Sporter van het Jaar Tjon En Fa richt vizier op Parijs

Jaïr Tjon En Fa neemt zijn prijs als Sporter van het Jaar in ontvangst van SOC-voorzitter Ramon Tjon-A-Fat. Foto: Deborah Fränkel-Leckie
Print Friendly, PDF & Email

Toen Jaïr Tjon En Fa gevraagd werd om zich woensdagavond samen met zijn ouders aan te melden in het gebouw van het Surinaams Olympisch Comité (SOC), wist hij niet waar het om ging. Het werd een aangename verrassing: de wielrenner werd in Olympic House in bijzijn van onder andere zijn moeder en vader gekroond tot Sporter van het Jaar 2021.

“We hebben de afgelopen twee jaar geen sportgala kunnen houden, omdat er vanwege de coronapandemie nauwelijks sportevenementen waren, maar we hebben dit keer gemeend toch Jaïr in de bloemen te zetten vanwege vooral zijn topprestatie tijdens de Olympische Spelen in Tokio,” licht SOC-voorzitter Ramon Tjon-A-Fat toe.

Het Olympisch Comité benoemde Tjon En Fa tot beste sporter van 2021 na afstemming gepleegd te hebben met de Vereniging van Sportjournalisten in Suriname (VSJS), die normaliter de uitverkiezing doet.

Tjon En Fa is daags na het gebeuren nog in de wolken. “Ik had het niet verwacht,” geeft hij toe. “2021 was een goed jaar met de Spelen als hoogtepunt en ik hoop er ook dit jaar weer het beste van te kunnen maken.” Opmerkelijk is dat Tjon En Fa tijdens het laatstgehouden gala in 2019 ook tot Sportman van het Jaar werd benoemd.

Historische prestatie
De wielrenner is daarna niet op zijn lauweren gaan rusten. Tjon En Fa bereidde zich keihard voor op de Spelen van 2020, die vanwege de pandemie met een jaar werd uitgesteld maar in 2021 liet hij zien er altijd klaar voor te zijn geweest. Tjon En Fa haalde het in Tokio niet op de sprint. Hij eindigde als dertiende op zijn favoriete onderdeel, maar verraste vriend en vijand met zijn vierde plek op de keirin.

Daarmee liep hij weliswaar nog net een medaille mis, maar het was wel de beste prestatie van een Surinamer op de Spelen sinds het goud en brons van zwemmer Anthony Nesty tijdens de Seoul en Barcelona Spelen van 1988 en 1992.

Net als bijna heel Suriname bleef moeder Deborah Fränkel-Leckie tot laat op die avond van 7 augustus wakker om de historische prestatie van haar zoon gade te slaan. “We waren verrast, omdat we ons juist hadden gefocust op de sprint,” zegt ze.

Zo keek Tjon En Fa er ook naar. “We hadden er wel goed voor getraind. Ergens had ik het wel gehoopt, maar ik had er niet echt rekening mee gehouden dat het zou gebeuren,” zegt hij over de topnotering op de keirin. “Meteen daarna was ik heel blij en een beetje later zag ik dat ik nog net een paar honderdste seconden verwijderd was van brons, maar ik was wel trots op mezelf.”

Parijs 2024
Maar Tjon En Fa is nog lang niet klaar. De wielrenner gaat zich nu opmaken voor de Spelen van 2024 in Parijs. Nadat hij begin december 2021 nog als vijfde eindigde in de Champions League baanwielrennen van de Internationale Wielrenunie geniet hij nu nog van de laatste dagen van een korte vakantie in Suriname.

Op 22 januari vertrekt hij weer, want eind deze maand moet hij namelijk opnieuw aan de slag bij de World Cycling Centre, het coaching- en trainingscentrum van de Internationale Wielrenunie in Aigle, Zwitserland waar hij al enkele jaren traint.

Wanneer hij daar aankomt hoeft Tjon En Fa echter niet vanaf nul te beginnen, want hij heeft ook tijdens zijn vakantie niet stilgezeten. De wielrenner was regelmatig in de gym en op de fiets te vinden om zodoende in shape te blijven voor het nieuwe seizoen.

Er komen immers sterke meetmomenten aan zoals de Nations Cup in Hong Kong en Canada, maar Tjon En Fa kijkt vooral uit naar het WK in augustus, tegelijk het eerste kwalificatiemoment voor de Spelen 2024.

Daarnaast staat ook nog het Pan-Amerikaans kampioenschap op programma. Maar net als de voorgaande jaren staat ook dit jaar voor de intussen 28-jarige wielrenner in het teken van kwalificatie voor de Spelen. Tjon En Fa wordt er nu al opgewonden van wanneer hij denkt aan Parijs. “Het is heel dichtbij. Nadat ik vorig jaar mijn eerste Spelen heb meegemaakt weet ik nu wat te verwachten. Ik denk dat Parijs nóg beter zal gaan dan Tokio.”

VANDAAG