Compliance dialoog: Wilson en Bousaid

TABTO Group NV biedt op het gebied van compliance sinds 2019 middels organisatieadvies, begeleiding van transitie- en implementatietrajecten, awareness sessies en trainingen ondersteuning aan bedrijven – waaronder het notariaat, makelaars, banken en pensioenfondsen – om te voldoen aan de eisen van de MOT/WID wet- en regelgeving. TABTO publiceert momenteel een serie artikelen onder de naam ‘Compliance Dialoog’ met als doel in het kader van de National Risk Assessment de sense of urgency in Suriname te vergroten voor de uitvoering van de 4th Mutual Evaluation door het CFATF in Q1 2021. Winston Wilson, bestuurskundige en transitiespecialist, treedt deze week namens TABTO in dialoog met Jim Bousaid, econoom en bankier, met als topic: Wordt Suriname geblacklist?

Giralisering
Wilson merkt op dat Suriname een grote informele sector heeft die naast de overheid de grootste werkgever is, waarin cashtransacties eerder de norm dan uitzondering zijn. Bousaid geeft aan dat de buitenlandse correspondentbanken en de Centrale Bank onze banken jarenlang hebben gewezen op de bestaande compliancerisico’s en te nemen maatregelen. Surinaamse banken beriepen zich erop grote uitdagingen te hebben bij de transitie van cash naar giraal en van informeel naar formeel zakendoen.

Bousaid benadrukt niettemin dat de speelruimte die onze banken hebben gehad compleet is opgeraakt, terwijl girale transacties vele voordelen kennen. We moeten beseffen dat die buitenlandse banken zelf ook onder toezicht zijn gesteld. Gezien de 40 FATF-aanbevelingen is de herkomst van gelden door onze informele sector soms moeilijk te herleiden, hetgeen verhoogde risico’s meebrengt voor misbruik van ons financieel systeem.

Tijdens de COVID-19-pandemie is de giralisering in Suriname opvallend gegroeid. Zo is het gebruik van internetbanking in korte tijd verviervoudigd. Kortom: Giraal betalingsverkeer in Suriname is wel mogelijk; elektronisch bankieren wordt de norm! Onze burgers moeten zich aanpassen aan de regels en elektronische betaalmogelijkheden, anders is de schade groot voor ons land. Wilson benadrukt dat deze ‘change’ ingrijpende gevolgen heeft voor de burgers, zoals potentiële ‘de-risking’ van klanten door banken. Bousaid vindt het mede daarom belangrijk dat banken hun klanten, waaronder ouderen en digibeten, begeleiden en trainen bij internetbankieren, bijvoorbeeld in de computerhoek van de bankhal. Daarnaast moeten banken hun bedrijfsvoering afstemmen op de toegenomen girale transacties.

Wet- en regelgeving
Wilson accentueert dat Suriname haar wet- en regelgeving op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering na 9/11 heeft aangescherpt, doch dat implementatie, handhaving en naleving van die wetten te wensen overlaat. Bousaid bevestigt dat deelname aan het internationale speelveld impliceert dat wij ons conformeren aan de internationale regels. Beide heren onderschrijven dat Suriname nu geen keuze meer heeft en in rap tempo de bestaande wet- en regelgeving moet toepassen.

Ondanks een moeilijk klimaat doen banken hun best om vermelde regels te implementeren met directe gevolgen voor hun inkomstenstroom. Wilson vraagt zich af of de diverse ‘high risk’-dienstverleners gereed zijn om overeenkomstig de compliance-vereisten te werken. Bousaid meent dat het bankwezen paraat is en door haar belangrijke compliancevoortrekkersrol, de andere dienstverleners zullen moeten volgen.

Blacklisting
Bousaid stelt dat Suriname het zeer moeilijk krijgt als het internationale bankwezen besluit niet meer samen te werken met onze banken en buitenlandse investeerders wegblijven. Hij verwacht echter dat Suriname niet wordt geblacklist, maar door externe druk – niet zozeer door eigen overtuiging – op de valreep gaat voldoen aan de MOT/WID wet- en regelgeving. Wilson onderstreept hierbij dat ‘Suriname should aim to be Compliant by Design and no longer by Default’. Bousaid is het eens en beklemtoont dat de tijd is aangebroken voor effectieve ordening. Essentieel is een goede samenwerking tussen banken en het niet juridiseren van compliancevraagstukken, doch ook naar de ‘geest van de wet’ te behandelen. Globalisering dwingt ons om compliant te zijn, waarbij rijke landen de orde bepalen, dat is helaas een harde realiteit waar wij niet om heen kunnen.

Olie-industrie
Gelet op de off shore-olievondsten zijn er goede perspectieven voor de olie-industrie in Suriname. Buitenlandse oliebedrijven zullen druk gaan uitoefenen op de Surinaamse bedrijven om compliant te zijn. Bousaid meent dat het Surinaamse bedrijfsleven zelf het voortouw moet nemen door grootschaliger te denken en haar institutionele capaciteit te versterken. Door bestendiging van kwaliteitstandaarden willen buitenlandse bedrijven de samenwerking aangaan c.q. vernieuwen. Surinaamse bedrijven dienen zich als gelijkwaardige businesspartner te profileren en niet langer een klassieke onderaannemersrelatie met buitenlandse bedrijven aan te gaan. Er zijn enorme kansen om je als klein land op te trekken naar boven en samen te werken met bevriende landen zoals Nederland. Dit land heeft diverse vraagstukken ten aanzien van bijvoorbeeld gezondheidszorg en outsourcing, waar Surinaamse bedrijven in kunnen voorzien. Om dit te realiseren heeft Suriname visie nodig.

Conclusies
Ter voorkoming van misbruik van het financiële systeem door witwaspraktijken en terrorismefinanciering, kan Suriname niet langer een cashcultuur en een grote informele sector blijven tolereren. Bousaid: “We have to change it now!” De noodzakelijke compliancetransitie vereist implementatie, handhaving en naleving van de MOT/WID wet- en regelgeving met een impact op iedereen in de Surinaamse samenleving en bedrijven die vooroplopen!
Globalisering dwingt ons conform de internationale regels te handelen en zaken te ordenen. Dit biedt kansen om onze economische positie als land te vergroten!

Quote “Suriname: Think Global, Act NOW”

TABTO Group NV
info@tabtogroup.com
www.tabtogroup.com

Disclaimer

  1. Suriname Herald respecteert de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Een ingezonden artikel kan niet worden gebruikt om personen door het slijk te halen en ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van personen te uiten. Een ingezonden artikel waarin voornoemde zaken zijn opgenomen, wordt geweigerd.
  2. Suriname Herald kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van een ingezonden artikel. De auteur is volledig aansprakelijk voor de inhoud van zijn artikel.
Voor het opnemen van een ingezonden artikel gelden de volgende voorwaarden.

VANDAAG