Voorlopig geen vluchten van en naar Haïti

Johan Adolf Pengel internationale luchthaven. Foto: Suriname Herald
Print Friendly, PDF & Email

President Chan Santokhi, heeft op advies van de ministers van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, Justitie en Politie, Volksgezondheid, Transport, Communicatie en Toerisme en Defensie, de instructie gegeven om vluchten tussen Haïti en Suriname tot nader order aan te houden. Tevens is besloten om vooralsnog geen visumaanvragen van Haïtianen in behandeling te nemen.

De regering heeft in de afgelopen weken de omstandigheden waaronder Haïtianen naar Suriname afreizen en hier verblijven gemonitord. Op basis van deze monitoring bestaan gegronde redenen om de visaverstrekking, het transport en daaropvolgend het verblijf van voornoemde reizigers in ampele overweging te nemen en ter zake relevante stappen te ondernemen.

Op de betrokken vliegmaatschappijen, reisagenten en alle partijen die betrokken zijn bij de organisatie van deze vluchten wordt een dringend beroep gedaan geen vluchten te plannen en/of voorbereidingen te treffen. Ook worden de vliegmaatschappijen en reisagenten er wederom op gewezen, dat alleen passagiers aan boord mogen worden toegelaten die beschikken over alle noodzakelijke documenten, inclusief de geldende documenten in het kader van COVID-19-maatregelen. Als hiervan wordt afgeweken zullen sancties tegen bedoelde organisaties worden getroffen, inclusief alle boetes alsook het dragen van de kosten voor repatriatie van de reizigers.

Situatie Haïtianen wordt onderzocht
Minister Albert Ramdin geeft ook aan dat een onderzoekscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van relevante ministeries en organisaties zo spoedig mogelijk zal worden geïnstalleerd om uiterlijk midden mei 2021 een evaluatie te maken van de omstandigheden waaronder Haïtiaanse staatsburgers naar Suriname worden gebracht, hun verblijfplaats en quarantaine-omstandigheden en de legitimiteit van de documenten die overhandigd worden, inclusief de begeleidingsbrieven voor minderjarigen. Daarnaast zal ook onderzocht worden of deze Haïtiaanse reizigers via Suriname naar andere omliggende landen worden vervoerd en of daarbij mogelijk sprake is van mensenhandel.

Inmiddels is vanuit de internationale gemeenschap schriftelijk ernstige bezorgdheid geuit over enkele van de eerder aangehaalde zaken. De onderzoekscommissie zal, indien de behoefte daartoe bestaat, de assistentie inroepen van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

De regering benadrukt dat onder geen enkele voorwaarde meegewerkt zal worden aan het illegaal verkeer van personen. Suriname zal zich blijven houden aan alle conventies ter zake, waaraan het land zich heeft gecommitteerd.

VANDAAG