Venezuela en Suriname

Minister Yldiz Pollack-Beighle tijdens haar toespraak op de 72ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Foto: VN

Op zondag 15 oktober waren er regionale verkiezingen in Venezuela voor de deelstaten. Venezuela is een federale staat. De Surinaamse pers berichtte daarover op een eenzijdige manier. Starnieuws kopt: “VS: verkiezingen in Venezuela noch vrij, noch eerlijk.” Dit is in lijn met hun algemene berichtgeving over Venezuela: Maduro is een corrupte dictator; het volk van Venezuela komt massaal op straat tegen Maduro; zijn laatste dagen zijn geteld; bij de verkiezingen wordt hij weggevaagd; als Maduro wint, dan is dat gebeurd door verkiezingsfraude. Hij kan onmogelijk winnen.

De resultaten zijn intussen bekend. Er waren 23 staten waarin gouverneursposities en lokale zetels in het geding waren. Maduro’s partij heeft 17 van de 23 staten gewonnen. Ze kregen in totaal 54 procent van de kiezers achter zich. Was er sprake van fraude? Een deel van de oppositie, niet de hele oppositie, zegt van wel. Welke bewijzen brengt de oppositie naar voren? Geen een. De Amerikaanse media nemen dat over en zo ook de Surinaamse.

De verkiezingen werden gemonitord door buitenlandse waarnemers uit Latijns-Amerika, het Caribisch gebied, Europa, Amerika en Rusland. Een team van 70 waarnemers hebben de verkiezingen van Venezuela gecontroleerd. Ze hebben kort na de verkiezingen hun eindrapport ingeleverd en geconstateerd dat de verkiezingen eerlijk en correct verlopen zijn. Alle regels zijn in acht genomen, ondanks het feit dat er maanden van geweld aan de verkiezingen zijn vooraf gegaan. De stembiljetten zijn goed gedistribueerd. Mensen konden vrij en eerlijk stemmen. Er zijn geen misstanden geweest bij het stemmen.

In de nationale commissie die de verkiezingen organiseert, zitten ook leden van alle oppositiepartijen. Die hebben de resultaten van de verkiezingscommissie goedgekeurd.

Maar de oppositie is verdeeld en de internationale media, inclusief de Surinaamse, volgen de lijn van dat deel van de oppositie die de verkiezingsresultaten niet wil erkennen.

In de staat Lara verloor de oppositiekandidaat Henri Falcon zijn zetel als gouverneur aan de kandidaat van Maduro’s partij, Carmen Melendez. Falcon had de gewelddadige protesten gesteund. Hij trekt de conclusie dat die steun hem zijn gouverneurszetel heeft gekost.

De voormalige secretaris-generaal van de oppositiepartij, Jesus “Chuo” Torrealba, verklaarde dat de houding van zijn partij om de regering te beschuldigen van verkiezingsfraude zonder bewijzen te presenteren, schadelijk is voor de partij. De oppositie had immers bij ieder stembureau vertegenwoordigers die de beschikking kregen over de stembusuitslagen. Zij hadden op dat moment kunnen controleren wat er fout was en dat direct aan de orde stellen.

Bovendien heeft de oppositie eigenlijk gewonnen, in de zin dat ze vooruitgegaan is van drie naar vijf staten die ze nu controleren met een gouverneur vergeleken met de vorige verkiezingen. Maar die winst ziet ze als verlies, omdat ze liever had gewild dat Maduro zijn meerderheid kwijt zou zijn geraakt.

Aan het einde van het jaar vinden gemeenteraads- en presidentsverkiezingen plaats in Venezuela. Het zal spannend worden, maar de oppositie is bang om die te verliezen, in de zin dat niet zij, maar Maduro mogelijk een meerderheid behoudt.

De strategie om via geweld Maduro ten val te brengen, heeft averechts gewerkt. Het volk van Venezuela heeft het geweld afgewezen.

Maar ook de internationale media zijn met de billen bloot geraakt. Ze hadden een klimaat geschapen waaruit iedereen verwachtte dat Maduro zou verliezen, omdat ze hun eigen propaganda geloven. Een soortgelijke situatie zien we in Suriname.

Minister Pollack-Beighle heeft in haar toespraak voor de Verenigde Naties het onderwerp van politiek geweld in Suriname en de poging tot dialoog en verzoening aan de orde gesteld. Dagblad de Ware Tijd en de rechtse oppositie waren daar niet blij mee. DWT schrijft: “Doelende op het waarheidsvindingproject van Sandew Hira, stelde de Buza-minister dat het maatschappelijk middenveld het streven naar waarheidsvinding heeft omarmd.”

In reactie daarop zegt DWT: “Het argument van Pollack over omarming van waarheidsvinding door het maatschappelijke middenveld wekt verbazing, omdat een dergelijke bewering niet bekend is in de Surinaamse samenleving. Althans: er wordt niet begrepen wie ze bedoelt met ‘maatschappelijk middenveld’ en dat ook niet duidelijk is wanneer en bij welke gelegenheid die groep zich positief heeft uitgelaten.”

