Juridische beschouwingen inzake mogelijkheid tot in staat van beschuldigingstelling Noersalim

Mike Noersalim. Foto: Suriname Herald

In deze column willen wij u meevoeren naar de juridische mogelijkheden om ex-minister Mike Noersalim via De Nationale Assemblee (DNA) in staat van beschuldiging te laten stellen. Hier presenteren wij u de strafrechtelijke invalshoek. In een andere column zullen wij u andere invalshoeken presenteren om de beslissing van Noersalim ongedaan te krijgen via een bestuursrechtelijke procedure bij de rechter, voor het geval de huidige regering de besluiten niet intrekt. U zult nog vers in het geheugen hebben de in staat van beschuldigingstelling van de ex-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad. Dezelfde procedure is ook van toepassing in het geval van Noersalim.

De Wet in staat van beschuldigingstelling en vervolging politieke ambtsdragers gaat ervan uit dat een politieke ambtsdrager (minister) een misdrijf gepleegd moet hebben in de uitoefening van zijn functie als minister. Ook na zijn aftreden dient hij eerst in staat van beschuldiging gesteld worden door DNA. Pas dan kan hij vervolgd worden, maar dan moet er wel sprake zijn van een misdrijf; alleen in geval van misdrijven kunnen politieke ambtsdragers vervolgd worden op basis van deze wet, anders niet. In het recht wordt er een onderscheid gemaakt tussen misdrijf en overtreding.

De meest voor de hand liggende wet die overtreden zou kunnen zijn, is de Milieuraamwet. Het is nu de vraag of overtreding van de bepalingen van de dit jaar aangenomen Milieuraamwet een misdrijf is.

Wij kunnen ons voorstellen dat niet-juristen misschien zullen afhaken bij het lezen van deze column. Wij hopen dat wij erin slagen deze column leesbaar en begrijpelijk te houden voor niet-juristen.

Met de uitgifte van de gronden in de Cultuurtuin is een aanslag gepleegd op het milieu. De Milieuraamwet geeft een omschrijving van het begrip ‘Milieu’: “De samenhang van de levende en niet-levende omgeving van de mens, dier en plant daaronder begrepen de sociale- en economische aspecten in de ruimste zin des woords”.

Tegenstrijdigheden in de Milieuraamwet
Er is ruim achttien jaar lang gewerkt aan een Milieuraamwet, zowel door juristen en deskundigen van de coalitie als oppositie tijdens diverse regeerperioden. Desondanks is er een gebrekkig wetsproduct geleverd. Hierna leest u hoe gebrekkig deze wet is en tot welke problemen de toepassing ervan kan leiden. Wat heb je nou aan een wet, die in voorkomende gevallen geen of weinig uitkomst biedt.

De begripsomschrijving van milieudelict ingevolge deze wet:
Milieudelict is een misdrijf of overtreding zoals vastgesteld bij of krachtens deze wet en wettelijke regelingen genoemd in artikel 48 lid 1.

Het is nu de vraag wanneer er sprake is van een misdrijf of overtreding. Dat wordt nergens duidelijk. Het is nu een kwestie van interpretatie of een bepaalde overtreding een misdrijf vormt, maar die interpretatie laten wij hier achterwege. Dus gaan wij verder zoeken, want wij zoeken naar een duidelijk geval van ‘misdrijf’.

In artikel 49 Milieuraamwet worden er strafbepalingen gegeven
Lid 1
Degene die opzettelijk door enigerlei handelen of nalaten verontreiniging, uitputting, of aantasting van het milieu, dan wel van de milieukwaliteit veroorzaakt, teweegbrengt of bevordert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren en een geldboete van de zesde categorie van artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht.

Lid 2
Degene aan wiens schuld te wijten is dat door enigerlei handelen of nalaten verontreiniging, uitputting, of aantasting als bedoelt in de artikelen 35 tot en met 40 van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en een geldboete van de vierde categorie van artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht, hetzij één van beide straffen.

Lid 5
De in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven; het in lid 4 strafbaar gesteld feit is een overtreding.

Juist, er is eindelijk duidelijkheid dat in ieder geval overtreding van art 49 Milieuraamwet lid 1 tot en met 3 een misdrijf is. Lid 1 handelt over opzet en lid 2 handelt over schuld. Lid 3 van dit artikel hebben wij niet geciteerd, ter wille van de leesbaarheid.

De Memorie van Toelichting op dit artikel gooit enigszins roet in het eten. “Dit artikel creëert een nieuwe strafbepaling in verband met het overschrijden van de toelaatbare verontreiniging en het storten, vrijlaten of het laten ontsnappen van verontreinigende stoffen. Concreet wordt in dit artikel strafbaar gesteld hij die in strijd met de toelaatbare normen een verontreinigende stof of afval of een gevaarlijke stof in het milieu stort, vrijlaat of toestaat dat deze ontsnapt waardoor het milieu verontreinigd wordt”.

