Nederland en de Decembermoorden deel 3

Het Torentje op het Binnenhof in Den Haag, het kantoor van de Nederlandse premier. Foto: Flickr

Suriname werd begin 1983 opgeschrikt door de dood van Roy Horb. Was het moord of zelfmoord? In mijn onderzoek sprak ik met voor- en tegenstanders van de (zelf)moordtheorieën. In het interview met president Desi Bouterse gaf hij aan dat het om een zelfmoord ging. Hij zou Horb nooit wat aandoen: Bouterse: “Toen Horb in de gaten kreeg dat we wisten dat hij misbruik maakte van jonge militairen, toen heeft hij het denk ik, is mijn theorie, heeft hij het niet kunnen verkroppen, als de grote bataljonscommandant, wat hij was en heeft zich daarna daarom opgehangen.” (De Getuigenis, p. 309).

Roy Horb

Ik sprak met deskundigen die betrokken waren bij de lijkschouwing en die ook tot de conclusie van zelfmoord kwamen, maar niet op basis van motievenonderzoek, maar op basis van sporenonderzoek. Bij wurging zijn de striemen om de nek anders dan bij ophanging. Bij ophanging door een derde is er een doodstrijd van het lichaam die andere sporen achterlaat dan bij zelfophanging (spontane zaadlozing of ontlasting).

De ambassade sprak regelmatig met Lunes, indertijd hoofd van de Centrale Inlichting Dienst (CID). In een bericht van 10-2-1983 meldt de ambassade: “volgens lunes, hoofd c.i.d., dient men er van uit te gaan dat horb zelfmoord heeft gepleegd. Ondanks enkele onwaarschijnlijkheden en bezwarende omstandigheden rondom dood van horb heeft lunes in al zijn gesprekken met politionele en justitiële autoriteiten geen aanwijzingen kunnen vinden dan horb zou zijn vermoord. bovendien bestond er volgens lunes een afspraak tussen bouterse en horb, dat elk van hun zelfmoord zou plegen, indien er geen uitweg meer zou zijn. lunes is door directe getuige bij deze afspraak hiervan op de hoogte gesteld. lunes bevestigde mijn reeds eerder gemelde vermoeden dat regiem erop uit is tijdens (show)-proces duidelijk verband te leggen tussen horb en de amerikanen. lunes zelf acht het niet onwaarschijnlijk dat inderdaad een relatie tussen c.i.a. en horb heeft bestaan, waaruit een advies aan horb is voortgekomen om bouterse te elimineren. horb zou zelf hiertoe niet hebben willen overgaan doch zulks hebben gedelegeerd aan 2 van zijn lijfwachten. momenteel zitten er nog 4 personen in verband met de horb-affaire vast, zoals ook in het Surinaams nieuws is gemeld. Het betreft hardjoprajitno, de twee bovenbedoelde javaanse lijfwachten van horb en een hindoestaanse militair. lunes is erbij aanwezig geweest dat bouterse aan de militaire politie opdracht gaf dat betrokken arrestanten goed moeten worden behandeld.” (Archiefcode 2915)

De deskundigen van politie en justitie die betrokken waren bij het onderzoek naar de dood van Horb gaven reeds in die tijd aan dat het om zelfmoord ging. Het bericht maakt ook melding van de druk die op Horb werd uitgeoefend om Bouterse te vermoorden, maar waar hij kennelijk moeite mee zou hebben gehad.

De ambassade volgde ook de eenheid onder de militairen en onder linkse krachten. Binnen de groep van zestien waren er linkse en rechtse militairen. De rechtse militairen wilden de linkse krachten in de samenleving elimineren. Een bericht van de ambassade van 11-1-1983 meldt: “groep van 16 acht zich niet alleen bedreigd door ‘rechts’, doch ook door ‘links’. Op de oorspronkelijke lijst van te liquideren personen zouden door de groep van 16 zelfs enkele leden van de volksmobilisatie en r.v.p. zijn geplaatst. Deze zouden door bouterse zelf van de lijst zijn gehaald. Niettemin is er bij sommigen van de groep van 16 nog steeds een lugubere belangstelling voor personen uit de linkse hoek, omdat bijv. van de kant van de r.v.p. teveel kritiek op de gebeurtenissen van 8 december zou zijn geuit. Door het fysiek uitschakelen van enkele personen uit de volksmobilisatie en/of de r.v.p. zou die kritiek bij de rest van radicaal-links tot zwijgen worden gebracht. Dit zou makkelijk kunnen geschieden omdat eenheid onder links afwezig is. Volksmobilisatie (de bie, essed) en r.v.p. kan met niet zomaar over een kam scheren.” (Archiefcode 2914)

