Tetary is opgestaan

Het beeld van de Brits Indische contractant Janey Tetary naast het presidentieel paleis

Gisteren is het standbeeld van Janey Tetary onthuld op de plek waar vroeger het borstbeeld van Barnet Lyon heeft gestaan. Daarmee is een einde gekomen aan de eerste fase van een discussie over dekolonisatie van de geschiedschrijving met betrekking tot de periode van de Hindostaanse contractarbeid. De tweede fase is de fase van het trekken van lessen uit deze ervaringen.

Dit proces is een model voor hoe je geschiedenis moet dekoloniseren. Daarom is het goed om naar het proces te kijken. Overal in de wereld vindt dekolonisatie plaats door standbeelden van kolonisatoren te vervangen door standbeelden van leiders van het verzet tegen kolonialisme. Suriname is geen uitzondering.

Bij dekolonisatie van de geschiedschrijving zijn discussie en debat essentieel. Dekolonisatie is onmogelijk zonder intellectuele strijd. Voor- en tegenstanders moeten met elkaar in discussie gaan. Uiteindelijk nemen beleidmakers een besluit over hoe om te gaan met de discussie. In dit geval gaat het om besluiten met betrekking tot het collectief geheugen in de openbare ruimte (straten, pleinen etc.). Als het volk het beleid op dit punt niet ziet zitten, kan ze bij nieuwe verkiezingen een andere regering kiezen die een ander beleid uitvoert. Zo hoort het ook te gaan in een democratische samenleving.

Deze regering heeft niet het initiatief genomen om een maatschappelijke discussie over de beelden van Barnet Lyon en Tetary te voeren. Dat initiatief kwam van de Surinaamse gemeenschap (zowel in Suriname als in de Nederlandse diaspora). Het is niet van boven opgelegd. Het is van onderen begonnen en vervolgens door de regering ondersteund. Dat is ook zo geweldig aan dit proces.

Historicus Radjinder Bhagwanbali heeft het verhaal van Tetary ontdekt. De vraag die we ons moeten stellen is: hoe komt het dat studenten en docenten van de geschiedenisopleiding van Suriname niet hiermee zijn gekomen. Dat zou een discussiepunt moeten zijn voor fase twee van dit proces.

Toen het verhaal eenmaal gepubliceerd was in zijn boek getiteld Tetary, zijn jonge Hindostaanse vrouwen de discussie begonnen over hoe je Tetary moet herdenken. In Suriname heeft Tanya Sitaram, een jonge Hindostaanse historica die in de documentaire over Tetary de rol van vertelster heeft vertolkt, gehamerd voor erkenning van de rol van de vrouw in de geschiedenis van het verzet in Suriname. De Culturele Unie Suriname (CUS) heeft het idee van het standbeeld voor Tetary opgepakt.

De CUS heeft het niet gemakkelijk. Ze organiseert grootschalige culturele evenementen zoals Divali. Ze moet rekening houden met een brede achterban waarin uiteenlopende opvattingen zijn over van alles en nog wat. Ze moet de gemeenschap bij elkaar houden en niet uit elkaar drijven.

Kijk, ik ben een eenvoudige columnist die niet veel voorstelt in de publieke opinie. Ik kan gemakkelijk mijn mening uiten en zeggen dat het beeld van Barnet Lyon moet worden opgeblazen. Maar niemand die daarnaar luistert, en zeker de beleidmakers niet. Ik had een keer een gesprek met Melvin Linscheer, toen directeur van het Bureau Nationale Veiligheid, over Tetary en zei: “Melvin, we moeten dat beeld van Barnet Lyon opblazen.” Melvin: “Wij zijn niet van opblazen, maar van verbinden. Wij zijn tegen geweld en voor dialoog.” Hij had me gepakt. Hij heeft natuurlijk gelijk.

CUS heeft een verstandige strategie bedacht. Die begon met het informeren van mensen over wie Tetary is, wie Barnet Lyon is en waarom het standbeeld van Tetary er moet komen. Dat is niet gemakkelijk omdat in de geschiedenisboeken Barnet Lyon is afgeschilderd als een vader voor de Hindostanen, als een weldoener in plaats van een misdadiger. Ze nodigden Bhagwanbali uit om een lezing te geven in Suriname. Die was heel druk bezocht. Bhagwanbali legde uit wie Barnet Lyon was en hoe die het besluit om Tetary te vermoorden heeft verdedigd. De CUS vroeg de regering om een plek aan te wijzen voor het standbeeld van Tetary en nam in eerste instantie geen standpunt in met betrekking tot de locatie. De regering moest de verantwoordelijkheid nemen als beleidmaker om te bepalen waar het standbeeld zou moeten komen. Dat is heel verstandig geweest van de CUS.

Intussen woedde de discussie op internet tussen voor- en tegenstanders van de vervanging van het borstbeeld van Barnet Lyon door het standbeeld van Tetary. De aanvallen van koloniale historici werden geleid door Chan Choenni en Maurits Hassankhan, die Barnet Lyon verdedigden. Het antwoord op Choenni werd geformuleerd door mijn dochter Pravini. Pravini leidde een informatiecampagne in Nederland om geld op te halen voor het standbeeld van Tetary. Er werd ruim € 3.000 euro opgehaald en aan CUS gegeven. Ik schreef een reactie op de argumenten van Maurits Hassankhan.