Nu moeten wij kijken welk bestanddeel van artikel 49 lid 1 geschonden is. Het zinsdeel ….in strijd met de toelaatbare normen… is het grote probleem hier. Over welke normen heeft men het? Wanneer is er sprake van overschrijding van toelaatbare normen? Wederom ziet u hoe onbruikbaar deze wet is.

Wij zullen dit verder ontleden voor u. Met de grondbeschikkingen heeft Noersalim impliciet toestemming gegeven de betreffende percelen te ontbossen. Door de ontbossing komt er meer koolstofdioxide (CO2) in de lucht. Het behoeft geen betoog dat CO2 voor milieuschade zorgt. Dus er is in ieder geval sprake van verontreiniging (schending van één der bestanddelen van het wetsartikel).

Ter ondersteuning
Verontreiniging (begripsomschrijving ingevolge de Milieu Raamwet). Elke handeling of nalaten waardoor in het milieu stoffen of fysische verschijnselen in zodanige hoeveelheden worden geïntroduceerd, dat daardoor schade wordt toegebracht aan planten, dieren, mensen, materialen, cultuurgoederen of ecosystemen, kortom aan enig onderdeel van de biodiversiteit.

Vanwege het feit dat er door de ontbossing meer CO2 in de lucht komt, wordt hiermee ook het bestandsdeel ‘vrijlaten’ geschonden. De bomen nemen CO2 op. Ga je de bomen omhakken, dan laat je indirect CO2 vrij. Hoe dan ook, bomen in de stedelijke omgevingen zijn onmisbaar voor de luchtkwaliteit, maar welke norm is dan geschonden? De MvT op artikel 49 lid 1 zegt dat er een toelaatbaar norm geschonden moet zijn. De norm in stedelijke omgevingen (wereldwijd!) is dat geen bomen omgehakt worden zonder een grondige reden. Precies deze norm is geschonden en zou je kunnen denken dat dus voldaan wordt aan de vereisten van strafbaarstelling ingevolge artikel 49 lid 1 Milieu Raamwet.

Een deel van de Cultuurtuin is al ontbost, dus de schade is onomkeerbaar. Reden waarom er gekozen zou moeten worden voor de zware straf als gevangenisstraf en niet voor een boete of iets dergelijks. Dit, in het kader van mogelijke strafbaarstelling.

Vele lezers zullen tot hier al blij worden, dat Noersalim misschien in staat van beschuldiging gesteld kan worden. Die lezers moeten wij teleurstellen. Op basis van het hierboven genoemde kan hij niet in staat van beschuldiging gesteld worden.

Waarom niet?
De Milieuraamwet stelt in artikel 28 dat het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) de toelaatbare verontreinigingen en of normen dient vast te stellen. Nou, die toelaatbare normen zijn in dit opzicht nimmer vastgesteld (voor zover wij dit hebben kunnen nagaan), dus je kunt nu ook niet stellen dat Noersalim een toelaatbare norm geschonden heeft, waardoor hij in staat van beschuldiging gesteld zou kunnen worden.

Noot: mocht het zijn dat het NIMOS de betreffende normen wel vastgesteld heeft, hetgeen ons niet bekend is, dan zouden wij graag een exemplaar ervan willen inzien. Wij hebben het NIMOS herhaaldelijk geprobeerd te bereiken op vier telefoonnummers, maar niemand was bereikbaar.

Wat nu?
Nu rest er een mogelijkheid via Wetboek van Strafrecht, om te kijken of er een ambtsmisdrijf gepleegd is, waarbij Noersalim een bijzondere ambtsplicht schond of waarbij hij gebruik maakte van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken. Herhaling: om in staat van beschuldiging gesteld te kunnen worden, moet er sprake zijn van een misdrijf.

Artikel 429 Wetboek van Strafrecht:
“De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren”.

Nu ligt het op het bord van de procureur-generaal (pg) om uit te zoeken of Noersalim iemand gedwongen heeft iets te doen of niet te doen in dit geval. Dat zal niet zo makkelijk bewezen kunnen worden.

Wij hopen dat parlementariërs na het lezen van deze column, de tekortkomingen in de Milieuraamwet herstellen. Anders is de kans aanwezig dat zelfs de Palmentuin een keertje verkaveld wordt, zonder dat iemand voor de consequenties moet instaan.

Meneer Noersalim, is in deze door het oog van de naald gekropen.

Sunil Sookhlall & Kries Mahabier

VANDAAG