Desi Bouterse als toenmalige bevelhebber van het Nationaal Leger. Foto: Ruben Thin

Twee weken na de moorden nodigde Bouterse ambassadeurs van verschillende landen uit om zijn standpunt uit te leggen over de moorden. De ambassade bericht op 21-12-1982 over dit gesprek: “bevelhebber bouterse heeft hedenmorgen op zijn verzoek verschillende ambassadeurs ontvangen op het paleis. Ik had aansluitend zelf een afspraak om half 12. bouterse begon het gesprek met zijn verontschuldigingen aan te bieden voor het ongemak dat de ambassades op 8 en 9 december hebben ondergaan, met name v.w.b. de verbindingen (telex- en telefoonlijnen waren een aantal dagen verbroken). Vervolgens zei hij dat het buitenlandse beleid van suriname ongewijzigd zal blijven, het niet gebonden karakter staat hoog in het vaandel geschreven. Van aansluiting tot welk blok dan ook is geen sprake. Later in het gesprek herhaalde hij nog eens zijn categorische ontkenning van de aanwezigheid van cubanen in suriname… de gebeurtenissen van 8 december worden door hem zeer betreurd. Dit is echter een interne zaak en hij sprak de hoop uit dat het niet weer zal gebeuren. Hij ontkende dat er lijsten in omloop zijn van nog te arresteren mensen dan wel dat er nog mensen gevangen zitten. Impliciet maakte hij duidelijk dat de arrestatie en liquidatie van de 15 terechtgestelden een op zichzelf staande actie zijn geweest, die geen follow-up zullen krijgen…. ik heb uw positie n.a.v. het gebeuren op 8 dec. uiteengezet en o.m. gezegd dat het gebeurde door de Nederlandse regering en het Nederlandse volk als iets onvoorstelbaars is ervaren, iets wat nimmer voor mogelijk was gehouden. Bouterse knikte begrijpend. Ik heb hem gevraagd, aangezien het ingrijpen op 8 december een politieke beslissing is geweest, welke garanties er zijn dat dit niet weer zal geschieden. Mijn constatering dat het hier om een politieke beslissing betrof, werd door bouterse noch beaamd noch ontkend.” (Archiefcode 2764)

Bouterse benadrukte zijn ongebondenheid ten aanzien van de wereldblokken: hij loopt niet achter Amerika of achter Rusland. De decembermoorden waren niet het begin van een grote zuivering, geen beleid, maar een op zichzelf staand incident.

Een probleem van de ambassade is de betrouwbaarheid van de mensen met wie ze praten. Soms lijkt iemand betrouwbaar te zijn vanwege de relatie met de oude politiek. Maar soms kan diezelfde persoon weer op goede voet staan met Bouterse. Dat blijkt uit een bericht van de ambassade van 29-12-1982 over de figuur Edgar Wijngaarde, vader van Frank Wijngaarde, die op 8 december 1982 is vermoord: “Wijngaarde is ongeveer 70 jaar oud en een heel belangrijk Surinaamse zakenman. Hij bekleedt diverse commissariaten en is mede-eigenaar en President-Commissaris van het belangrijkste hotel in Paramaribo, Torarica. Na de val van de Regering Pengel in 1969 is Wijngaarde Minister van Financiën geweest in het zakenkabinet May. Wijngaarde is steeds actief lid geweest van de Nationale Partij Suriname (NPS), de grote Creoolse partij. Volgens een van de medewerkers van Uw departement, die Wijngaarde reeds vele jaren kent en wiens oordeel ik betrouwbaar acht, is betrokkene onbetrouwbaar en opportunistisch. Hij heeft de naam pro-nederlands te zijn, doch is in werkelijkheid sterk anti-nederlands. Hij heet het huidige Surinaamse bewind kritisch te volgen (en stelt zich zoals bekend thans zeer sterk anti-Bouterse op) doch heeft enkele maanden geleden uit handen van Bouterse een hoge Surinaamse onderscheiding in ontvangst genomen.” (Archiefcode 11296).