DWT gelooft zijn eigen propaganda en hoopt dat het draagvlak niet aanwezig is. Het kijkt niet naar de feiten. Draagvlak is geen kwestie van ja of nee. Er is wel of geen draagvlak. Maar draagvlak is een kwestie van hoeveel, niet van 0 of 100 procent, maar van hoeveel procent.

Hoe moet je bepalen wat het draagvlak is voor de ene of andere lijn ten aanzien van politiek geweld? Je kunt niet afgaan op de media, omdat die voor een belangrijk deel gecontroleerd worden door de rechtse oppositie en ze hun eigen propaganda geloven. Welke objectieve indicatoren zijn er waarbij het volk zijn stem uitspreekt? De belangrijkste is natuurlijk de verkiezingen voor het parlement. Dat is de echte volksvertegenwoordiging. Bij de eerste democratische verkiezingen na de coup (1987) had de NDP 3 van de 51 zetels. In de daaropvolgende jaren is er sprake van een stijgende lijn: 12 in 1991, 16 in 1996, 10 in 2000, 15 in 2005, 23 in 2010 en 26 in 2015. In 2000 en 2010 was de NDP in een combinatie met andere partijen. Het is nooit voorgekomen in de Surinaamse geschiedenis dat één partij de absolute meerderheid heeft gehad.

Bij alle verkiezingen is 8 december een belangrijk thema geweest. De oppositie heeft dat nooit laten vallen. Er was dus een keuze om politiek geweld te behandelen volgens de rechtse oppositie en de NDP af te wijzen. Vanuit de NDP zijn overigens eerdere pogingen tot dialoog en verzoening geweest, met name via Herrenberg.

Een tweede objectieve indicator is de handtekeningenactie die het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld heeft gevoerd om haar initiatief te steunen voor de Wet erkenning slachtoffers politiek geweld. De actie stond uitdrukkelijk in het teken van dialoog en verzoening. In Nederland zijn 40.000 handtekeningen nodig om vanuit de bevolking een wet te agenderen voor het parlement. Dat aantal is bedoeld om aan te geven dat er een breed draagvlak is in de samenleving voor het actiepunt van de handtekeningen.

In de Surinaamse verhoudingen is dat minder dan 1.200 handtekeningen. Het comité heeft 7.000 gehaald, dat is bijna zes keer zoveel dan in Nederland nodig is.

Wat betekenen deze cijfers? Het hangt af van de bril die je opzet. Als je vanuit de bril van de rechtse oppositie kijkt, zie je alleen maar een strijd tussen mensen die pro- of contra-Bouterse zijn. Vanuit die optiek concludeer je dat het draagvlak voor de rechtse oppositie in Suriname minimaal is en vooral gevoerd wordt door de media en de machtscentra van de oppositie tegen Bouterse gesteund door Nederland.

Als je vanuit de bril kijkt van dialoog en verzoening, zie je geen concurrentie, omdat je het principiële standpunt huldigt dat wij bij politiek geweld allemaal hebben verloren. Niemand kan en mag winst opeisen. Suriname heeft letterlijk zijn kinderen verloren door politiek geweld, aan beide zijden van het politieke spectrum. Familieleden van beide zijden leven tot de dag van vandaag met verdriet, pijn en zelfs trauma’s. Niemand kan met deze kennis een overwinning claimen.

Het inzicht dat we allemaal verloren hebben, zou ons moeten brengen tot de conclusie dat we nooit meer terug willen naar een situatie, waarbij politieke meningsverschillen met geweld worden uitgevochten. De Ware Tijd bekritiseert de minister, omdat zij zegt dat er draagvlak is voor het beleid van de regering. Ze zou de rechtse oppositie moeten bekritiseren vanwege haar beleid om consequent alle pogingen tot verzoening van slachtoffers van politiek geweld te blokkeren.

Sandew Hira

Disclaimer

  1. Een column heeft een maatschappelijke functie in een democratische samenleving.
  2. Columnisten schrijven op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid.
  3. De publicatie van een column op Suriname Herald, houdt niet in dat Suriname Herald de inhoud van de column onderschrijft.
  4. Suriname Herald is gelet op het bij punt 3 genoemde, niet aansprakelijk voor de inhoud van een column.
  5. Suriname Herald erkent de auteursrechten van columnisten op de inhoud van hun column.
  6. Gelet op de auteursrechten van columnisten op hun column, kan Suriname Herald op verzoek van derden niet overgaan tot verwijdering van een column.
  7. Indien derden het niet eens zijn met de inhoud van een column, dienen zij tot een vergelijk te komen met de columnisten. Eventuele procedures dienen gevoerd te worden tegen columnisten, niet tegen Suriname Herald.

VANDAAG