Slijngard: “Niet eenieder kan pasjes krijgen voor partiële lockdown”

NCCR-coördinator Jerry Slijngard

Het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) wordt overspoeld door aanvragen van verschillende bedrijven en personen om in aanmerking te komen voor een pasje, waardoor zij toestemming hebben om tussen 20.00 uur en 06.00 uur over straat te zijn. Echter kan niet eenieder van zo’n pasje worden voorzien.

NCCR-coördinator Jerry Slijngard gaf gisteren tijdens de dagelijkse persconferentie van het nationaal managementteam COVID-19 aan, dat een bedrijf met ruim zevenhonderd medewerkers de namen van alle werknemers heeft opgestuurd. De verwachting was dat al deze personen de gelegenheid zouden krijgen om gedurende de lockdown over straat te zijn.

De NCCR-coördinator benadrukt, dat het pasje bedoeld is voor essentieel werkverkeer. “Het is voor mensen die voor hun werk noodzakelijkerwijs en essentieel over straat moeten zijn om hun taken uit te voeren”, zegt Slijngard. Aan personen en het bedrijfsleven wordt gevraagd om hieraan mee te werken.

Hij drukte securitybedrijven op het hart om niet hun hele lijst van personeelsleden op te sturen naar het NCCR, want er zal daarvoor geen toestemming worden verleend. Alleen namen van personen die bijvoorbeeld deel uitmaken van het uitrukteam moeten opgestuurd worden. “Iemand die een statische post heeft, hoeft geen vrij te krijgen voor de periode tussen 20.00 uur en 06.00 uur, want die moet op wacht staan”, zegt hij.

De partiële lockdown geldt ook voor de politie en militairen, benadrukte Slijngard. Personen uit deze diensten hebben geen automatische vrijheid om over straat te gaan. Pas wanneer ze dienst hebben gedurende die uren, mogen zij zich over straat bevinden. Daarvoor zijn de diensten goed geïnstrueerd, benadrukte de NCCR-coördinator. “Als u over straat bent in uniform en u heeft geen dienst, dan gaat u hetzelfde ondergaan als wat alle andere personen moeten ondergaan”, verduidelijkte hij.

Het NCCR doet een beroep op de bedrijven, instellingen en andere dienstverleners om zodanig hun dienst te regelen voor hun personeel, zodat die zich kunnen houden aan de maatregelen. Daar komt bij kijken dat shiftdiensten aangepast moeten worden, zodat de mensen op tijd aan het werk kunnen zijn of op tijd naar huis kunnen.

Op verpleegkundigen wordt ook een beroep gedaan om rekening te houden met de tijd. Zo zal de partner die zijn vrouw of haar man aan het werk moet afzetten, veel eerder uit huis moeten, zodat die op tijd terug thuis kan zijn. “Ik weet niet als je wil dat je man een pasje krijgt om de hele avond weg te gaan als u aan het werk bent”, gaf Slijngard aan en voegde er meteen aan toe dat die opmerking als een vrolijke noot bedoeld was. Verder vroeg hij aan werkgevers om zodanig in te spelen op de aangekondigde maatregel.

Vishmohanie Thomas

VANDAAG