De grote vraag voor de ambassade was hoe de bevolking zou reageren op de Decembermoorden. Kort na de moorden kwamen vrouwen op straat. Een bericht van 17-12-1982 meldt het volgende: “voor de derde dag is er door surinaamse vrouwen gedemonstreerd tegen het militair gezag. Vandaag was de groep echter beduidend kleiner en betrof naar schatting niet meer dan 100 personen. de betoging was geheel bedoeld om de aandacht van deze ambassade te trekken. Een kwartier lang is eerst aan de kant van het onafhankelijkheidsplein en later voor de hekingang in de mirandastraat een aantal keren het surinaamse volkslied gezongen. Politie was in de buurt, maar trad niet op. Ik heb daarom verzocht een afvaardiging van twee vrouwen te ontvangen. Beiden hebben mij omstandig uitgelegd hoe angstig het surinaamse volk het gebeuren van de afgelopen week ondergaat. Een van de twee wierp zich op als spreekbuis voor alle surinamers, die niet de middelen hebben om het land te verlaten en die hun kinderen onder deze omstandigheden moeten zien opgroeien. Beiden vroegen in een emotioneel betoog om inmenging van buiten af. Het gehele surinaamse volk zou een omverwerpen van het militair regime met vreugde begroeten, en graag bereid zijn kogels daarvoor te trotseren. Vooral een van de twee, een arme creoolse, vroeg mij emotioneel om amerikaanse of nederlandse interventie. Voor haar was een terugkeer naar de koloniale tijd de enige oplossing, omdat suriname zijn eigen problemen niet aankan. Beide dames zeiden dat door hun slechts naar twee landen worden gekeken: de v.s. en nederland, van wie redding wordt verwacht.” (Archiefcode 2764)

De dames hebben moeten wachten tot 1986, toen Nederland de Binnenlandse Oorlog ging steunen.

In een bericht van 11-1-1983 geeft Lunes van de Centrale Inlichtingen Dienst een analyse aan de ambassade over de potentie van het verzet tegen Bouterse: “lunes verwacht geen gewapend volksverzet tegen bouterse ondanks de wijdverbreide antipathie tegen hem. Het was lunes opgevallen dat een groot deel van de creoolse bevolking uitbundig oudjaar had gevierd, alsof veel ellende en angst van de afgelopen weken was vergeten. Onder de Hindoestanen daarentegen zinnen velen volgens lunes op wraak, met name familieleden van de geëxecuteerden, zoals de familie baboeram en oemrawsing. Uit die groep zouden echter hoogstens individuele gewelddadige acties (mogelijk zelfs moordaanslagen) op de militaire machthebbers te verwachten zijn. Indien dan niet terstond de gehele groep van 16 en hun direct aanhang zou worden geneutraliseerd, zou dit de situatie nog meer doen escaleren, temeer indien bij een eliminatie van bouterse de macht zou worden overgenomen door sital of bhagwandas, die nog minder in het leger geaccepteerd worden dan bouterse.” (Archiefcode 2915)

Met bevelhebber Desi Bouterse (midden), premier Henk Chin a Sen (rechts van Bouterse) en vicepremier André Haakmat (links van Bouterse). Op 4 februari 1982 trad Chin A Sen af, nadat hij het niet eens werd met Bouterse over de besteding van de Nederlandse ontwikkelingshulp en de ontwerpgrondwet.

Er waren zelf steeds geruchten over aanslagen tegen het militair gezag, maar die bleken maar al te vaak echt om geruchten te gaan. Een bericht van 13-4-1983 meldt: “in mijn 303 meldde ik dat er op de auto van minister sital zou zijn geschoten waarbij chauffeur werd gewond en stelde ik mijzelf de vraag of dit wellicht het begin van een gewapend verzet zou kunnen zijn. Inmiddels werd ook vernomen dat huidige commandant militaire politie, lew a tai, in militair hospitaal was opgenomen met schotwonden. Aan nederlandse non zr. Lucacia had lew a tai medegedeeld dat hem een “bedrijfsongelijk” was overkomen. hoofd cid lunes verklaarde desgevraagd. Bericht over aanslag sital verzonnen is door diens chauffeur zelve. Deze was nl. in dronken toestand een greppel ingereden, en had daarna met zijn pistool voorruit ingeslagen om zodoende zijn eigen versie op toedracht van dit ongeluk (aanslag) te kunnen ondersteunen. Ter voorkoming van disciplinaire maatregelen vanwege dronkenschap. Betrokkene heeft inmiddels ware toedracht tegenover militaire politie bekend. t.a.v. lew a tai stelde lunes in diepste vertrouwen, dat deze was gewikkeld in homo-sexuele relatie met een ondergeschikte, die tijdens een rendez-vous op lew a tai had geschoten. Vanwege taboe dat in de surinaamse gemeenschap op homo-sexualiteit rust, zal lew a tai na ontslag uit ziekenhuis worden weggepromoveerd. ik vermeld deze 2 incidenten om aan te geven dat bij diverse geruchten over evt. binnenlands verzet tegen het regiem alhier, de wens dikwijls de vader van de gedachte is. Dat ook deze 2 eerste voorbeelden van een zogenaamd beginnend verzet tegen bouterse in werkelijkheid een geheel andere achtergrond blijken te hebben, geeft aan dat zulk een verzet – voorlopig althans – niet lijkt te passen in het surinaamse traditie- en denkpatroon.” (Archiefcode 2915)