Uiteindelijk nam de regering het politieke besluit om het beeld van Barnet Lyon weg te halen en te vervangen door die van Tetary. De CUS gaf toen haar mening. Ze schreef in een verklaring: “Dat haar monument de plek mag krijgen waar het borstbeeld stond van Lyon, die de opdracht gaf haar te liquideren, is bijzonder… . De CUS waardeert dat besluit van de regering en spreekt de hoop uit dat de Surinaamse samenleving het ook in dat kader kan plaatsen.”

Door haar handelwijze heeft de CUS laten zien dat ze ingewikkelde en controversiële maatschappelijke vraagstukken weet aan te pakken door een goed beleid van draagvlakvergroting, de bevordering van het democratische maatschappelijk debat, informatievoorziening, maar ook het tonen van daadkracht als dat nodig is. Ze heeft het probleem van de besluitvorming gelegd waar het hoort: bij de beleidmakers, in dit geval de regering. De regering heeft vervolgens het besluit genomen dat past in de dekolonisatie van de samenleving. Op dit punt – de dekolonisatie van de samenleving -moet de regering haar beleid nog verder uitwerken.

Die methode om een maatschappelijk vraagstuk door discussie en debat op te lossen en de beleidmakers verantwoordelijk te stellen voor het nemen van politieke besluiten is een teken van hoe diep democratie geworteld is in Suriname.

De mooiste bijdrage aan de discussie over Tetary kwam verrassend genoeg uit de religieuze hoek. Michael Soebhan, voorzitter van de Surinaamse Moslim Associatie (SMA), gaf een interview waarin hij zei dat de Islam standbeelden verbiedt. Het mooie van die bijdrage is dat het je dwingt om je te verdiepen in de Islam. Waar zegt de Koran dat? Wat wordt er gezegd? Waarom zijn standbeelden verboden?

Ik ben geen moslim, maar heb de laatste jaren veel discussies gehad met moslimgeleerden over de Islam. Ik ben jaarlijks te gast bij de Summer School “Critical Muslim Studies: Decolonial Struggles and Liberation Theologies” die in Granada, Spanje wordt gehouden. Ik voer daar regelmatig discussies met Islam kenners uit Zuid-Afrika, Engeland, Marokko en Amerika. Iemand met wie ik urenlang intensieve discussies heb gevoerd over de Islam is mijn goede vriend Hatem Bazian, één van de grondleggers van het eerste instituut voor hoger onderwijs in de Islam in de Verenigde Staten, het Zyatuna College. Ik ben allerminst een kenner van de Islam, maar door deze ervaringen ben ik me erin gaan verdiepen. Op internet zag ik een borstbeeld van Muhamad Ali Jinnah die door Pakistaanse studenten in bijzijn van de consul van Pakistan werd onthuld. In Pakistan zelf zijn er borstbeelden van onder andere Jinnah. In Iran, een andere stroming in de Islam, zijn er tal van standbeelden.

Wat ik begreep van de discussie over standbeelden en Islam is, dat het niet gaat om een verbod op standbeelden, maar om een verbod op de verering van standbeelden, omdat de Islam maar één God erkent, Allah. In de tijd van de Profeet Mohammed werden inderdaad beelden aanbeden.

Maar bij standbeelden als die van Tetary is er geen sprake van verering en aanbidding. Het is een vorm van erkenning van de bijdrage die ze geleverd heeft aan de strijd tegen het kolonialisme. Dat is de functie van moderne standbeelden. Bovendien is de vraag: wie mag beslissen over een standbeeld van Tetary. Zijn dat moslims of alle Surinamers die haar zien als een leidster en voorbeeldfiguur voor alle Surinamers?

Het mooie aan het interview met Soebhan vond ik zijn democratische opstelling. Hij geeft heel eerlijk zijn mening over Tetary: “Wij zullen dat niet ondersteunen.” Maar hij zegt ook: “Wij zullen het ook niet tegenwerken… Wij erkennen en waarderen de prestaties van zuster Tetary ook. Wij willen haar wel herdenken, maar niet in de vorm van een beeld.”

Suriname kan trots zijn op haar democratie. Het is alive and kicking.

Sandew Hira

Disclaimer

  1. Een column heeft een maatschappelijke functie in een democratische samenleving.
  2. Columnisten schrijven op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid.
  3. De publicatie van een column op Suriname Herald, houdt niet in dat Suriname Herald de inhoud van de column onderschrijft.
  4. Suriname Herald is gelet op het bij punt 3 genoemde, niet aansprakelijk voor de inhoud van een column.
  5. Suriname Herald erkent de auteursrechten van columnisten op de inhoud van hun column.
  6. Gelet op de auteursrechten van columnisten op hun column, kan Suriname Herald op verzoek van derden niet overgaan tot verwijdering van een column.
  7. Indien derden het niet eens zijn met de inhoud van een column, dienen zij tot een vergelijk te komen met de columnisten. Eventuele procedures dienen gevoerd te worden tegen columnisten, niet tegen Suriname Herald.

VANDAAG