Is lager beroepsonderwijs (lbo) tweederangs?

De resultaten van het schooljaar 2019-2020 zijn op alle niveaus sterk verbeterd. Vanwege de heersende pandemie van het coronavirus en de invloeden daarvan op het onderwijs kunnen en mogen wij niet verkeren in een hoerastemming. De resultaten kunnen vanwege de aangepaste onderwijsvormen vertekent zijn door onder andere:
– het feit, dat op de meeste scholen het laatste kwartaal niet volgens het curriculum is afgerond
– de examens, die niet overeenkomstig het curriculum zijn afgenomen.

In mijn betoog richt ik mij niet zozeer op de examens, maar op het lbo en de manier waarop de overheid het beroepsonderwijs inkadert. Het verloop van de glo-toetsen heeft voor het lbo veel weg van een tweederangs behandeling. De slagingsnormen voor het meer uitgebreid lager onderwijs (mulo) liggen vele male hoger dan het lbo. Het signaal van de overheid is dat er minder kennis/vaardigheden nodig zijn om een beroepsopleiding te volgen. Veel sterker nog als u de berichten in de media volgt van de overheid, ziet u dat deze zich richten op resultaten gekoppeld aan een mulo verwijzing.

In het artikel Nieuw schooljaar: tien leerlingen per lokaal (de Ware Tijd d.d. 2 september 2020), zegt onderwijsminister mevrouw Marie Levens het volgende: “Leerlingen die zijn geslaagd voor het lbo krijgen in december de gelegenheid een hertoets te doen om toch nog naar het mulo te kunnen.” Het bewijs dat zelfs bij de overheid het mulo onderwijs hoger aangemerkt wordt dan het lbo. Suriname maakt duidelijk dat het beroepsonderwijs niveau lager ligt dan het algemeen vormend en in het verlengde daarvan het wetenschappelijk onderwijs.

Het is geen vreemd verschijnsel binnen het onderwijs, wanneer zowel leerkrachten en ouders de leerlingen op het hart drukken om alles in het werk te stellen, zodat deze niet naar het lbo hoeven. Maar wat te zeggen over het beleid, dat leerlingen voor wie de basisschool een uitdaging is en reeds in de leeftijdsklasse zitten van 14 jaar en ouder, verwezen worden naar het lbo. Allemaal signalen van de overheid en de samenleving die aantonen, dat het lbo bestemd is voor “leerlingen met wat lagere IQ.” Het is echter dezelfde overheid en samenleving die het grote belang van ondernemers (geen wetenschappers) aangeven om de economie verder te helpen groeien en Suriname breed te ontwikkelen. Die overheid, die Suriname tot een voedselschuur wilt maken. Die overheid, die het onderste uit de kan wenst te halen uit de grote olievondsten.

Het is voor mij onbegrijpelijk hoe deze tegenstrijdigheid zich meer en meer verstevigt binnen de Surinaamse samenleving en economie. Als wij de kennis benoemen die nodig is, om op competente wijze een beroep uit te oefenen, zien wij dat de kennis die de leerlingen in het algemeen onderwijs nodig hebben ook geldt voor de leerlingen binnen het beroepsonderwijs en…meer. De leerlingen binnen het beroepsonderwijs moeten daarbij ook nog direct demonstreren dat zij naast kennis, hun vaardigheden direct kunnen toepassen. Zij dienen ook, afhankelijk van hun discipline, kennis te hebben van wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, rekenen en de talen. Waarom dan die negatieve selectie voor deze sector? Is het misschien, omdat deze leerlingen al vroeg bepaalde competenties aanleren en op de arbeidsmarkt terechtkunnen vanwege hun vaardigheden?

Is het anno 2020 geen tijd om het basisonderwijs zodanig in te richten, dat er geen negatieve selectie is voor het beroepsonderwijs? Wanneer krijgt het beroepsonderwijs dezelfde behandeling als het algemeen vormend/wetenschappelijk onderwijs? Is het gelet op de grote financiële uitdagingen van het land, niet de juiste tijd om prioriteit te geven aan het beroepsonderwijs, zodat gekwalificeerd kader de uitdagingen van ons geliefd land, Suriname, kan aanpakken? Is het nu niet het juiste moment om de vroege selectie achterwege te laten en de leerlingen de gelegenheid te geven om in het onderwijs kennis te maken met de verschillende sectoren? Is het nu niet de juiste tijd om de focus te leggen op die sectoren, die ons geliefd land uit de economische crisis kunnen halen in plaats van ‘business as usual’ te hanteren?

De crisis waarin Suriname verkeert, schept juist nu de kans het ons bekende aan een kant te zetten en samen nieuwe wegen te bewandelen. John. F. Kennedy zei ooit: “Crisis schrijft men in het Chinees met twee karakters. De ene staat voor gevaar en de andere voor mogelijkheden. ”Vervolgens zei Ralph Emanuel: “Laat een crisis nooit verloren gaan. Ze bieden geweldige mogelijkheden.”

Wat zullen wij doen met ons beroepsonderwijs?

Robby G. Holband
Directeur PTC

Disclaimer

  1. Suriname Herald respecteert de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Een ingezonden artikel kan niet worden gebruikt om personen door het slijk te halen en ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van personen te uiten. Een ingezonden artikel waarin voornoemde zaken zijn opgenomen, wordt geweigerd.
  2. Suriname Herald kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van een ingezonden artikel. De auteur is volledig aansprakelijk voor de inhoud van zijn artikel.
Voor het opnemen van een ingezonden artikel gelden de volgende voorwaarden.

VANDAAG