De Decembermoorden hadden Bouterse in een isolement gebracht. De grootste nachtmerrie van Nederland was het idee dat de Decembermoorden niet zouden verhinderen dan Bouterse in de toekomst toch nog uit zijn isolement zou kunnen komen. De roep om een buitenlandse interventie had de antikoloniale sentimenten in de samenleving aangewakkerd. Bouterse wist duizenden mensen op de been te brengen in een demonstratie tegen een mogelijke invasie van huurlingen. De ambassade vroeg zich af of dit het begin was van een draagvlak in de Surinaamse samenleving voor de antikoloniale gedachtegoed van Bouterse. In een bericht van 3-3-1983 meldt de ambassade over een gesprek met Lunes: “lunes meende daartegenover wel met enig recht van spreken een toenemende ergernis te kunnen constateren bij enkele delen van de surinaamse bevolking, die normalerwijze tegen het bouterse regiem zijn gekant, over optreden en uitlatingen van raad van bevrijding onder leiding van ex-president chin a sen. Uitspraken van leden van de raad dat surinaamse bevolking ‘door een economisch dal zou moeten gaan’ (onder meer veroorzaakt door opschorting ontwikkelingssamenwerking) opdat het volk tegen bouterse in opstand zou komen, zouden bij die groepen van de bevolking waar lunes het over heeft veel ergernis opwekken. Volgens persoonlijke mening van lunes is het niet realistisch om aan te nemen dat door grote armoede het volk van suriname massaal in verzet zal komen. In guyana, het buurland van suriname, alwaar de bevolking momenteel door een economisch dal gaat, is volksverzet ook verre van aanwezig. Met dit soort uitspraken ontstaat eerder een verwijdering tussen de surinamers in suriname en die in Nederland, aldus lunes, omdat men alhier de simpele gedachtegang aanhoudt dat ‘surinamers in nederland zelfs al zij aldaar werkloos zijn’, in ieder geval elke dag een goede boterham kunnen eten”. het is inderdaad op dit moment moeilijk deze door lunes gesignaleerde stemming op enigerlei wijze te kwantificeren. Het is m.i. wel van belang symptomen hiervan in de gaten te houden teneinde zich ervan te kunnen vergewissen of bouterse op den duur inderdaad uit een zeker isolement zou weten geraken, zulks ten koste van sympathie van de bevolking voor democratisch gezinde surinamers in Nederland.” (Archiefcode 2915).

De nachtmerrie is werkelijkheid geworden en gekwantificeerd in onthullende cijfers. Bij de eerste democratische verkiezingen na de coup (1987) had de NDP onder leiding van Bouterse 3 van de 51 zetels gekregen. In de daaropvolgende jaren is er sprake van een stijgende lijn: 12 in 1991, 16 in 1996, 10 in 2000, 15 in 2005, 23 in 2010 en 26 in 2015. In 2000 en 2010 was de NDP in een combinatie met andere partijen. Het is nooit voorgekomen in de Surinaamse geschiedenis dat één partij de absolute meerderheid heeft gehad.

Veel meer informatie heeft het geringe archief dat we konden raadplegen niet opgeleverd. We hebben 74 van de 1.520 dossiers mogen raadplegen. De Wet openbaarheid bestuur in Nederland is een lachertje gebleken. Burgers worden met een kluitje in het riet gestuurd. Waarheidsvinding zal zich niet kunnen baseren op grondig onderzoek naar Nederlandse bronnen over Suriname.

Sandew Hira

Disclaimer

  1. Een column heeft een maatschappelijke functie in een democratische samenleving.
  2. Columnisten schrijven op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid.
  3. De publicatie van een column op Suriname Herald, houdt niet in dat Suriname Herald de inhoud van de column onderschrijft.
  4. Suriname Herald is gelet op het bij punt 3 genoemde, niet aansprakelijk voor de inhoud van een column.
  5. Suriname Herald erkent de auteursrechten van columnisten op de inhoud van hun column.
  6. Gelet op de auteursrechten van columnisten op hun column, kan Suriname Herald op verzoek van derden niet overgaan tot verwijdering van een column.
  7. Indien derden het niet eens zijn met de inhoud van een column, dienen zij tot een vergelijk te komen met de columnisten. Eventuele procedures dienen gevoerd te worden tegen columnisten, niet tegen Suriname Herald.

VANDAAG