen die in oorlog zijn. Uiteindelijk zal politiek geweld alleen duurzaam opgelost kunnen worden door middel van dialoog en verzoening.

Sandew Hira

Disclaimer

  1. Een column heeft een maatschappelijke functie in een democratische samenleving.
  2. Columnisten schrijven op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid.
  3. De publicatie van een column op Suriname Herald, houdt niet in dat Suriname Herald de inhoud van de column onderschrijft.
  4. Suriname Herald is gelet op het bij punt 3 genoemde, niet aansprakelijk voor de inhoud van een column.
  5. Suriname Herald erkent de auteursrechten van columnisten op de inhoud van hun column.
  6. Gelet op de auteursrechten van columnisten op hun column, kan Suriname Herald op verzoek van derden niet overgaan tot verwijdering van een column.
  7. Indien derden het niet eens zijn met de inhoud van een column, dienen zij tot een vergelijk te komen met de columnisten. Eventuele procedures dienen gevoerd te worden tegen columnisten, niet tegen Suriname Herald.

VANDAAG