Benoemingenbeleid president inperken

President Desi Bouterse bij het defilé na zijn inauguratie op 12 augustus 2015. Foto: AP/Ertugrul Kilic

Volgens artikel 110, lid e van onze Grondwet, is het benoemen en ontslaan van ministers het prerogatief van de president. Niemand zal dat betwisten. Het staat er immers duidelijk en het is maatschappelijk aanvaard dat onze president die bevoegdheid heeft. Maar wat critici en zelfs sommige NDP-partijleden wel vinden, is dat deze president te vaak naar dit zwaar middel grijpt en daarmee de continuïteit van beleid onnodig stagneert. Immers, elke nieuwe bewindspersoon zal zich opnieuw moeten inwerken en dat kost tijd. Bovendien zullen de aftredende ministers nog elke maand door de staat worden verzorgd. Dat is nu eenmaal de regel in politiek Suriname. Een wetmatigheid die enkele regering tot nu toe voor lief neemt.

Wordt het geen tijd om de macht van de president wat benoemingen betreft in te perken? Als we kijken naar hoe het benoemingenbeleid van de Amerikaanse president in de wet is vastgelegd, dan kan worden gesteld dat Suriname gerust daarvan een voorbeeld kan nemen. De president van de Verenigde Staten dient voor hij een minister, ambassadeur of andere hoge ambtenaren wenst te benoemen, eerst de goedkeuring van de Senaat te vragen. Pas na goedkeuring van het parlement, kan de president tot benoeming overgaan.

Voordat de Senaat al dan niet goedkeuring aan een kandidaat-minister geeft, kan deze door een parlementaire commissie aan de tand worden gevoeld over zijn verleden of zijn zienswijze op bepaalde beleidsvraagstukken. Het is een aantal keren voorgekomen dat kandidaat-ministers of andere kandidaten door de mand vallen en de president geen goedkeuring krijgt van de Senaat om tot benoeming over te gaan. En dan maakt het niet uit of de partij van de president een meerderheid heeft in de Senaat.

In Suriname zou misschien in navolging van de praktijk wat benoemingen van hoge overheidsfunctionarissen door de president betreft, nagedacht kunnen worden hoe dit kan worden gewijzigd. Dat de president ministers of andere hoge functionarissen benoemt, is een grondwettelijk recht. Echter, het zou voor de versterking van de positie van De Nationale Assemblee en daarmee de democratie misschien wijs zijn als we een beetje kijken hoe men het in de Verenigde Staten of in andere democratische staten doet.

Als de president het parlement om toestemming moet vragen voor ministersbenoemingen, dan zal hij waarschijnlijk ook tien keer nadenken alvorens hij zijn kabinet gaat reshufflen. Zou het niet transparant zijn als de kandidaat-ministers in een openbare commissievergadering in ’s landsvergadering worden ondervraagd door leden van zowel de coalitie als oppositie. Het volk, de kiezer, kan dit dan live volgen op DNA TV op kanaal 8.4 of op het YouTube kanaal van onze volksvertegenwoordiging. Laten we hopen dat de Grondwetscommissie dit ook in haar eindverslag heeft opgenomen. De macht ligt volgens onze staatsbestel bij het volk. Dit is dan ook een kans om de invloed van de burger op de politiek te vergroten.

VANDAAG