Uitspraak kortgedingzaak opschorting mond- en neusbedekkingsplicht volgende week

Karl Donk en Ricky Stutgard. Foto: Facebook
Print Friendly, PDF & Email

De rechter doet begin volgende week een uitspraak in de kortgedingzaak opschorting mond- en neusbedekkingsplicht. Ricky Stutgard, die samen met Karel Donk, de zaak heeft aangespannen tegen de staat Suriname met name het ministerie van Volksgezondheid, zegt dat ze tot en met donderdag om 10.00 uur mogen reageren op de dupliek van de tegenpartij.

Stutgard en Donk vragen aan de rechter opschorting en of opheffing van de maatregel voor wat betreft de verplichting tot het dragen van mond- en neusbedekking, die aan de burgers van Suriname en alle anderen die zich op het Surinaams grondgebied bevinden is opgelegd.

Rechtszaak in behandeling
Stutgard legt uit dat afgelopen donderdag zij rechtsingang hebben gevonden. Bij deze zitting was hij samen met Donk aanwezig. Van de tegenpartij waren aanwezig minister Amar Ramadhin van Volksgezondheid, de directeur en de onderdirecteur van Volksgezondheid, de raadslieden C.B. Lachman en M. Babullall. Stutgard geeft aan dat de tegenpartij mondelinge repliek heeft gevoerd, maar zij kregen geen document van hen. “Wij mochten de mondelinge repliek ook niet opnemen. Wij moesten wat zij vertelden proberen te schrijven,” zegt hij.

De tegenpartij wilde meteen een uitspraak, geeft Stutgard aan. Hij en Donk die in persoon zelf procederen hebben zich hiertegen verzet, omdat zij eerst zaken wilden laten bezinken. Van de rechter kregen zij tot en met zondagmiddag de gelegenheid om hun repliek digitaal te mailen, terwijl zij maandagmorgen uiterlijk 9.00 uur de manuele versie moesten indienen.

De verzoekers blijven erbij, dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het dragen van een mondkapje er niet toe bijdraagt om de gevolgen van COVID-19 tegen te gaan. Volgens hen is integendeel aantoonbaar, dat het fysieke en psychische schadelijke gevolgen voor de mensheid kan veroorzaken.

Dupliek
In het dupliek van de staat voeren de raadslieden aan, dat de eisers echter niet hebben kunnen aantonen dat het opdoen van een mond- en neusmasker schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid. Uit de overlegde producties van de eisers blijkt niet dat de gehele bevolking aan gezondheidsschade lijdt.

De maatregel van het verplicht opdoen van een mond-neusbedekking werkt volgens de gedaagde effectief tezamen met de overige maatregelen. Ook haalt die aan dat het opdoen van een mond-neus masker gebaseerd is op de wet en richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Vishmohanie Thomas

VANDAAG